Home | JTworldwide.nl >>>> Reizen....

Kijk in het archief voor oudere berichten


Nederland.... | zondag 23 oktober 2016


Veel te laat, en veel te lang geleden dat ik geschreven heb, de tijd vloog en ik vloog net zo hard mee.....

Maar we zijn weer thuis, al een paar weken trouwens. De reis met mijn ouders was geweldig, van Namibie naar Botswana en weer terug. Langs de Delta, tussen de olifanten, een bezoek van een gemsbok, overnachten middenin de natuur zonder voorzieningen, de zoutvlakte en vele neushoorns in Etosha, en immense krokodillen in Chobe National Park. Het was wederom een mooie en bijzondere reis.

Sinds we in Nederland zijn is er een hoop gebeurd, maar het mooiste lopende project is natuurlijk Zandspruit in Zuid-Afrika. Op dit moment is de bouw volop bezig en over een paar maanden is het klaar:-) En tot die tijd verblijven we in Nederland met af en toe een uitstapje. Dus eigenlijk wil ik zeggen: een fijne Kerst en alvast een heel mooi en bijzonder Nieuwjaar!


Zuid-Afrika, stukje Botswana | maandag 01 augustus 2016


Hello!

Hier een nieuw verhaal met onderaan de link naar alle fotos.

----

Laatste zin vorige verhaal:
Ik wil hier wel wonen en met mij nog 3 anderen. Laten we dat dan maar gaan doen....

Antwoord :
Ja, het is waar. The African dream comes true.
Samen met Piet en Meta hebben we een stuk grond gekocht op Zandspruit estate waar de komende maanden een prachtig Afrikaans rietgedekt huis op gebouwd gaat worden. Een plek aan de rivier met uitzicht op de wilderness area, waar de giraffes, zebra’s en antilopes komen drinken. Met een zwembad om af te koelen in de zomer, een braaiplek voor je dagelijkse portie boerewors, een boma voor het kampvuur, 3 slaapkamers 2 badkamers. Kortom, een plek om te genieten. Pure luxe in de Afrikaanse bush. En als we er zelf niet zijn, dan verhuren we onze bushvilla in Hoedspruit. Een perfecte locatie om Kruger te bezoeken, de Panoramaroute te rijden, je te verwonderen over God’s Window en de Blyde River Canyon.

Terwijl Piet en Meta terugvlogen naar Nederland, bleven Tebbo en ik nog een aantal dagen in Hoedspruit om een aantal zaken te regelen voor ons nieuwe plan….. Verder bezochten we een fair, we lunchten bij 24 degrees South, werden uitgenodigd door onze Zuid Afrikaanse buren voor een braai, we dronken wijn en fantaseerden over ons nieuwe project. Na een paar dagen pakten we de boel in en gingen we weer op reis, we reden naar Kruger en genoten van het wildlife. Elke keer blijft het fascinerend om de dieren te zoeken, te zien, te aanschouwen en te fotograferen. We zien waterbuck, apen, een kudde buffels die met hun poten in het water staan, een kudde olifanten spelend bij een waterplas spelend en water drinkend met hun slurf. We volgen de rivier vanaf Letaba naar Olifants en zien langs de oevers vele krokodillen. Ze liggen doodstil en lijken meer dood dan levend. Af en toe bewegen ze als in slow motion om vanaf de oever het water in te glijden. Eenmaal in het water zijn ze soepel en snel. Even verderop liggen de nijlpaarden met hun grote logge lijven te zonnen in het zand. Een vogeltje zit rustig om de rug van het nijlpaard en is op zoek naar z’n volgende bestemming. We blijven lange tijd hier staan te genieten van de natuur en de rust. Geen andere auto’s, alleen wij en de dieren.

Op weg naar Louis Trichardt komen we langs Letsilele een plaats waar je veel citrus nursery tegenkomt, oftewel citrus kwekerijen. Mooie groene bomen met gekleurde stukken fruit. Langs de weg vrolijk gekleurde stalletjes waar fruit en groente in oranje, gele en groene kleuren wordt verkocht. Vanaf Tzaneen rijden we de R36 N1 op richting Louis Trichardt en worden overrompeld door het vruchtbare landschap! Alle kleuren groen komen voorbij in planten, struiken, palmbomen en fruitbomen. In de valleien en heuvels zijn grote plantages met bomen geplant voor de houtproductie. We overnachten op Zvakanaka farm en camp van Gail en Allister, wat een lieve mensen en wat een idyllische plek gelegen tussen de bergen in het hoge gras. Onder het genot van een wijntje krijgen we tips over Botswana en vertellen ze over het leven in Zuid Afrika.

Ondanks de mooie camping besluiten we toch door te rijden richting Botswana. De weg naar Waterpoort is prachtig en wordt omgeven door baobabs, de apenbroodboom. In Alldays gaan we naar de beroemde slager Biltong en Beskuit Slaghuis, en kopen de heerlijkste stukken mals vlees. Tijdens de lunch krijgen we de tip om de grensovergang van Platjan te gebruiken. Het ligt vlakbij Alldays en is een kleine grensovergang wat vaak voordelen heeft. Via een gravelroad komen we aan bij de Zuid Afrikaanse immigratie. 2 vrolijke zwarte mannen helpen ons vriendelijk en we zijn binnen mum van tijd klaar, al duurt het nog even voordat we verder rijden want de mannen hebben wel zin een gezellig praatje. Dit zijn de leukste grensovergangen. Als we dan toch doorrijden moeten we over een smalle stenen dam in het water om de Botswaanse grens te bereiken. Ook daar is niets te doen en is iedereen vriendelijk en behulpzaam. We mogen geen drank mee, dus ik heb een groot gedeelte verstopt. Als ze ernaar vragen zeggen we dat we wel iets bij ons hebben, ze knipogen en zeggen dat het accoord is. Na de benodigde stempels en betalingen van de roadtax rijden we verder. Geen asfalt alleen maar gravelwegen en bush. We overnachten op de Limpopo river lodge and camp. De camping heeft een oprijlaan van 4 km, met om je heen bergen, bush en de kans op een ontmoeting met olifanten. Een geweldige natuurcamping met maar 6 plekken, aan het water van de Limpopo rivier met de constante geluiden van de natuur. Een specht die druk bezig is z’n holletje te tikken, de apen die slingeren van boom naar boom, de reiger die over het water scheert, de vissen die af en toe even springen in het water en de krokodillen die gevaarlijk stil zich voortbewegen. Het is uniek.

Op weg naar Khama Rhino Sanctuary in Serowe. Eerst volgen we kilometers lang een gravelroad, wat een avontuur op zich is omdat er niets vlak is aan deze weg. Er is een wasbord is ontstaan, alles rammelt en schudt, we hebben de banden laten aflopen wat wel iets helpt, maar wat is het na 2 uur fijn om over asfalt te rijden. Ondanks dat we veel olifantenshit hebben zien liggen, hebben we nog geen olifant gezien. De camping van het Khama Rhino Sanctuary is duur maar de moeite waard omdat je ook je eigen safari kan doen. Het is gelegen middenin de bush met wegen van mul zand. Op de enorme vlaktes, pans geheten, staan de zebra’s met de impala’s en gnoes te grazen tussen het hoge gele gras. Even verderop staat de familie langnek (giraffe) ons nieuwsgierig gade te slaan. Dit is weer even zo’n ultiem Africa gevoel.

De weg naar Maun is lang en saai, 1 lange streep asfalt dat ligt te schitteren in de zon onder de blauwe hemel. We zien veel bush en weinig tegenliggers. Af en toe wordt het eentonige landschap onderbroken door kralen met kleine rondavels en vrolijk gekleurd wasgoed dat hangt te drogen. Voordat we naar Maun gaan, besluiten we de Makgadikgadi Pans te bezoeken. Een wildpark dat in de natte tijd slecht te bereiken is, maar aangezien het nu de droge tijd is….. Alhoewel we door een waterplas moeten rijden om bij de entree te komen, maar dat plasje stelt niks voor met een 4x4. We kopen ons entree bewijs, we boeken een camping in het park en willen onder de poort doorrijden als de ranger naar buiten komt rennen. Hij had niet gezien dat we zo’n grote truck hadden. In plaats van 30 euro moeten we 150 euro betalen. Daar hebben we geen zin in, we krijgen ons geld terug en rijden 250 meter terug waar ook een camping is, Tiaans camp. Een armzalig bordje maar een hele mooie camping. Vuurtje aan, boerewors braaien, wijntje erbij, wat een mooi leven.

De volgende dag ontmoeten we onze 2 buurmannen, die ik fanatiek met enorme camera’s, lenzen en computers bezig zie. Het zijn wildlife fotografen. Kobus is een bekende fotograaf die zijn foto’s ook verkoopt aan bekende magazines. Hij laat ons zien wat ie heeft geschoten. Tebbo en ik vallen steil achterover van de waanzinnig mooie foto van een kudde zebra’s. Terplekke kopen we het bestand van Kobus. De mannen vertellen vol enthousiasme over fotografie, licht, lenzen en tips en trucs. Wat een mooi stel vrienden!

De weg naar Maun bestaat naast asfalt ook nog uit vele overstekende koeien, grazende geitjes en starende ezeltjes. In Maun doen we boodschappen bij de Spar, halen we Botswaanse pula uit de ATM en gaan vervolgens naar Audi camp. 4 jaar geleden waren we hier ook en er is weinig veranderd op de camping. Aan de overkant van de weg is een gebouw gekomen met een restaurant, wat winkeltjes en een balletzaal. Daar brengen we de middag door met internet en maken we kennis met Pamela, een vrolijke Nederlandse dame die al 9 jaar in Botswana en Zambia woont en werkt.

In Botswana kom je vele veterinaire controleposten tegen. Fruit en rauw vlees mogen niet mee bepaalde gebieden in, zelf moeten we met onze schoenen op een natte mat gaan staan en met de auto rijden we door een plas water waarin soda zit verwerkt. Allemaal om ziektes als mond en klauwzeer te voorkomen.

Als we in Ghanzi op een camping overnachten, Tautona Lodge, komt de ‘nachtwacht’ tijdens het braaien toevallig even langs. We geven hem een stuk boerewors. Een uurtje later braaien we nog een boerewors en te samen met een fles cola roepen we onze nachtwacht en die komt vrolijk aangelopen. Als we ’s avonds binnen zitten een spelletje te spelen, klopt hij op de deur dat we onze stoelen binnen moeten zetten, want het is hier niet veilig. Onzin natuurlijk, maar die man doet gewoon zijn werk, dus zetten we onze stoelen binnen. Als we in bed liggen en slapen, klopt hij weer op de deur. Ik moet de tafel ook nog binnenzetten. Ik tel tot 10 en klauter weer uit bed om te tafel binnen te zetten.

Van Ghanzi rijden we richting Windhoek, Namibie. Een dikke 500 kilometer over het zwarte asfalt dat afsteekt tegen het geelachtige gras in de berm. De zon schijnt, de lucht is blauw en we vreten de kilometers op. De grens van Botswana is weer simpel en vriendelijk. Die van Namibie in Buitepos is wat moeizamer, wat vooral te maken heeft met de ongeïnteresseerde kauwgom kauwende mevrouw van de immigratie. Ze heeft het druk met haar telefoon en geeft Tebbo de verkeerde visa wat haar dus nog meer werkt geeft waar ze geen zin in heeft. Maar het lukt en dan moeten we naar een ander loket voor de roadtax. Als we ons kenteken doorgeven, zegt de mevrouw achter de balie dat we hier voor het laatst in 2012 waren met dat kenteken en dat er nog een openstaande betaling is van 35 namibische dollar, dat is 2 euro……. Je kunt niet zeggen dat de computersystemen hier niet werken;-) Na de betalingen kunnen we gaan rijden en zijn we in Namibie. Wat het precies is weet ik niet, maar toch is het meteen anders. Leuk !

We rijden door naar Trans Kalahari Inn in Windhoek, een camping van Nederlanders vlakbij het vliegveld. We zien meteen een paar bekenden en drinken wat in de bar. We blijven een paar dagen in Windhoek, moeten een aantal administratieve zaken regelen en een aantal praktische zaken, waaronder een extra reserveband. Die ligt al klaar bij Hans van Dunlop tyres. Perfect geregeld. Op de camping brengen we diverse avonden door in de bar met andere Nederlandse reizigers en voor we het weten is het zaterdagochtend 23 juli 5.35 uur en staan we op het vliegveld op mijn ouders op te halen, die hier tweeenhalve week met ons komen reizen. Hoe leuk is dat!

Daarover de volgende keer meer, anders wordt het helemaal zo’n lang verhaal….


Link naar fotoalbum

Zuid Afrika - Hoedspruit | maandag 04 juli 2016


Hello hello hier weer even een teken van leven vanaf het zuidelijk halfrond. De afgelopen weken verbleven we in Hoedspruit, een heerlijk, mooi en groot dorp. Samen met Piet en Meta, onze oude buren met wie we een tijdje door Marokko hebben gereisd, hadden we de afgelopen twee weken een prachtig huis gehuurd op Zandspruit Bush and Aero Estate in Hoedspruit. Een villa met een rieten dak middenin de bush, met uitzicht op de Drakensbergen, een zwembad, de nyala’s, kudu’s en giraffes die door de tuin lopen, een grote wilderness area met vele dieren en een airstrip waar met kleine vliegtuigjes geland kan worden. Wat wil je nog meer? Het was er heerlijk vertoeven. Vanuit het huis hebben we diverse uitstapjes gemaakt, want de omgeving van Hoedspruit biedt zoveel moois dat je hier lange tijd kunt verblijven.

We bezochten Jessica the hippo, het wereldberoemde nijlpaard waar al 100 documentaires over zijn gemaakt, onder andere door National Geographic. Het beest is zo tam als wat, en loopt bij de eigenaren door huis en slaapt op de veranda. Als bezoeker mag je Jessica ook voeren, Tebbo, Meta en Piet gingen eerst en vooral Tebbo en Meta vonden het als opperdierenliefhebbers geweldig, Piet vond het na een paar stukken zoete aardappel wel genoeg en ik bedankte beleefd (weet je wel hoe groot die bek en die tanden zijn!) Maar de menselijke vader van Jessica wilde daar niets van weten en ook ik moest eraan geloven. Onhandig vervulde ik de opdrachten, stukje zoete aardappel pakken, neus van Jessica zacht aaien en vervolgens het eten ergens in dat grote gat werpen. Ook ik vond het na een paar stukjes genoeg en stortte me weer op het fotograferen en filmen;-)




Hoedspruit ligt vlakbij Kruger National Park, een van de bekendste wildparken ter wereld, en een bezoek aan het Kruger mocht dan ook niet ontbreken. We vermaakten ons twee dagen met het zoeken naar de dieren. Aangezien Kruger een oppervlakte heeft zo groot als Israël konden we natuurlijk niet het hele park ontdekken. De eerste dag gingen we naar binnen via de Orpen gate, en wat we zagen was een immens verdroogd landschap, bijna geen groen aan de bomen. Onvoorstelbaar hoe de dieren momenteel kunnen overleven. En de droogte waarover bericht wordt in de media zagen we hier met onze eigen ogen. Al gauw spotten we zebra’s en de vele antilopes die in overvloed aanwezig zijn. Met het dierenboek tussen ons in, proberen Meta en ik het verschil te spotten tussen de kudu, steenbok, duiker, nyala en impala.



Even later, op een klein zandpaadje staan we tussen een immense kudde olifanten. Onvoorstelbaar hoe dichtbij deze grootste levende landdieren zijn. Grote mama olifanten met tussen hun poten de kleintjes die nieuwsgierig naar ons kijken. Ze slopen daadwerkelijk alle bomen die ze voorbij komen, takken worden afgebroken en de weinige blaadjes die er nog aanzitten worden smakelijk naar binnen geslokt. Na deze unieke voorstelling rijden we door en gaan lunchen bij een van de lodges. Op de terugweg zien we ergens een auto staan en als volgzame herders stoppen wij ook. Daar in de verte, in de droge rivierbedding ligt een leeuw met haar welpen. Helaas kunnen we het niet goed genoeg zien.



De regels van Kruger zijn simpel, niet uit de auto en voor zonsondergang het park verlaten tenzij je overnacht in een van de lodges of op de campsite. Aangezien we niet gaan overnachten moeten we er uiteindelijk tegen racen om op tijd te komen. We rijden een soort van rally op het prachtige zandpad dat we volgen richting uitgang. Piet zegt dat als we op dit tempo doorrijden we straks in de bocht op de kont van een olifant botsen. Hij heeft de zin nog niet uitgesproken of we rijden bijna tussen de poten van een giraffe door. Het statige dier kijkt verstoord op en doet uiteindelijk een stap opzij. Wat is ie groot en mooi!
Om onze safari van vandaag af te sluiten, gaan we heerlijk uiteten bij Hat & Creek, een van de vele goede restaurants in Hoedspruit.

Een paar dagen later besluiten we nog een bezoek te brengen aan Kruger, onderweg naar de de Phalaborwa gate worden we aangehouden door de politie. Zoals te verwachten: snelheidsovertreding. Tebbo stapt uit en moet mee naar de drie agenten om een boete te betalen. Als buitenlander moet je meteen afrekenen. Op het moment dat het officiele formulier wordt ingevuld en een bedrag van 600 Rand wordt genoemd (ongeveer 36 euro) zegt Tebbo, doe maar 500 Rand. Weet je wat zegt de agent, geef maar cash 200 Rand en dan kun je gaan. Zakgeld voor de agent, wij een goedkope boete. TIA:-)



Het is een miezerachtige bewolkte dag, en tot onze verbazing is het in dit gedeelte van Kruger veel groener. Het duurt lang voordat we wild zien. Maar dat is juist ook de charme van dit immense wildreservaat. Je weet niet waar de dieren zijn, je moet ze zoeken. Je rijdt en rijdt, vaak van waterplas naar waterplas, over zandwegen door de bush. En dan opeens sta je tussen een kudde buffels, een van de Big Five. Buffels hebben we al eerder gezien, maar zo’n grote kudde nog nooit. Ongelooflijk indrukwekkende beesten met hun korte poten, gespierde nek en grote kop met horens. En we rijden dan ook niet verder vooruit, maar een stukje achteruit zodat we niet ingesloten worden. Links en rechts van de auto, voor de auto overal staan buffels die zich niet laten afleiden door ons mensen. Zij bepalen en wij passen ons aan. Mooi deze natuur.

We lunchen bij Letaba, waar je uitkijkt op een immense vlakte. Een eenzame olifant in de verte, een luierend nijlpaard op een heuveltje en drinkende antilopes bij een waterplas. Een Out of Africa gevoel overvalt me.



Op de terugweg naar de gate, zien we een auto staan met een man erin die een gigantische telelens gericht houdt op een rotsenpartij in de verte. Ook ik zoom in en jawel, een luipaard! Onvoorstelbaar, hij loopt over de rots heen en weer, gaat zitten en poseert. Het is in de verte, maar wat een uniek schouwspel. Zo vaak heb je niet de kans een bewegend luipaard te zien.

Tijdens ons verblijf in Hoedspruit bezoeken we ook het Endangered Species Centre. Hier leren we over bedreigde diersoorten waarvan de neushoorn een is. Er wordt veel gestroopt op neushoorns. Er zijn mensen die 100.000 dollar betalen voor 1 kg hoorn, omdat iemand ze het fabeltje verteld heeft dat het kanker kan genezen en impotentie ongedaan maakt. In dit opvangcentrum zitten ook neushoorns. Maar daarnaast ook cheetahs, wilde honden, caracal en ground hornbills, een vogel die maar weinig vliegt. In een 2 uur durende rondrit worden we langs de kooien van de dieren gereden en leren we over de beesten. Zo horen we dat cheetah zwarte strepen bij zijn neus heeft omdat ze overdag jagen en door die zwarte strepen kunnen ze blijven zien in de zon. Een luipaard heeft wit rondom zijn ogen, hij jaagt in het donker en het maanlicht weerkaatst in dat witte waardoor hij kan zien. Voor het eerst in mijn leven zie ik de zeer zeldzame, maar prachtige king cheetah die veel donkere vlekken heeft. Dit dier leeft niet meer in het wild, en hier liggen ze gewoon voor onze neus. Als ik vraag waarom ze niet meer in het wild worden vrijgelaten en of ze een fokprogramma hebben, antwoordt de gids dat ze niet meer kunnen overleven in de natuur vanwege hun opvallende kleur. Als we nog wat vragen stellen, wordt het antwoord steeds vager. Even later zitten we tussen een roedel wilde honden. Eigenlijk wel hele mooie beesten met guitige oren. Ze lopen zenuwachtig langs de auto, en eentje blijft wel heel dichtbij staan en showt z’n tanden. Aan het einde van de tour besluiten we dat een mooi initiatief is, maar dat het toch een beetje voelt als een dierentuin.



We brengen ook nog een bezoek aan de Blyde River Dam, we ontdekken de omgeving, maken kennis met een aantal Afrikanen, ontdekken het verschil tussen beide supermarkten in Hoedspruit, we zien dat er een apotheek is, een medisch centrum, een fysio, een golfbaan, leuke winkeltjes, we ontmoeten nog meer leuke mensen. En eigenlijk hadden we ook nog de Panorama route willen rijden, Pilgrims Rest willen bezoeken en de Blyde River Canyon willen aanschouwen. Tebbo en ik hebben het al eens gezien, maar het is zo mooi dat we het nog wel een paar keer willen zien. We maken nog een rondvlucht in het vliegtuigje van een van de eigenaren van Zandspruit estate. Vele avonden worden gevuld met klaverjassen, dames tegen de heren met een klinkklare heldere uitslag: girl power. Tebbo bakt ons eigen brood, we duiken overdag en in het donker in het zwembad en we proosten onder de sterrenhemel op het leven.



En natuurlijk rijden we ook rond in de wilderness area op Zandspruit. Op een avond, tegen zonsondergang zien we de zebra’s en eindelijk maar toch de giraffes. 5 stuks, waaronder een kleintje. Ze zijn net zo nieuwsgierig als wij. Aangezien deze estate geen Big Five heeft, mag je hier gewoon wandelen en fietsen als ‘bewoner’. We stappen uit de auto om rustig de giraffes bij de drinkplaats te kunnen aanschouwen. Magische momenten, 5 gracieuze giraffes kijken naar ons, terwijl de schemering een betoverende gloed op ons werpt. Na het lessen van de dorst lopen ze richting de zon, de horizon kleurt rood-oranje en langzaam stappen de giraffes achter de bomen vandaan en zien we alleen nog maar silhouetten. Dit is het ultieme Afrika gevoel. Het is zo mooi, alle vier zouden we hier wel willen wonen. En we doen het....


Link naar fotoalbum

Zuid Afrika | dinsdag 14 juni 2016


Zo eindelijk de goede combinatie: tijd genomen om te schrijven en goed internet. Twee ingrediënten die nodig zijn voor een verhaal op deze website:-)

Beginnend met het belangrijkste: we hebben de truck! De ingrediënten die nodig zijn om dat voor elkaar te krijgen: een goede agent (thanks bro), tijd, geduld en een glimlach. En die 4 ingrediënten hadden we. Dus toen op zondag de boot aanmeerde, konden we op maandag al de douanecontrole doen en op dinsdag reden we het haventerrein af met een grote glimlach en uitgezwaaid door vriendelijke Afrikaanse havenmedewerkers.




En toen kon de reis beginnen: inpakken, watertank vullen, dieseltanks volgooien en hoppa. Heerlijk cruisden we door Zuid Afrika. Tot er onderweg een meneer voorbij kwam die met z’n arm uit het raam driftig zwaaide. We vertrouwden het toch niet, dus in de berm op de snelweg gestopt. Een blik was voldoende: lekke rechter achterband. En dat is niet handig….. We hebben de band snel met lucht gevuld, er werd al gestopt door een afsleepdienst met de vraag of ze konden helpen, en die begeleidde ons naar het dichtstbijzijnde tankstation. Daar haalden we de band eraf, onder begeleiding van 14 Afrikaanse kinderoogjes. De band eraf was een simpel klusje, maar de velg vergde wat meer moeite. Het doel was de band te plakken, maar toen we na lang wrikken en zwoegen de velg er eindelijk af hadden, bleek de band aan de binnenkant zo kapot dat plakken niet haalbaar was. Dus toen maar de reserveband van de cabine gegooid en de band verwisseld. 7 Afrikaanse kindjes waren heel erg blij met onze kapotte band die ze meteen wegrolden naar elders.



Aangezien het al begon te schemeren maar snel een camping gezocht en we belandden op een prachtig plekje aan de Indische Oceaan. Het strand was letterlijk 100 meter bij ons vandaan en met het ruizen van de golven op de achtergrond vielen we voldaan in slaap. De volgende dag een paar uur bezig geweest om nieuwe reservebanden te vinden en dat bleek niet zo makkelijk. Vele telefoontjes gepleegd, vele websites bezocht. Onze vorige banden die we in Afrika besteld hadden, hadden we geregeld bij Dunlop in Windhoek Namibie. Dus daar naar toe gebeld. Binnen een half uur hadden ze nieuwe banden voor ons gevonden in Johannesburg. Die zouden per vrachtwagen naar Durban vervoerd kunnen worden in de nacht en dan de volgende ochtend bij een bandenbedrijf afgeleverd worden om 9 uur. Oke het klinkt wat omslachtig en dat was het ook wel, maar wij waren blij want we hadden 2 nieuwe reservebanden. Als het goed zou gaan natuurlijk. Aangezien we dus terug moeten naar Durban morgen, blijven we hier nog een nachtje slapen en gaan we eerst even over het strand wandelen en later zittend in het zachte zand hebben we leuke gesprekken met een stel mannen.



De volgende ochtend komen wij om 11 uur aan bij het bandenbedrijf, maar hoeveel honderden banden ze ook hebben, niet die van ons….. Een paar telefoontjes later blijkt de chauffeur nog onderweg te zijn, hij werd verwacht tussen 13 en 14 uur. Dus zet ik in de mantra TIA in en ga gewoon een boek lezen in de truck terwijl Tebbo met deze en gene een gesprekje aanknoopt. En inderdaad TIA : This is Africa. Om 13.50 uur zijn daar onze nieuwe banden. Nadat we ze met de heftruck op het dak hebben vastgelegd, onder toeziend oog en met behulp van vele werknemers, kan onze trip dan echt beginnen.

Van de kust gaan we langzaam landinwaarts richting Ladysmith, we gaan richting de 1100 meter en dat betekent dat het kouder wordt. Wat het sowieso al is, want het is herfst hier op het zuidelijk halfrond. En de herfst hangt ook echt in de lucht, de blaadjes van de bomen kleuren rood, oranje en geel. Sommige bomen hebben hun bladeren al verloren. De akkers zijn dor maar worden opgefleurd door het diepgroen van de dennenbomen. In Ladysmith rijden we door het centrum waar je in de sommige blokken alleen donkere bevolking ziet, het krioelt het bruist. Op straat worden haren gevlochten, de geuren van gebraden kip, op de markt kun je van alles kopen. Heerlijk. Dit is Africa.

Van Ladysmith rijden we naar Newcastle, een fabelachtig mooie route over de N11. De herfstfilter die over het landschap hangt is magisch. De kleuren van de natuur hebben een zachte gloed, alles is dieper en intenser in de herfst door de aanwezige douw en de zon die door een lichte bewolking schijnt. Uitgestrekte vlaktes met dorre grassen in bruin/oranje kleuren af en toe opgehelderd door de diepgroene acacia bomen. Kilometers asfalt leggen we af in deze prachtige herfstgloed.




Newcastle zelf is niet echt een bezoek waard, het is een industriestad met kolenmijnen en staalfabrieken, weinig sfeer en veel viezigheid. Op zondagmorgen is het vooral heel stil in Newcastle, een enkele persoon veegt de straat, een ander loopt langzaam naar elders, een groepje mensen is op weg naar een van de vele kerken die de dorpen en steden in Zuid Afrika rijk zijn. En wij lopen al voor 10 uur in de Pick n Pay, de plaatselijke supermarkt. De mensen zijn vrolijk, aardig en ontspannen.

Eenmaal weer on the road gaan we op weg naar Piet Retief, we passeren verkeersborden met plaatsnamen als Ermelo, Utrecht, Amersfoort, Middelburg en Amsterdam. In niets te vergelijken met hun Nederlandse zustersteden. De campings waar we tot nu toe overnacht hebben, zijn rustig en er zijn weinig andere bezoekers. Maar dat is niet erg, je moet alleen even door de verlaten aanblik van sommige entrees kijken.

Het plan was naar Swaziland te gaan, maar vanwege diverse redenen besluiten we dat niet te doen. Andere keer beter. We pakken de R36 richting Nelspruit. Vanaf de plaats Carolina is het alsof we over een zen-route rijden. Een rustgevend landschap van weidse dorre vlaktes en een eentonige lange streep asfalt. Je raakt vanzelf in een soort meditatieve geestestoestand waarin je hersens tot rust komen en even niet hoeven of moeten denken of beslissen. De temperatuur wordt zachter want inmiddels zitten we weer 1000 meter lager. Een natuurcamping aan de rand van Nelspruit is onze stop. In de late namiddag zon, genieten we van een hapje en een drankje terwijl de apen in de bomen ten tonele verschijnen voor een nieuwsgierige blik op ons mensen.

Ik doe al een paar dagen een poging te fotograferen, maar telkens geeft m’n lens een foutmelding. Met behulp van internet vinden we Africa Photographic Service in Nelspruit. Hier kun je foto apparatuur huren en cursussen volgen. En misschien ook wel reparaties uitvoeren dus we gaan ze een bezoekje brengen. Een uiterst vriendelijke jongeman helpt ons en is er binnen 2 minuten achter dat de lens inderdaad kapot is. Maar hij denkt dat ie wel gerepareerd kan worden. Een nieuwe kost minimaal 900 euro. Slik, ik hoop op reparatie. Hij pleegt een telefoontje en vertelt dat het 170 euro kost en een paar dagen duurt. Als ik uitleg dat we rondreizen vraagt ie waar we over een paar dagen zijn, dan wordt de lens daar gewoon naar toe gestuurd. En betalen doe je pas achteraf. Wow. Over service gesproken. Ook nu denk ik even aan m’n mantra TIA maar wel met een hele grote glimlach. Opgetogen besluiten we nog even onze hobby uit te voeren: auto’s kijken bij dealers. Grinnik.



En dan rijden we door naar Hoedspruit. Op zich een makkelijk ritje van 160 km, maar wegens wegwerkzaamheden doen we er lang over. Maar ach we hebben tijd, het zonnetje schijnt en we zijn in Africa dus het maakt ons momenteel helemaal niets uit. Af en toe een koe op de weg, we passeren kleine dorpjes met de kenmerkende wandelende Afrikaan langs de kant van de weg. En onderweg stoppen we even voor een grote groep flamingo’s. Wel opmerkelijk dat ik net gisteravond las dat in onze achtertuin op het Zuidlaardermeer ook een flamingo gesignaleerd is……

En dan komen we aan in Hoedspruit, een heerlijk, mooi en groot dorp waar we de komende tijd zullen we verblijven. Maar daarover later meer.

Met mn iPhone heb ik natuurlijk ook wat fotos gemaakt, zie de link hieronder.
Link naar fotoalbum

Zuid Afrika | zaterdag 28 mei 2016


Het laatste bericht verscheen uit en over Marokko.
Tussendoor geen berichtje dat we in Nederland waren en dat we de truck weer gingen verschepen. En nu opeens komt dit bericht uit Zuid Afrika.

We moesten wat hindernissen overbruggen met vertraagde vluchten, met op andere vluchten geplaatst worden en een hotel dat opeens veranderd was. Maar uiteindelijk komt het toch weer goed en zijn we daar waar we graag zijn: in Afrika.

De truck is nog onderweg en dobbert ergens op de Indische Oceaan vlak voor de kust van Zuid Afrika, als alles goed gaat komt de boot zondag aan in Durban. Maandag wordt de truck gelost, kunnen we met de douane een controle doen en worden de papieren in orde gemaakt. Dinsdag wordt de truck hopelijk vrijgegeven en kunnen we beginnen aan een nieuw avontuur.

Maar TIA (This Is Africa) dus alles kan veranderen en dat weten we inmiddels en is part of the deal. Dus ondertussen genieten wij gewoon van de zon, de mooie mensen, het eten en het weer in Afrika zijn.

We zullen de komende drie maanden onbekende en bekende paden gaan kruisen, we zullen beleven en genieten. En voor wie wil een stukje wil meegenieten zal ik weer gaan schrijven over de reis over de Afrikaanse wegen en vast ook wel weer over een stukje reis in mijzelf. Want waar je ook gaat, je neemt jezelf mee, elke reis weer.


Marokko deel II : een verhaal en de fotos | vrijdag 18 maart 2016


Voor wie van teksten houdt, hieronder een lang verhaal....

Voor wie van beelden houdt, hieronder 2 links naar het fotoalbum met heel veel fotos....


Fotos Marokko deel II | vrijdag 18 maart 2016


Fotos Marokko deel II


Link naar fotoalbum

Fotos Marokko deel III | vrijdag 18 maart 2016


Fotos Marokko deel III


Link naar fotoalbum

Marokko deel II | vrijdag 18 maart 2016




Na El Jadida gaan we in de richting van Agadir. De weg is best saai, maar wordt gelukkig afgewisseld met leuke dorpjes als Jamaat Shaim, kleurrijk en schoon. We zien vele ezelkarren, of ezels zwaar belast met riet of andere producten. Langs de weg vele schaapsherders, zittend op een steen of leunend op een stok. Als we onderweg ergens in de middle of nowhere stoppen voor de lunch komt er een prachtige kleine Marokkaanse vrouw voorbij die haar koeien uitlaat. Als ze ons ziet, komt ze even langs en spreekt met een stralend gezicht ons toe in het Berber. Ik krijg prompt 3 zoenen en klapjes op mijn wangen. Wat een prachtige vrouw.

Na Leghiat verandert het landschap, bergen en grote dorre vlaktes met af en toe een boom. We besluiten te overnachten in het kuststadje Essaouira op een mooie camping vlakbij zee. We pakken de taxi voor 0,70 cent naar de fascinerende 18e eeuwse medina vol smalle kronkelende straatjes, architectonische gebouwen, markten en restaurantjes. We kijken onze ogen uit, en worden overweldigd door de geuren van specerijen en de kleuren van doeken en tapijten. In een van de kleine winkeltjes kopen we zakjes vol geurige kruiden en worden we vermaakt door Abdul. Op een dakterras van een van de vele restaurants genieten we van het uitzicht op de Atlantische Oceaan en door de aankleding wanen we ons in de sferen van 1000 en 1 nacht. Bienvenue en Maroc.



Piet en Meta onze oude buren, reizen momenteel ook met hun camper door Marokko en ze komen vandaag hier naar toe. Dus we gaan een dagje relaxen, wassen en lezen tot er voor de poort een grote camper verschijnt met een geel kenteken, ze zijn er! Tijd voor een biertje en verhalen. Aan het eind van de middag nemen we de taxi naar de medina en genieten we van een Marokkaanse tanjine, een in olijfolie gesmoord gerecht met vlees en groentes, opgediend in de bekende stenen schaal met puntige stenen deksel. De volgende ochtend vieren we het leven: Tebbo is jarig!

We besluiten nog een paar dagen samen te reizen. Gaan richting Marrakech maar als we willen vertrekken geeft de camper van Piet en Meta een storing. Tebbo en Piet sleutelen en het is snel opgelost. Eerst even voorraad inslaan bij de Carrefour, een grote supermarkt. Daar verkopen ze alcohol, in de Marjana, de supermarkt van de koning, verkopen ze dat niet….



Als we onderweg zijn, zie je het landschap veranderen. Het is woestijnachtiger met grote dorre vlaktes. In Marrakech overnachten we op camping Le Relais de Marrakech, ongeveer 10 kilometer ten noorden van de stad. Het is een beetje Europees met afgezette plekken, veel ouderen (ahum) en als we voor onze grote campers een plek zoeken, beginnen er een aantal Fransen meteen te mopperen dat we de weg blokkeren. Tebbo neemt de ‘bokito’ houding aan en scheldt wat in het Frans. We komen niet meer bij van het lachen als we de mooiste plekken van de camping krijgen. En na het eten in het restaurant en de nodige wijntjes eindigt de avond in de taal van postbode Siiiieeemennnnn van Plien en Bianca. Gelukkig zitten alle mensen binnen met de schotels gericht op Astra 1,2 of 3.



De volgende ochtend halen we baquette en Marokkaans brood bij Abdul en zijn kleine winkeltje en na een uitgebreid ontbijt in de zon pakken we om 13.30 de taxi naar het beroemde Djemaa el Fna plein. En daar staan tientallen caleches, paardenkoetsen waarmee je de stad kunt bekijken. We boeken een toertje, maar in plaats van de highlights te zien, worden we vooral langs hotels gereden. Maar dat mag de pret niet drukken! Zingend ‘ in een rijtuigje’ ervaren we Marrakech vanuit een koets.

Weer aangekomen op het plein kijken we onze ogen uit, mensen, eetkraampjes, verse sappen, de bekende slangenbezweerders, aapjes aan touwtjes met luiers om en owee als je een foto wilt maken, dan moet je betalen. We slenteren door de souks, lunchen op een terras en kopen een paar hoedjes. We kijken onze ogen uit in de wirwar van straatjes en de duizenden winkeltjes. Wat een indrukken.



We verlaten Marrakch op weg naar Ouzoud, waar de beroemdste watervallen van Marokko zijn. We nemen de route met de weg in aanbouw. Dwars door de bergen, geen vangrail, alleen maar heel veel dieptes en geen asfalt. Op vele plekken zijn ze bezig de berg uit te hakken, sommige stukken zijn erg smal en kun je zeker niet met 2 auto’s naast elkaar rijden. Maar wat een natuur, onvoorstelbaar! En dan opeens is daar het schilderachtige stadje Ouzoud, vrolijk heet het je welkom. Aan het einde van het stadje ligt camping Zebra van twee Nederlanders waar we overnachten. Daar aangekomen, zien we dat Piet en Meta een klapband hebben, en niet een kleine, de hele band is gescheurd. Ze hadden onderweg al een knal gehoord, maar gekeken en niets te zien. Gelukkig hebben ze dubbellucht dus was het niet een heel groot probleem dat we hebben doorgereden. Maar nu moeten de mannen toch echt aan de bak om de band te vervangen;-) Het is zo gefixt en we belonen onszelf met en heerlijke tanjine in het restaurantje van de camping. Aangezien we hier op redelijke hoogte zitten, ongeveer 1000 meter, is het in de avond echt koud en kun je niet buiten zitten. Overdag is het lekker met een lange broek en tshirt.



We wandelen naar de watervallen van Ouzoud, eenmaal op het plein aangekomen vragen we ons even af waar we precies naar toe moeten. Een vriendelijke jongeman wijst ons de weg en blijft meelopen en vertellen over de omgeving en de watervallen. Hij laat ons de paadjes zien en spreekt goed engels. Ik wandel mooi met hem mee, en af en toe wachten we even op de 3 achtervolgers haha. Hij vraagt me of ik met mijn ouders hier ben, nee zeg ik met mijn man en vrienden. Huh, maar jij lijkt nog zo jong zegt hij. Dat ben ik ook zeg ik;-) Hij vraagt of ik kinderen heb. Nee. Oh dan later zeker zegt hij. Nee zeg ik weer. Hij snapt er niets van maar blijft me aankijken.

De watervallen zijn prachtig, opgebouwd uit drie rotsverdiepingen van waaruit het water 110 meter naar beneden stort. De nevel zorgt voor een verfrissing als je dichtbij staat. En met een beetje geluk zie je de regenboog. Bovenop een plateau worden we verwelkomd door makaak aapjes. Ontzettend schattig en lief. We kopen een paar zakjes pinda’s en de aapjes komen dichtbij en pakken heel voorzichtig een pinda die ze op hun gemak oppeuzelen. Deze apen komen alleen hier en op Gibraltar voor. Gelukkig is het nu geen hoogseizoen en zijn we bijna de enige, maar in de zomer komen hier rond de 15.000, voornamelijk Marokkaanse, toeristen per dag!



Na een relaxdag waarbij we de plaatselijke markt bezoeken, wordt het tijd om weer richting Marrakech te gaan. Mijn neefje Colin en vriend Bas komen een paar dagen op bezoek! Aangezien Piet en Meta nog een reserveband nodig hebben voor de lange weg terug naar huis, besluiten ze gezellig mee te gaan naar Marrakech om daar een band te regelen. We nemen nu de snelle weg in plaats van de weg in aanbouw en dat scheelt een paar uur. Ondertussen zoek ik via mijn super offline app van MAPS HERE op ‘pneus Marrakech’ oftewel banden in Marrakech. Op goed geluk kies ik er eentje en dwars door de stad komen we aan bij een bandenboer. Hij heeft de band niet op voorraad, maar morgenvroeg is ie er. Er moet contant betaald worden, dus gaan Piet en Meta wandelend op zoek naar een pinautomaat. Maar Tebbo komt al gauw met een glimlachende Marokkaanse monteur op de mountainbike voorbij, want het is best ver lopen:-) En zo regelen we binnen een kwartier en met heel veel plezier een nieuwe band.

De volgende ochtend ontbijten we in de zon met de baquettes van Abduhl die weer voor ons klaarliggen in een plastic zak en met een grote glimlach worden overhandig. Wat zijn de mensen hier toch ongelooflijk aardig. Tebbo en Piet nemen de taxi naar de bandenboer en als ze terugkomen is het voor ons tijd om naar het vliegveld te gaan.

In de truck crossen we weer dwars door Marrakech-stad, modern en oud, fleurig en vrolijk, 3 banen 5 auto’s naast elkaar, een toetertje hier een toetertje daar, het is chaotisch maar leuk. Het vliegveld is niet zo groot en de parkeerplaats ligt voor de deur. En dan zijn de boys daar, vrolijk zwaaiend met een zonnebril al op! Met z’n vieren in de truck en eerst even boodschappen doen. De jongens willen vooral Marokaanse dingen proberen: Marokkaanse chips, Marokkaans snoep, brood etc. Heerlijk. Terug naar de camping, even acclimatiseren en dan nemen we met zijn vieren de taxi naar het grootste plein van Marrakech: Djemaa el Fna. Overdag is hier wel wat te doen zoals eerder beschreven, maar in de avond is het onbeschrijfelijk. Het hele plein is stampvol, het krioelt van de mensen, er is een gigantische markt, een soort van openluchtcircus met dans, straattheater en vooral veel eten. Het is een ongelooflijke ervaring om het plein bij avond mee te maken, dit is zoals je het in de films ziet. Hier ruikt het zoals je verwacht dat het zal ruiken. De jongens kijken hun ogen uit en genieten volop. We gaan eten op een dakterras zodat we het plein kunnen zien. Marokkaans eten voor de heren en voor mij pizza kebab. Vlak voor 20.00 uur beginnen de imams op te roepen tot gebed, vanuit alle moskeeën klinkt het Arabisch. Het is erg mooi, als vanzelf houdt de muziek op, het enige dat wij verstaan is Allahu Akbar en het klinkt mooi.



De boys slapen in de truck, beetje kamperen en de volgende ochtend maken we ze blij met een Berber tentje waar ze normaal kunnen slapen. Deze dag staat een bezoek aan de bekende medina en de duizenden winkeltjes op het program. De taxi brengt ons naar het plein en na het nuttigen van een overheerlijk vers aardbeien sapje stappen we de nauwe smalle straatjes in. Als je ook maar even kijkt of voelt aan iets, dan komt de verkoper naar je toe. In het begin is dit overweldigend maar langzaam ga je eraan wennen. Ook het afdingen hoort erbij, anders betaal je echt veel te veel. Het is een spel dat we moeten leren spelen en in de loop van de dag krijgen we er nog lol in ook. Uren slenteren we door de grootste medina van Marokko, door een doolhof van souks. Na de aanschaf van schaaltjes, een theepot, sjaals, kruiden etc gaan we moe maar voldaan naar de taxi die ons terugbrengt naar de camping. Samen met Piet en Meta nuttigen we een Hollandse maaltijd alvorens een ieder moe maar voldaan in slaap valt.

Colin en Bas willen graag meer zien dan alleen de stad, en dat is natuurlijk erg leuk. Een stukje Africa proeven, ruiken en zien. Maar de afstanden zijn soms best ver, daarom besluiten we met hen naar de watervallen van Ouzoud te gaan. Piet en Meta gaan ook weer verder. Na een dikke week samen reizen vol gezelligheid en belevenissen nemen we afscheid. Maar dit was vast niet de laatste keer dat we samen een tijdje optrekken;-) Zij gaan richting kust en wij naar het oosten. We vinden het niet erg om nog een keer naar Ouzoud te gaan, en voor de boys is het een perfecte kennismaking met Noord Africa. We stoppen in stadjes, lopen over een marktje, ruiken de kruiden en het stof, zien de ezels en dromedarissen, vrolijk lachende mensen, zwaaiende kinderen en natuurlijk de watervallen en de aapjes. Op camping Zebra eten we Marokkaanse tapas, we voeren mooie, bijzondere en waardevolle gesprekken, we spelen het ‘ Met de billen bloot’ spel met bijzondere, leuke, mooie, grappige en indringende vragen. Moe en voldaan gaan de jongens naar hun Marokkaanse hutje nadat we nog even de nachtelijke sterrenhemel hebben aanschouwd.



De volgende dag weer terug naar Marrakech, onderweg komen we langs een echte plaatselijke markt, met tentjes van zeil, ezels en poep, kippen, vruchten en wasmiddel. Als we verder rijden ziet Tebbo een stel mannen die een slang aan het doden zijn. Hij blijkt giftig te zijn. In Marrakech parkeren we vlakbij de medina, nuttigen een cocktail op het dakterras van een luxe lounge club en eten op het plein. We overnachten op de parkeerplaats van het vliegveld, aangezien de boys om 4.30 uur moeten opstaan. Als ze om 5.15 door de gate gaan, zijn we alle vier een unieke belevenis rijker en hebben we een ongelooflijk gezellige tijd gehad. Terwijl de jongens het vliegtuig in stappen, kruip ik nog even weer in bed.

En als we wakker worden, zijn we opeens met z’n tweetjes. We realiseren ons dat we niet zo heel veel tijd meer hebben in Marokko en dat is jammer, want oh wat is dit een mooi land en wat zijn de mensen ongelooflijk aardig. We besluiten richting Dadelkloof te gaan met een tussenstop in de eeuwenoude stad Ouarzazate dat met haar landschap met adembenemende valleien, olijfbomen en vele kashba’s al jarenlang het decor vormt voor films en daarmee een van de belangrijkste filmlocaties is in Noord-Afrika. Op de motor verkennen we de stad, drinken we Marokkaanse thee op het plein en in de avond worden we op de camping getrakteerd op een Afrikaanse muziek van de lokale bevolking met een beat waar je hart letterlijk harder van gaat kloppen.



We verlaten de mooie filmstad en gaan richting het oosten naar de Dadelkloof. De route over de N10 voert door een woestijnlandschap met af en toe een begroeide oase met palmen en vruchtbare akkers. Het eerste gedeelte is een splinternieuwe asfaltweg die afsteekt tegen de stoffige, zanderige omgeving. We passeren Kalaat M’Gouna, een lieflijk stadje waar de beroemdste rozen van Marokko groeien die voor rozenwater gebruikt worden. En dan is daar Boumalne du Dades en ben je bijna in de Dadelkloof. Aan het begin van de kloof rijden we naar een camping met uitzicht op de Apenvinger rotsen. Het is een ietwat kleine camping en er staat nog niemand, maar voor de zekerheid reserveren we een plekje, want we willen eerst de Dadelkloof bekijken. De vriendelijke eigenaar vindt alles goed en we gaan op pad. De route is verbluffend en spectaculair en wordt omgeven door imponerende rotsen, kasba’s en aan de rivier zien we terrassenakkerbouw waar groente, fruit en granen worden verbouwd. Eigenlijk valt het niet in woorden te beschrijven het is bijna een surrealistische omgeving zo mooi. De roodgetinte huizen zijn een met de omgeving, gaan erin op. De weg kronkelt omhoog en de bochten zijn soms zo scherp dat we de draai niet in een keer kunnen krijgen. Op sommige stukken hangen de rotsen zo ver over de weg en is de weg zo smal dat ik uit moet stappen. Iets te ver naar links en we raken de uitstekende rotsen, iets te ver naar rechts en we gaan het ravijn in. Geen vangrail en op sommige stukken brokkelt de weg af, maar oh wat is het mooi. Van andere reizigers hebben we gehoord dat het laatste stuk van de route zo smal is en op hoogte dat er bijna geen doorkomen aan is, en als het ook maar even nat is, glijd je naar beneden. Met een truck van 11 ton is dat toch wel een risico dus dat doen we maar niet. We keren om en genieten verder van het adembenemende landschap tot we weer bij de camping aankomen en als enige mogen genieten van de natuur om ons heen.



We rijden verder richting de Sahara, deze reis slaan we de Tohdrakloof over dat komt hopelijk een andere keer en je kunt niet alles zien;-) Eerlijk gezegd is een groot deel van de route saai, een immens desolaat landschap met een enorme woestijnvlakte en droogte, af en toe een oase en vele electriciteitsmasten. Maar zodra we bij Rissani naar het zuiden afzakken zien we de eerste zandduinen, de Sahara. We zitten nu vlakbij de grens met Algerije. Bij het tankstation tanken we even wat benzine voor de motor en worden aangesproken door Hassan, die eigenaar is van camping Secret du Sahara. Met de aanwezigheid van brood en wifi haalt ie ons over om bij hem te overnachten. En ohohohoh wat is het gaaf. We staan gewoon pal aan Erg Chebbi dat een iconisch beeld van de Sahara woestijn geeft. Maar daarover later meer;-)











We zijn in Marokko ! | zondag 28 februari 2016


Babe, we’re on the road again!
We zijn in Marokko!

Maandag 22 februari 2016 verlieten we thuis om op weg te gaan naar Marokko. Aangezien we ongeveer 6 weken hebben en vooral Marokko willen zien, besluiten we rechtstreeks naar Marokko te rijden. Dit houdt in dat we de eerste dagen veel kilometers zullen maken. De eerste nacht overnachten we op een parkeerplaats voor truckers, 120 kilometer voor Parijs. Het is een immense parkeerplaats van P1 tot en met P9……Het kacheltje moet aan want het is koud en we gaan op tijd slapen. We worden dan ook vroeg wakker en stappen weer in op weg naar Bordeaux. Het zonnetje schijnt door de bewolking heen en dat maakt de weg nog enigszins leuk, maar voor de rest is het vooral saai. En als het in de loop van de middag gaat regenen, glijden de kilometers voor mijn gevoel maar langzaam onder de truck door. We overnachten bij Chateau Bertinerie in Cubnezais, 20 kilometer voor Bordeaux. Een wijnboer die zijn parkeerplaats gratis openstelt voor campers. Het is een prachtige plek omringd door druivenranken. Helaas zijn er deze tijd geen rondleidingen, die beginnen pas in maart en we kunnen jammer genoeg voor Tebbo ook geen wijn inslaan. Maar gelukkig wordt dat later ruimschoots ingehaald.

We rijden over de tolwegen en dat gaat mooi snel. Vlak na Biarritz gaan we de grens over naar Spanje. Het zonnetje schijnt, het is 17 graden en de wegen zijn mooi hier in het Baskenland. We rijden tot aan Burgos waar middenin de stad een camperplaats is. Hier overnachten we met nog een aantal andere campers en een grote kermisfamilie. Als we opstaan is het 4 graden, best fris maar we geloven erin dat het warmer gaat worden naarmate we zuidelijker komen. Op naar Granada. De wegen hier zijn breed en mooi. Nieuwe wegen door een desolaat landschap. De kleuren van de natuur zijn donkergroen met bruin en zandtinten, heuvels vol olijfbomen en een totale rust. We glijden door dit schilderachtige landschap en onze hersenen worden gevuld met nieuwe dromen en gedachtes.



We komen langs Madrid en rijden dwars door deze mooie stad. Hierna volgen we de borden Cordoba en Granada, tolweg R4 is een prachtige weg met weinig auto’s. De omgeving wordt gevormd door een woestijnachtig landschap met her en der uit de grond gestampte stadjes als Sesena. Het doet me denken aan Las Vegas waar je ook eerst door de woestijn rijdt en opeens is daar uit het niets de gokstad van de wereld. Hier ontbreekt weliswaar de neonverlichting maar toch. De temperatuur is heerlijk, om 16.30 tikt de thermometer nog 17 graden aan. En dat terwijl de met sneeuw bedekte bergen van de Sierra Nevada voor ons zien. Andalusie is werkelijk betoverend. Middenin de stad Granada overnachten we op een camping met veel bedrijvigheid van andere toeristen, van de lokale bevolking die een soort van racket bal komt spelen en van kinderen uit de buurt. In de avond wandelen we een stukje en ontdekken de vele verlaten straten, volgebouwd met hoge appartement gebouwen en stille donkere hoekjes. Geloof niet dat dit het mooiste gedeelte is, maar dat zullen we een andere keer misschien ontdekken.



De volgende ochtend vullen we de watertanks, dumpen we de vieze tanks, doen we boodschappen bij Al Campo en slaan we wijn en bier in want dat is in Marokko slecht te verkrijgen is ons verteld. Op naar Algeciras waarvandaan we de boot naar Ceuta zullen nemen. Hebben niet geboekt vooraf omdat we niet weten wanneer we er precies zullen zijn en aangezien het geen hoogseizoen is komt het vast wel goed. Op de snelweg zie je bij de tankstations grote reclameborden van de bootbedrijven waar je nu alvast je ticket kunt kopen. We stoppen en vragen even naar de prijzen en de vaartijden. Voor 200 euro hebben we een open retour van Algeciras naar Ceuta. Dat is goedkoper dan we op internet hadden gezien, dus we boeken bij de aardige mevrouw een ticket. Moeten we nog wel even doorrijden, want de grote boot vertrekt om 14.00 uur. En gezien de grootte van de truck moeten wij op de grote boot. Het is inmiddels bijna half 1 dus dat wordt nog even door kachelen. We passeren populaire badplaatsen als Malaga en Marbella, volgebouwd met villa’s, appartementengebouwen, shoppingcentra en golfbanen. De tijd tikt snel weg, geen idee of we het gaan halen. De volgende grote boot gaat pas om 18.00 uur, dus even wat snelheid erin. Om 13.49 uur rijden we de boot op, we made it! We nuttigen een lunch en nestelen ons daarna op het dek en kijken naar de woeste baren van de Straat van Gibraltar. Ik kijk mijn ogen uit, wat een druk waterverkeer. Olietankers, vrachtschepen, ferry’s alles vaart kriskras langs elkaar. We hebben wind mee en de boot komt om 15.15 uur aan in Ceuta in plaats van 15.30.



Ceuta, een Spaanse enclave in Marokko. Als we de boot af willen rijden geeft de truck een melding in het scherm: storing voertuigcomputer. Hij start wel, dus rijden we de boot af op zoek naar een parkeerplaats. Daar bellen met de MAN dealer en de jongens van de werkplaats vertellen dat we eerst nog wel even door kunnen rijden, maar dat je daarna toch even moet kijken wat er loos is. We rijden door, op zoek naar de Marokkaanse grens. Om ons heen krioelt het van de mensen, Spaans en Marokkaans, met hoofddoek en zonder, Spaans, Frans en Arabisch wisselen elkaar af. Alles is volgebouwd, overal rijden auto’s, taxi’s, bussen en politie. Als er hekken, roadblocks en veel uniformen verschijnen, weten we dat bij de grens zijn. Aan de Spaanse kant kunnen we zo doorrijden. Bij de Marokkaanse kant moeten we stoppen om papieren in te vullen en stempels te halen. Meteen staan naast de truck twee ‘runners’, mannetjes die je helpen met alle papieren. Je kunt het ook zelf doen, maar dit is wel zo leuk en makkelijk. Ze spreken zo ongeveer alle talen en zijn vrolijk gestemd. In het begin mag ik nog mee voor het invullen van de immigratieformulieren, daarna komt het echte werk en dat is voor mannen en dus moet ik in de truck plaatsnemen. Ik nestel me op een positie dat ik Tebbo kan volgen via alle spiegels en ik houd de tijd in de gaten hoe lang ie weg is. Na 20 minuten komt Tebbo terug met een lach op het gezicht, een aantal euro’s armer maar de juiste stempels rijker. We worden hartelijk welkom geheten door iedereen die je tegenkomt. We rijden de grens over en komen in een nieuwe wereld, bergen, groen, verkeersborden in het Arabisch en het Frans, kleine huisjes, gebutste auto’s en veel vuilnis overal. Het is mooi. Als we door de bergen rijden begint het te regenen en te regenen en nog veel harder te regenen en te waaien. We stoppen bij een tankstation om te kijken of we daar toevallig Marokkaanse dirham uit een ATM kunnen trekken, en dat lukt. Buiten bij het tankstation twee prachtige gebedsruimtes waar de sloffen en slippers keurig buiten op het matje staan. De mensen die we tegenkomen zijn uitermate behulpzaam en vriendelijk. We bestellen een cappuccino maar dat is er niet, wel cafe au lait. Dat is ook goed:-)



Aangezien het in noord Marokko slecht weer is, hebben we besloten om rechtstreeks naar het zuiden te gaan en vanuit daar kriskras weer langzaam terug te reizen. Hebben we de grootste kans op droog weer, het liefst met een zonnetje. Bovendien is er afgelopen week een aardbeving in Noord Marokko geweest van 5.4 en is er een weg afgesloten en brug weggeslagen, dus we nemen de route langs de westkust. Vanwege de storm besluiten we een camping op te zoeken en niet aan het strand te gaan staan in Assilah. Een kleine oude man met nog maar een paar tanden heet ons hartelijk welkom in Marokko. Kies een plek waar je wilt. Het regent dat het giet en nadat we een plekje hebben gevonden rennen we naar zijn kantoortje om ons in te schrijven en te betalen. 9 euro is niet duur voor een camping met stroom en wifi. De nacht is ietwat onrustig vanwege de storm die de truck doet schudden. De volgende ochtend wanneer het een moment droog is besluiten we de cabine te kantelen en de storing op te zoeken. Tebbo heeft het al snel gevonden, een kabel afgebroken bij de viscose koppeling. We bellen weer met de MAN dealer en de man aan de telefoon vertelt dat Tebbo de kabel even moet afknippen maar gewoon door kan rijden. Gelukkig en top service wederom.

Net als we klaar zijn, breekt de hemel weer open. We stappen in en gaan weer verder op onze reis door Marokko. Eerst tanken a 70 cent per liter. We willen graag met creditcard betalen, die moet eerst even aangesloten worden, en dan moet je aangeven hoeveel liter je wilt gaan tanken of voor hoeveel geld. We besluiten voor 3000 dirham te tanken (ongeveer 275 euro) Maar als de tanks vol zijn hebben we nog maar voor 2563 dirham getankt. We gaan ervan uit dat we het geld kwijt zijn, maar nee hoor, we krijgen gewoon cash het restant terug. Wow.

We vervolgen de route en eerlijk gezegd is dit een beetje anders dan ik had verwacht. Het is groen, en ik had juist meer dorheid verwacht geloof ik. De wegen zijn goed, de steden zijn oud en doen me denken aan Afrika. En waar ben je dan nu Judith? Oh ja, ook dit is Afrika. Noord Afrika wel te verstaan, maar toch Afrika. Ook hier sloppenwijken , maar wel bijna allemaal een schotel op het dak. Onderweg weer regen en wind, geen goed moment om te stoppen in Rabat de hoofdstad en de stad te bekijken. Maar we moeten wel ergens even stoppen, want de kap van de luifel staat omhoog en dat is niet oke. In de stromende regen met tayraps zetten we hem vast.

We komen aan in El Jadida, op een camping middenin de stad. We kijken onze ogen uit, hier staan nog wel 70 campers! Heel veel Fransen en Duitsers en een groep van 20 Nederlandse campers die een georganiseerde camperreis door Marokko maken. Het is al laat en we besluiten het stadje morgen te gaan bekijken, nu eerst even de innerlijke mens vullen en een nachtje slapen.



Als we wakker worden schijnt de zon! En dat is een welkome afwisseling na heel veel regen en wind. We kunnen zowaar buiten in de zon een kop koffie drinken. En dan gaan we te voet El Jadida verkennen, dat in de 16 e eeuw een buitenpost van het Portugese rijk was. Oude vervallen gebouwen worden afgewisseld met nieuwe winkels, hotels en restaurants. Er is een 16 km lang strand met een levendige boulevard. We dwalen heerlijk rond door de wirwar van straatjes in de medina, we eten crepes op het dakterras van een klein cafeetjes en genieten van een schouwspel van voetballende jeugd op een plein. We wandelen door de souks met honderden kraampjes en winkeltjes. We zien vers gekleurd fruit afgewisseld worden met hoofden en andere lichaamsdelen van dieren, we zien namaak uggs en adidas, en vooral veel mensen. Ik voel me geen moment niet op mijn gemak, terwijl ik met mijn 1.86 meter en blonde haar toch wel opval. De mensen kijken wel, maar absoluut niet vervelend. De vrouwen glimlachen naar me, de mannen kijken naar mij en dan naar Tebbo en draaien snel hun hoofd weg of toveren een glimlach of spreken een vriendelijk Bonjour of Salaam.

De belangrijkste bezienswaardigheid is de Citerne Portugaise, een groot ondergronds reservoir. De mooiste tijd om dit imposante bouwwerk te bezoeken is na 15.00 uur in de middag, als het zonlicht op het water schijnt en gewelven magisch worden verlicht. Het is inderdaad betoverend en aangezien er handvol toeristen zijn, is het stil en vertellen de gewelven hun verhalen via het zonlicht dat weerkaatst op het water.

En hierbij de link naar de foto s.

Link naar fotoalbum

zomer in Europa | maandag 10 augustus 2015


Na Afrika en Noord-Amerika was het tijd voor Europa, een reis met de truck.

Hier volgt een korte samenvatting van een zomer in Europa.

Eerst gingen we naar Frankrijk en Italie, in het voorseizoen. La France was mooi, groen ruig en lieflijk. Diverse landschappen, heerlijke temperaturen. We zagen maar een klein gedeelte en dan vooral de Haute-Savoie, de Jura, Annecy en omgeving. We staken over naar Italie op zoek naar La Dolce Vita. We vonden overvolle campings en overheerlijke pizzas. Toscane van de plaatjes kwamen we tegen op een bepaald stuk: de Crete. Cipressenlanen, glooiende vlaktes, prachtige huizen, de avondzon die het landschap laat gloeien en stralen.

We waren even thuis in Nederland en gingen met de zeilboot het IJsselmeer op. Prachtige weer, de juiste wind en goed gezelschap. Leuke dorpjes, gezelligheid in de havens. Nederland vanaf de waterkant is prachtig.

We stapten in de truck en reden naar Denemarken. Verbleven daar een dag of 5 met zonnig weer. Ik verbaasde me over de schoonheid en rust in Denemarken. Een land zo dichtbij maar voor mij nog zo onbekend. We namen de ferry van Hirtshals naar Langesund in Noorwegen.

We reden door het ruige landschap van Noorwegen, zagen de talloze fjorden, de hoge bergen en de wilde bloemen. Orchideeen en lupines in de mooiste kleuren. Het heldere gletsjerwater waar je zo van kunt drinken, de sneeuwwanden waar je langs rijdt. Ruig en wijds. Noorwegen heeft schilderachtige routes door natuurgebieden die je doen denken aan vroegere tijden. De Hardangervidda de grootste hoogvlakte van Europa, het Geirangerfjord waar de cruiseschepen aanleggen, de sneeuwroute van het Sognefjellet. De Lofoten, een eilandengroep voor de kust van Noorwegen met zijn adembenemende natuur, visrijke wateren, witte stranden en blauw water. We zagen zelfs iets wat leek op de midzomernachtzon, een magische kleurenspel in de lucht.

Noorwegen, een ruig land met een indrukwekkende, waanzinnig mooie natuur en een wat stugge bevolking. Een land waar je fantastisch kunt wandelen en fietsen. Een land om te beleven en te ervaren. Maar houd rekening met kou, zon, sneeuw en regen....

Van ruig en stoer naar zacht en lieflijk, we staken over naar Zweden, we gebruikten het als terugreis-land. We namen de binnenwegen, reden door de bossen, stopten voor rendieren, bekeken een husky farm. Bossen, water, ruimte en vriendelijke mensen. Voor nu was Zweden een kennismakingstrip voor ons, maar het is zeker een land om te ontdekken.

En nu zijn we thuis in Nederland, waar de zon schijnt. En straks? Ach dat zien we straks wel weer:-)

De fotos volgen!



thuis in Nederland met Mexicaanse fotos | dinsdag 28 april 2015


En opeens zijn er alweer 4 weken voorbij, zijn we zogenaamd gewend in Nederland en denken we vooral weer na over nieuwe reizen. En over de truck! Want daar hebben we toch wel weer bijzondere dingen mee beleefd.




Toen we 2 dagen thuis waren kreeg we een mail dat de douane de sleutel van de achterkant (het woongedeelte) van de truck nodig had. Ze wilden namelijk nog een keer binnenkijken. Een paar tellen later gevolgd door een email dat de reservebanden van het dak van de cabine gehaald moesten worden. Dus. Ok dan. En nu? Wij hebben namelijk de sleutels van de achterkant, die laat je nooit achter tijdens het verschepen, in verband met veiligheid, diefstal etc. De sleutels van de cabine, laat je achter want ze moeten de truck per slot van rekening kunnen verrijden op de boot.

Na de gammastraat, de scans, de fysieke controle in en rondom de truck, ontvang je de papieren van de douane dat alles accoord is. Er is fysiek een douanier in de truck geweest die kastjes heeft opengemaakt en gecontroleerd. Er is om de truck heen gelopen, ze hebben allemaal de banden op het dak kunnen zien. We hebben de vorige keer ook verscheept met de banden op het dak. Ook nu was het akkoord en hebben we de papieren dat alles ok is. Pas dan lever je je sleutel in en mag je het haventerrein verlaten. Maar goed, de Mexicanen hebben besloten een extra controle te willen doen. We plegen wat telefoontjes met de verscheper, de tussenpersonen, de brokers . De conclusie is dat ze via een locksmith de truck gaan openmaken.

Een locksmith volgens Tebbo is een sleutelmaker, volgens mijn bewoording: een professionele inbreker;-)
Maar desalniettemin gaat de locksmith de truck openmaken en wordt alles nogmaals gecontroleerd. Ze gaan de banden van het dak halen en die ergens opbergen.
Een dag later krijgen we te horen dat het ok is. Nog een dag later zien via internet dat het schip vertrokken is, maar we hebben nog geen bill of lading ontvangen (het bewijs dat de truck op de boot staat) Na nog 3 dagen, telefoontjes en emails, ontvangen we de bill of lading. Opgelucht halen we adem. Nu nog drie weken wachten tot de truck binnenkomt in Bremerhaven. We hebben inmiddels ook de gegevens van de Duitse afdeling ontvangen, waar we moeten betalen om de truck van het schip te halen en wanneer we de truck mogen halen.



En toen was het zover, woensdag 29 april reden we naar Bremerhaven om de truck te halen. Oh en wat kan het fijn zijn: Duitse puncktligkeit. Betalen bij forwarder 1, rijden naar kantoor 2 pasje in ontvangst nemen om het haventerrein te mogen betreden, wachten op persoon 3 die je meeneemt naar je truck, controle uitvoeren, haventerrein verlaten, langs de douane en binnen een uur rijden we terug naar Nederland. Ongelooflijk. Ik kan niet ontkennen dat we heus wel gedachtes hebben gehad over toegevoegde witte pakketjes in de truck, maar alles is goed gegaan. En nu , zittend aan de bar in de keuken kijk ik naar buiten en staat er een groot wit monster voor het raam, na bijna 4 jaar is ook hij weer thuis:-) Al vraagt ie zich af voor hoe lang........


EN ER ZIJN HEEL VEEL FOTOOS WANT DIE HADDEN JULLIE NOG TEGOED....


Link naar fotoalbum

Mexico : laatste deel | zaterdag 28 maart 2015


Van Isla Aguada dwars door de binnenlanden naar Palenque. De route is vijftig tinten groen, we rijden door jungle-achtige omgevingen, het leven is weer puur. Sommige stukken doen zelfs denken aan Africa, met de eenvoudige maar mooie huisjes, vredige dorpjes, mensen op straat, vele kinderen die spelen met simpele voorwerpen.


Deelstaat Tabasco rijden we in en dat is eigenlijk een heel mooi en verassend stuk Mexico. Het ene moment vlak en het andere moment een glooiend landschap. Het is groen, heel erg groen. Het stadje Palenque is levendig, de camping ligt vlakbij de archeologische vindplaats. Het is een oase van groene jungle met fleurige bloemen en een heel relaxte sfeer. Een prachtig restaurantje, kleine schelpenpaadjes, lampjes en kleine palapas. We parkeren en begroeten even later onze Duitse buren Robert en Inge die hier ook net aankomen. We hebben hen de avond ervoor ontmoet op een andere camping. Ze zijn beide in de 70 en maken in hun Duitse camper een reis van Argentinië naar Alaska in 10 maanden. Ze waren gestart met vrienden, maar na 4 maanden zijn ze alleen verder gegaan. Het samen reizen vergt nogal wat en de interesses lagen uiteen. Het was alleen maar reizen van A naar B en verder. Bijna geen stops, geen spontane overnachtingen of dagen vrij. Vooral Inge had het hier erg moeilijk mee. Nu reizen ze alleen, maar hun vrienden proberen hen in te halen..... Ondanks dat ze meer vrijheid hebben, houden ze zich wel aan de oorspronkelijke route en plan. We brengen de avond door met deze vitale mensen, en lachen om de vele grappen van Robert.
S nachts worden we uit onze slaap gehouden door de brulapen van de jungle, het geluid is bijna angstaanjagend. Ze klinken als monsters en ze brullen echt. De geluiden van het oerwoud.


De volgende ochtend gaan we vroeg op weg naar de archeologische vindplaats van Palenque. Bij de entree is het een chaos van toeristen, winkeltjes , Mexicanen in Maya kledij, gidsen die zichzelf verhuren. Ook al is het nog maar 9 uur, het is al een drukte van jewelste en het is nu al smoorheet. We kopen een kaartje en gaan op zoek naar de verlaten stenen van duizenden jaren terug. Het is een prachtige site, het Maya dorp ligt verscholen in het oerwoud en er hangt een mystieke sfeer. De tempel met zijn indrukwekkende ornamenten, de inscripties op de muren, de graftombe van Koning Pacal in de Tempel der Inscripties, het geluid van de vogels van de jungle, en af en toe het gebrul van de apen, het geheel geeft een mystieke ervaring. We lopen rond, klimmen trappen op, kijken, voelen, ervaren en beleven. Er heerst een soort van serene rust hier in Palenque. Het is absoluut de moeite waard hier naar toe te gaan. We maken een wandeling door de jungle, langs heldere watervallen en groene vegetatie. En dan staan we weer op straat en wandelen we richting het museum, wat modern is opgezet en vele kunstvoorwerpen toont die ooit gevonden zijn in Palenque. Een immense graftombe in een compleet gekoelde ruimte maakt veel indruk.


We moeten vandaag jammergenoeg verder we waren graag nog wat langer gebleven, maar het is toch slimmer om wat dichter in de buurt van Veracruz te komen om het verschepen van de truck te regelen. We besluiten om naar Catemaco te gaan, een camping waar we eerder zijn geweest en ongeveer 160 km van Veracruz ligt. We hadden ons beide alleen iets vergist in de afstand, we dachten dat het ongeveer 300 km was, maar na het invoeren van de GPS zien we dat het 451 km is. Nou dat wordt dus even doorkachelen. Gelukkig is de omgeving het eerste gedeelte volop genieten van het echte Mexicaanse leven, vele dorpjes, mensen op straat en vrachtwagens gevuld met suikerriet. Daarna is het kilometers vreten op de snelweg.


Bij schemer komen we aan bij de camping, de oude bewaker opent de deuren, er is echter een probleempje: een van de electriciteitsdraden hangt door, en de truck kan er niet onder door. De bewaker zegt dat ik hem aan moet trekken, ik kijk hem aan en vraag me een seconde af of ik dan niet geelektrocuteerd wordt,maar besluit dan toch maar aan te trekken, totdat Tebbo uit de truck schreeuwt dat ik hem niet mag pakken, we kunnen namelijk helemaal niet zien of ie geisoleerd is aangezien het al donker is. Maar ik hang al, en gelukkig voor mij geen schok. Blond moment en weer wat geleerd zullen we maar zeggen..... Maar goed die draad moet nog steeds omhoog, want hij zit dus wel vast kwam ik achter. Met stokken proberen we hem omhoog te duwen, maar ze zijn allemaal net te kort. Tot er een mevrouw aankomt met een hele lange stok en een v-vormig uiteinde waar ik de draad tussen kan doen en omhoog kan duwen zodat Tebbo eronder kan rijden. Eind goed al goed:)


De vele vuurvliegjes verlichten het grasveld en we parkeren de truck, eten een broodje en gaan slapen. De volgende ochtend maar weer even bellen met Amerika hoe het staat met verschepen en met de Mexicanen voor wat betreft de douane documenten. De Mexicanen geven ons de gegevens van een bedrijf die ons gaat helpen. Die bellen we en we maken een afspraak voor de woensdag. Ondertussen gaan we de truck voorbereiden op het verschepen. Tebbo wast van buiten, ik van binnen. We pakken alvast een tas in, want stel je voor dat de truck wel op de boot gaat.


Op dinsdag rijden we naar Veracruz, we hebben een hotel geboekt voor drie nachten in de stad. Ik had het hotel uitgezocht op basis van voldoende parkeergelegenheid. Nou dat klopt wel, dat is er volop. Echter, het is een parkeergarage. En die zijn niet zo hoog, dus daar kan de truck niet in. Het hotel is hoog, ligt midden in de stad, heeft een compleet winkelcentrum eronder en ook een plein ervoor waar alle taxis staan die de mensen overal naar toe brengen na het winkelen. Als we het plein oprijden komen er van het hotel meteen 4 mannen naar ons toe die ons helpen. Ze delegeren de taxis weg en wij mogen parkeren. Daarna kunnen de taxis weer overal gaan staan want wij hoeven voorlopig toch niet weg. Het is ontzettend leuk, en de mensen zijn zo vriendelijk! We delen alle vlees en drinken uit dat we over hebben, Tebbo geeft Spaanse rondleidingen en ik pak de laatste spullen in. Aan het eind van de dag vallen we moe maar voldaan op onze hotelkamer in slaap.


De volgende dag gaan we naar het bedrijf dat de douane formulieren voor ons gaat regelen. We hebben het adres en volgens de navigatie zijn we er al vier keer voorbij gereden, maar alles wat we zien, geen bedrijf. Ik bel, maar krijg een routebeschrijving waar ik geen jota van snap. Via Google maps dan maar. Na nog een paar rondjes komen we in de straat terecht waar wij geen bedrijf zien, maar maar wel iemand ons wenkt dat we er zijn. Sjezus wat is dat toch met die douane-regel-bedrijfjes die in vage gebouwen zitten.... Maar goed, geen parkeerplek voor de truck, dus dan maar midden op de stoep. We gaan naar binnen en komen in een donkerbruine ouderwetse ruimte van 40 vierkante meter met daarin 3 kantoortjes gemaakt en een toilet met douche. Er werken op deze 40 vierkante meter 8 mensen. Ok dan. We worden in het kantoor van de baas gezet een dikke vriendelijke Mexicaan. De enige die Engels spreekt is Alejandra een leuke meid van 25. Zij fungeert als tolk. Het is 11 uur dus eens kijken wat we deze dag voor elkaar kunnen krijgen. Oh eerst moet de truck verplaatst worden, want die mag niet op de stoep staan. Omar, de tweede man van het bedrijfje rijdt voor en Tebbo moet hem volgen. Ik blijf op kantoor omdat ik dan het papierwerk kan regelen. Een uur later komen Tebbo en Omar weer binnen. Het was nogal ingewikkeld, helemaal omdat Tebbo onder een brug door reed wat niet mocht bleek later, en werd aangehouden door een politieagent. Helaas voor ons was er dit keer iemand bij ons die Spaans sprak, dus kon Tebbo niks regelen, want de agent sprak vooral met Omar. Een boete van 1000 pesos ( ongeveer 65 euro) die de agent zonder bonnetje in zijn zak steekt.


In Playa del Carmen waren we ook aangehouden omdat we ergens geparkeerd stonden wat niet mocht, maar na een discussie waarin we zeiden geen Spaans te spreken en dat we meteen weg zouden gaan en natuurlijk veel lachen, werd de boete verscheurd. Helaas nu dus geen mazzel, maar goed.


We beginnen met het copieren van Tebbo zijn paspoort en rijbewijs, de tijdelijke import documenten en eigendomspapieren van de truck. Dat is makkelijk, duurt ongeveer een half uur. Dan praten we nog wat en moeten we naar de Banjercito, dat is een soort van bank, maar daar wordt ook de tijdelijke import van de truck geannuleerd. Hier gaan we naar toe met Alejandra en Omar. De bank is vol, maar voor onze rij zijn maar drie wachtenden voor ons. Als we aan de beurt zijn, legt Alejandra uit wat we komen doen. Maar de mevrouw zegt dat dat niet kan, want we moeten eerst een stempel van de douane hebben. Dus eerst de truck naar de haven brengen en laten controleren en dan weer terugkomen naar de Banjercito. Ahaa. Vreemd dat Omar dit niet weet denken wij, maar goed. Als we buiten staan, vraagt Tebbo aan Omar wat er gebeurt als we de tijdelijke import niet annuleren, want we hebben een goedkeuring voor 10 jaar. Dat weet Omar niet, dus we gaan weer naar binnen en voegen ons weer in de rij. Als we aan de beurt zijn, stelt Omar de vraag aan de mevrouw maar die zegt nee, je moet sowieso eerst naar de douane. Ok. We gaan weer naar kantoor. Het is inmiddels 13.30 uur en het enige dat we echt gedaan hebben is papieren copieren. De baas zegt dat we nu dan eerst maar eens even een permit voor Tebbo moeten aanvragen bij de douane. Je hebt namelijk een permit, toestemmingsformulier, nodig om de haven uberhaupt op te mogen. We vragen ons af, waarom ze dit vanmorgen niet meteen gedaan hebben, maar stellen die vraag maar niet hardop. Aanpassen aan de cultuur:)


Ze gaan de aanvraag doen en wij krijgen de WiFi code om ons wat te vermaken. Om 15.00 uur, anderhalf uur later, komt Omar vertellen dat de douane lunch pauze heeft tot 16.00 uur en dat het vandaag dus niet meer gaat lukken. Ok dan. Adem in, adem uit. Glimlach, knik en vraag of het morgen dan wel gaat lukken. Ja hoor, no problemo manana listo zeggen ze: geen probleem, morgen is het klaar. Nu kunnen we wel terug naar het hotel gaan en dan moeten we morgenvroeg om 8 uur hier weer zijn.


Afijn, 5 uur, een paar copietjes en een aanvraag later is het een zeer productieve dag te noemen. En toch zijn we bekaf, waarschijnlijk van het wachten en het inhouden van allerlei emoties. We rijden terug naar het hotel, eten wat, internetten en vallen al gauw in slaap.

We staan om 6 uur op, ontbijten om 6.30, rijden om 7 uur richting de parkeerplaats van een supermarkt, pakken een taxi naar het kantoor en komen daar om 7.59 aan. We zijn de eerste. Een paar minuten later zijn daar ook Omar en Alejandra en kunnen we naar binnen. Toch wel een beetje spanning in onze buik, want vandaag MOET het lukken anders hebben we een probleem, dan moeten we een boot later boeken.....


Tot onze verbazing horen we om 8.15 dat Tebbo zijn permit er is en dat we kunnen gaan. Nou ja, we....Tebbo en Omar. Ik moet op kantoor blijven, want alleen Tebbo mag het haventerrein op, en alleen in lange broek en veiligheidsschoenen. Omar gaat mee als begeleider en tolk, al spreekt ie bijna geen Engels. Als ze klaar zijn, zullen ze gezamenlijk weer terug naar het kantoor komen, waarna we weer naar de Banjercito zullen gaan. Ik blijf op een stoel in het kantoortje van de 8 vierkante meter van de dikke Mexicaanse baas zitten, ik praat wat met hem en lees een boek. Om 10.45 uur stormt Omar het kantoor binnen, zonder Tebbo. Omar is boos, dat snap ik zo ook wel zonder zijn Spaans te begrijpen. Mijn gezicht komt ook in oorlogs-modus en ik vraag waar Tebbo is. De baas ziet dat ik het moment van geduld verliezen nader, lacht vriendelijk en zegt dat alles goed komt. Ja ja. Hij roept Alejandra voor het vertalen van Omar zijn woede. Het blijkt dat Omar en Tebbo bij het eerste douane controlepunt stonden en dat de sfeer goed was. De douaniers controleerden Tebbo zijn paspoort en zeiden toen met een zogenaamd stalen gezicht dat hij er niet in kwam, omdat hij uit Nederland komt. Tebbo begreep het meteen en bood duizenden excuses aan voor Robben zijn fopduik op het WK vorig jaar, waardoor Nederland nipt won van Mexico. Ze begonnen allemaal keihard te lachen en gaven Tebbo zijn toestemming. Maar vertelt Omar, toen bleek dat er iets mis was met mijn permit en ik mocht niet meer mee. Terwijl Omar dit vertelt, belt Tebbo mij en vraagt waar Omar gebleven is. Eh, nou die zit naast mij. Waar moet ik dan heen zegt Tebbo, ik vraag Alejandra. Die legt uit dat er zo een jongen op een motor komt, Ricardo, en die gaat Tebbo verder helpen. Ok.


Ik ga even afkoelen buiten, maar hoe doe je dat met 34 graden. Na een kwartier belt Tebbo, hij heeft Ricardo gevonden en ze gaan op pad. De haven is groot en heeft 8 lanen waarop je zou kunnen rijden. Ricardo rijdt voor op de motor en Tebbo volgt. Op een gegeven moment is ie Ricardo weer kwijt, en rijdt maar gewoon achter andere vrachtwagens aan en kijkt wat zij doen. Overal poortjes waar je een soort van afstandsbediening nodig hebt om je weg te volgen, maar Tebbo heeft geen afstandsbediening. Wel een papier met een soort van code. Die moet je dan voor een scanner houden en dan word je naar een andere sector van het immense haventerrein geleid. Op een gegeven moment vraagt Tebbo aan een man waar hij naar toe moet, naar gamma zegt die beste man. Ahaaa, gamma. Geen praxis dus maar gamma. En wat is dat dan? Tebbo besluit om de lijn maar gewoon te volgen in de richting die de man aanwijst. Op het moment dat Tebbo een slagboom ziet met daarachter twee grote palen aan beide kanten, beseft hij dat hij bij de gamma is: oftewel de rontgenafdeling met gamma stralen. De truck wordt gescand. Na de gamma moet je wachten, dan komt de douane hem van binnen checken, vooral het aanrechtkastje word door de douanier grondig gecontroleerd. Vervolgens moet je wachten op toestemming. Dit duurt 5 Mexicaanse minuten. En dan verschijnt het groene licht en mag je doorrijden. En daar is Ricardo opeens ook weer op zijn brommer.


Achter Ricardo aanrijden naar de terminal om daar de truck af te geven en te parkeren, wachtend op het schip dat pas over een week komt. Ook nu weer geduld hebben tot iemand het hek open komt doen. Op de terminal staan duizenden autos die naar Amerika en Europa verscheept worden, sommige modellen van VW, Ford en Nissan worden gemaakt in Mexico. Er komt uiteindelijk iemand aan met een sleutel die het hek opent en Tebbo de weg wijst waar de truck geparkeerd moet worden. Truck geparkeerd, gecontroleerd en afgesloten. Klopje op de band gegeven en een behouden vaart gewenst. Tot over een paar weken in Bremerhaven. Sleutels afgegeven aan de meneer, vier keer vragen of er niet een papier op de truck moet met de bestemming Bremerhaven, maar nee dan hoeft niet. Ok, dan is dit gedeelte klaar. Achterop de brommer met Ricardo naar de uitgang. Maar voordat je het terrein mag verlaten, word je streng gecontroleerd en heb je weer een papier van de douane nodig waarop staat dat de auto wordt vrijgegeven. Maar dat papier moet Omar regelen die zojuist net het kantoor heeft verlaten omdat te gaan regelen. Ik blijf geduldig wachten op mijn stoeltje in de hoek. De mensen op kantoor zijn allemaal aardig en komen met regelmaat het kantoor van de baas binnen om iets voor hem te doen of te vragen, en ik lees rustig verder.


Intussen komt er een Fransman het kantoor binnen, de man is alleen en lichtelijk in paniek. Hij heeft samen met zijn vrouw en 4-jarige zoontje een reis van 10 maanden gemaakt door Zuid-Amerika. Ze hadden de camper ergens gestald en hij was nu voor 6 dagen hier om het verschepen te regelen, maar ik begrijp er helemaal niks van zegt ie in het Frans. Hij vraagt hoe het allemaal werkt en wanneer het goed komt. Ondertussen is het 12.30 uur en daar komen Tebbo en Omar weer aan. WOW, het eerste deel is gelukt! Een zucht van verlichting. Op naar de Banjercito. Als we daar aan komen staat het bomvol, maar gelukkig maar vier wachtenden voor onze rij. Na een half uur zijn we aan de beurt. De papieren worden goedgekeurd en gecontroleerd, fotos van de truck, douane stempels, een heel dossier. We moeten naar een volgend loketje, waar we de annulering van de tijdelijke import krijgen. Even weer een half uur wachten, en ja daar is de vriendelijke mevrouw. Ze start de computer op, was vandaag schijnbaar nog niet gebruikt. Hij doet het niet, stekker eruit en erin, ja hij doet het. Nu moet het document nog geprint worden, printer aan, printer doet het niet, stekker eruit, stekker erin, en printen met dat ding. Ja hoor, we hebben alles.


Terug naar kantoor. Het is inmiddels 14.00 uur maar we zijn bijna klaar. Nog even de laatste handtekeningen en documenten verzamelen en dan kunnen we opgelucht ademhalen. Dit is gelukt. Ze zijn wel snel met de factuur die we moeten voldoen. We vragen of we het kunnen overmaken. Ja dat kan wel. Maar dan hebben we het rekening nummers, IBAN en SWIFT code nodig en de NAW gegevens van de bank. Ok, die gaan ze nog even opzoeken. Na een half uur vragen we of het al bekend is, nee want ze moeten daarvoor allerlei telefoontjes plegen. Nog vijf minuten geduld. We zijn inmiddels bekend met de Mexicaans 5 minuten, dus pakken nog maar even wat te lezen en leggen de Fransman uit hoe het bij ons is gegaan. Na anderhalf uur, zeggen we dat ze maar moeten mailen want we willen graag terug naar het hotel. Dat is goed. We nemen een taxi, ploffen op bed en in bad, gaan uit nood nog even wat eten, maar vallen als een blok vroeg in slaap.
De volgende ochtend zie ik mailtjes met bankgegevens en nog even later een mail of we al betaald hebben. Ik grinnik, het kan dus wel snel.


We hadden het risico genomen om alvast ons ticket te wijzigen. En de goden zijn ons gunstig gezind, want het gaat allemaal lukken. Na twee dagen wachten en regelen, gaan we de komende dagen wachten en vliegen. We hadden een wijzigbaar terug ticket gekocht, dus die boeken we om. In plaats van Los Angeles vliegen we vanaf Cancun. Ipv rechtstreeks vliegen we via Detroit. Ipv KLM vliegen we Delta airlines. Maar we moeten ook nog in Cancun zien te komen. Gisteravond (vrijdag) vlogen we van Veracruz naar Cancun, waar we om middernacht aankwamen, het is nu 1 uur s nachts terwijl ik dit stuk plaats;) Het is weer een uurtje tijd verschil en we hebben nog een roomservice etentje besteld. En dan gauw slapen want vandaag (zaterdag) vliegen we van Cancun naar Detroit waar we 4 uur overstap-tijd hebben, wat hopelijk genoeg is (ik herinner me de overstap vorig jaar in Chicago nog goed:)) en dan komen we zondag rond de middag aan op Schiphol.


En dan beginnen we met nagenieten van weer een bijzondere en prachtige reis, van het sorteren van de herinneringen in ons hoofd en hart. Mexico is een mooi land en dan bedoel ik vooral de binnenlanden, het pure echte leven, de kleine dorpjes, de grotere stadjes met hun vele winkeltjes, kleurrijke gebouwen, ontzettend vriendelijke bevolking, de mooie cultuur en de indrukwekkende archeologische vindplaatsen. Sommige stranden waren zo wit als in een vakantiefolder, het water zo blauw als in een film. Het mooiste van Mexico zijn de mensen, de normale bevolking. Natuurlijk zijn er drugskartels, vele moorden en gebeuren er gruwelijke dingen, maar je kunt niet zeggen dat alle Mexicanen dan zo zijn. En in welk land is het volledig veilig? Wat is veilig? Is dat een gevoel of is dat schijnveiligheid? We hebben bepaalde deelstaten niet bezocht vanwege het veiligheidsrisico, terwijl we eerlijk gezegd wel denken dat je er naar toe kunt gaan. Maar soms moet je je verstand volgen en bepaalde keuzes maken, dat hoort ook bij het reizen. En juist die verschillende ontwikkelingen en culturen en belevenissen maken het reizen tot een uniek stuk van ons leven. Ik zal niet alle plaatsnamen kunnen onthouden die we bezocht hebben in de afgelopen reizen, maar ik kan wel de emoties, gevoelens en gedachtes oproepen van de landen die we bezocht hebben. En ik hoop dat mijn geheugen me nog lang niet in de steek laat, zodat ik met regelmaat weer even een deurtje van een land kan opentrekken om na te genieten en weg te dromen.





Mexico : Yucatan vervolg | zaterdag 21 maart 2015


Helaas nog steeds geen fotos, de appel is nog steeds rot:(

Op weg naar Cancun, aan de kant van de wegen, verscholen achter enorme imponerende entree-kunstwerken liggen hotels en lodges. De ene nog luxer dan de andere. Prachtige tuinen, marmer en fuchsia roze bloemen. Het is zo tegenstrijdig, hier in Yucatan heeft het toerisme het echte Mexicaanse leven bijna verbannen. Vermaak en luxe staan nu voorop in de hoop zoveel mogelijk toeristen te trekken. Als we vlakbij Cancun komen, rijzen de torenhoge hotels voor ons op. De ene nog mooier dan de ander. Ik krijg het vooral erg benauwd van die lange smalle immens hoge gebouwen. Stel dat je een kamer bovenin hebt, dat wordt veel trappen lopen (als je zoals ik niet met de lift wilt:)) We zien ook veel nieuwbouw waarin condos te koop aangeboden worden, appartementen die je betaalt in dollars. Prijzen vanaf $ 100.000 Schijnbaar wordt er niet veel (meer) verkocht, vele gebouwen staan er een beetje verdrietig bij, muren die schreeuwen om aandacht, warmte en onderhoud. Ramen die wachten op een zeem zodat ze weer kunnen stralen.


Het moderne deel van Cancun hebben we gezien, we rijden richting het oude gedeelte langs het water. Allemaal restaurantjes, bootjes en pelikanen. Het strand en de zee gevuld met vele Mexicanen die genieten van het relaxte Mexicaanse leven. Geen hippe mini bikinis, geen fancy beachlife, geen luxe ligbedjes. Gewoon relaxte mensen, met handdoeken en eigen meegebrachte picknicks. Het is een mooi schouwspel.


We stoppen en gaan eten in een van de restaurantjes, aan het water. Pelikanen die rondvliegen zwevend op palen landen, zeemeeuwen die vechten, varanen of leguanen die schichtig om zich heenkijken of ze onder de pier vandaan zullen komen, vissers die met hun bootjes vol vis terugkomen en ogenblikkelijk beginnen te fileren met vlijmscherpe messen.


Er is een camping vlakbij, beetje vergaan en verlaten, maar wel vele leguanen. Schijnbaar zijn ze mensen wel gewend want Tebbo kan ze komkommer voeren. Na een dagje hebben we het wel gezien, we gaan richting Valladolid, een stad die in 1543 op een oude Mayastad werd gebouwd. Het is werkelijk waar een prachtig stadje. De sfeer is betoverend, de gebouwen zijn waanzinnig mooi, het is er schoon, een kathedraal, een klooster een marktplein. Een vriendelijke politieagent vertelt ons waar we kunnen parkeren. We slenteren door de straatjes, zonnestralen schijnen door de spleten van de gebouwen, en ergens is daar opeens een binnentuin, een open restaurant, Mexicaanse maskers aan de muren, Maria in mozaiek gemaakt, heldergroene bomen en aardewerken potten met gekleurde bloeiende bloemen. In een woord: WOW. We gaan zitten bij het openstaande raam. De geluiden van de straat sijpelen zacht mijn trommelvliezen binnen, het zonlicht verwarmt, zachte muziek op de achtergrond.


De camping ligt even buiten de stad, bij een cenote, een ondergrondse poel, een grot met kristalhelder water. In Yucatan zijn er iets van 3000 en vele kun je bezoeken en/of mag je zelfs in zwemmen. Het water is kraakhelder en het is er koel. Voor de Mayas zijn cenote heilige plaatsen daar ze de ingang zijn naar de onderwereld. Ze werden gebruik om offers te brengen. We gaan naar de cenote bij de camping, het is inmiddels een uur of 16 en er zijn op 6 Mexicanen na, geen toeristen. Een grot inlopen hoort nou niet in het rijtje hobbys maar vooruit. De eerste stap en meteen beneemt de geur van aarde gemixt met water je de adem. Maar eenmaal de trap afgedaald, zien we een ongelooflijk schouwspel. Ik voel me alsof ik onderdeel ben van een boek van Dan Brown, en dan geen verhaal in Rome of Parijs, maar in Mexico waar diep onder de grond de overblijfselen en tekens te vinden zijn van de Mayas. Het water is koud, de vele kleine visjes knabbelen aan je voeten, kleine zwarte haai-achtig uitziende visjes komen nieuwsgierig dichtbij. Een enorme grot, een meter of 15 hoog dus geen claustrofobisch gevoel, blauw water, een gat bovenin waardoor licht naar valt. Een plafond vol stalactieten, aardekleurig met soms wat groene aanslag. Aan de ene kant trapsgewijze zitplaatsen, en naar het midden lopend een platform waarop je kunt staan. Een soort van catwalk van steen met een laagje water erover heen. Het is indrukwekkend en de stilte is bijna onheilspellend. Af en toe schrik ik op door een druppel water die van een stalactiet naar beneden valt. Het zwemmen laat ik aan me voorbij gaan, maar met mijn voeten in het water onderga ik de beleving van een cenote.


Van de ene indrukwekkende verschijning naar de andere, op naar een Unesco werelderfgoed: Chichen Itza, waarschijnlijk de bekendste archeologische vindplaats van de Mayas. De beroemde piramide van Kukulcan ( de gevederde slang) bevindt zich hier. In 2007 werd Chichén Itzá tot een van de New7Wonders of the World gekozen. Er is geen camping in de buurt, dus we vragen bij een van de hotels of we een nachtje op de parkeerplaats mogen overnachten. Voor $ 20 is dat geen probleem. Voordeel is dat we nu vlakbij Chichen Itza zijn en de volgende ochtend op tijd, voor de hordes toeristen, naar binnen kunnen. We huren een prive gids die ons twee uur lang vertelt en rondleidt. Wat indrukwekkend, ik zie geen bak stenen, maar ik zie een leven uit de 9e eeuw. Het is niet te bevatten welke kennis men vroeger, lees rond het jaar 800!, had. De tempel/piramide is imposant en is gebouwd over een andere tempel heen. Sinds een aantal jaren mag de piramide niet meer beklommen worden vanwege een aantal ongevallen van mensen die van bovenaf naar beneden storten.
Maar toch, dat daargelaten, wat een indrukwekkend gebouw. De tempel fungeert als kalender: een Maya kalender bestaat uit 18 maanden en de tempel heeft 18 niveaus. Het totale aantal treden van de vier trappen van de tempel is 365: de dagen van een jaar.

En twee keer per jaar op 21 maart (begin van de lente) en 21 september (begin van de herfst) werpen de hoeken van de terrassen een schaduw aan de noordzijde. En dan zie je de contouren van een ca 30 meter lange slang, die onderaan aansluit op de slangenkop onderaan de tempel. Sjezus, hoe briljant is dat!!!!!
Wat een enorme kennis van astronomie, rekenkunde en bouwkunst hadden de Mayas.

De slang was heilig voor de Mayas. Chichen Itza was wel een oorlogszuchtigere plek dan andere Maya plaatsen. We zien vele afbeeldingen: krijgers, doodskoppen en harten die uit levende mensen gerukt werden door adelaars. De gevederde slang was ook volop aanwezig. Ook beroemd was een balspel, waarbij de winnaar zijn hoofd eraf gehakt werd. Want dat was een eer.....

Als we onder de indruk de vindplaats verlaten staat de parkeerplaats vol met bussen en autos, overal kun je sombreros kopen of water. Op de archeologische site trouwens de mooiste Maya sculpturen, houten beelden en gekleurde kleden. Wat was dit mooi, en vooral door de verbeeldende vertellingen van de gids.


We verlaten de parkeerplaats en rijden richting westelijke richting, naar Celestun. Een stadje op een soort van schiereiland. Als we de lange weg richting het schiereiland oprijden is er weer een politiepost. We mogen doorrijden. We overnachten op een parkeerplaats bij het water met een veertigtal bootjes. De volgende ochtend gaan we met een bootje en visser het water op. We varen langs en door de mangrovebossen, we zien vele vissers, pelikanen en heel veel andere vogelsoorten. Maar we komen voor de flamingos die hier hun habitat hebben. Ook al is de ochtend nog vroeg, ze hebben zich al verspreid. Maar toch is daar opeens nog een kolonie flamingos met hun fel rood/roze/oranje kleur. We kunnen niet te dichtbij komen, maar het schouwspel is prachtig, ook van ver. Heb mijn telelens deze reis niet meegenomen, dat is nu wel even jammer, maar de beelden zitten in ons hoofd en daar verdwijnen ze voorlopig niet.


Het is een levendig stadje er per toeval ontdekken we een camping aan de oceaan met wuivende palmbomen, wit zand en veel ruimte. Het is een klein paradijs en we blijven hier een paar dagen. Humberto de eigenaar heeft paarden en op een middag besluiten we paard te rijden. Tebbo helpt Humberto met het zadelen van de paarden met prachtige Mexicaanse zadels. Ik sta een beetje onwennig ernaast, dieren en Judith is niet de meest voortreffelijke combinatie. Ik ga ervan uit dat Humberto ook meegaat, maar dat is niet zo, ja hij loopt ook ergens op het strand, waar wij rijden. Ik heb het volgzame paard, dus ik hobbel wel achter Tebbo aan. Langs de vloedlijn, een ondergaande zon. Wow, het is net als in een film. Totdat Tebbo besluit eens even te galopperen en mijn paard daar blijkbaar ook zin in heeft, en er als een speer van doorgaat. Het probleem is dat ik nou niet echt kan paardrijden, dus dit gedeelte van de film hoort er even niet bij:) Gelukkig heeft Tebbo snel door dat het paard er met mij vandoor gaat ipv dat ik het paard controleer. En stapvoets en later zelfs even in draf vervolgen we onze weg. Na een uur geloof ik niet dat ik nog kan lopen staan of andere bewegingen kan maken. Mijn knieen zijn geblokkeerd, want de stijgbeugels waren niet echt afgesteld op mijn lange benen. Maar oh wat wat dit weer geweldig!


We brengen de dagen door met lezen, ontbijten op het strand, wandelen, quad rijden en het stadje verkennen. We ontmoeten diverse mensen, een Nederlander die hier een pizzeria heeft, een Zwitser die hier een restaurantje heeft. We horen verhalen over corruptie, over het verdwijnen van het complete politie- en ambtenarenapparaat na 3 jaar ( inclusief alle computers telefoons stoelen, pennen) en over illegale visserij naar zeekomkommers waar een vermogen mee wordt verdiend aangezien het in Azië een delicatesse is. Vandaar de politiepost toen we het schiereiland opgingen. Iedereen wordt gecontroleerd op zeekomkommers. Aan de andere kant, sommige politieagenten zijn ook vissers;)



Uiteindelijk besluiten we het stukje paradijs toch te verlaten, we moeten langzamerhand richting Veracruz gaan waar toch ergens de truck een keer op de boot zal gaan, als alles meezit. En we willen nog graag een paar dingen zien, zoals Uxmal nog een archeologische vindplaats van de Mayas. Ook weer een prachtige site waar een mooi hotel bij is gevestigd. Het is 34 graden en benauwd en ik barst van de koppijn. Maar een powernap van een uur in de airco doet wonderen. In de avond vindt hier een licht- en geluidsshow plaats, daar gaan we heen. De tempels en ruïnes worden in mooie kleuren verlicht en het is bijzonder mooi schouwspel. Het verhaal wordt vertelt als een sprookje, maar is in het Spaans wat we helaas nog steeds niet kunnen volgen. Na opgevreten te zijn door de muggen, besluiten we vlak voor het einde terug naar de truck te gaan, nog even gebruik te maken van de WiFi en dan te gaan slapen. Zoals mijn broer treffend zei: een archeologische vindplaats met WiFi dat is pas een combinatie:)


We rijden in alle rust een kleine 200 km naar Campeche, weer een echt Mexicaanse stad. Vele kleuren huisjes, oude vissersbootjes, vuil op straat, zwerfhonden, oude gebouwen en een relaxte sfeer. Club Nautico ligt er net buiten en was voorheen waarschijnlijke een ietwat luxe club. Er is een groot clubhuis met een aparte fitness zaal voor mannen en vrouwen, een grote hal waar je kunt snookeren, een prachtig overloop zwembad met uitzicht op de oceaan. En daaromheen vervallen tennisbanen en parkeerhavens met stroom en water die dienst doen als camping. Wat zonde dat het verloederd is, want het is een mooie omgeving, er staan prachtige huizen gebouwd tegen de heuvels en het zwembad is echt waanzinnig mooi en schoon. In de middag komen er groepjes Mexicanen om te relaxen, kinderen spelen in het water, ouders praten en lachen. Via een trapje bij het zwembad kom je op het strandje met vele palapas, een restaurantje, een barretje en veel jeugd die aan het chillen is. Op de camping ontmoeten we de Fransen Monique en Daniel, die ook een lange reis maken. Ze zijn beide in de 60, hebben humor, genieten van het reizen en hebben de tijd. Mooi om te zien.


In Campeche doen we boodschappen bij de Mega, en geloof me die winkel is echt Mega. Van flatscreen tot koektrommel van ventilator tot avocado. Als we klaar zijn, zien we een Telcel winkeltje en besluiten toch nog maar even een simkaart met data te kopen zodat we internet hebben, aangezien de papieren voor de truck nog steeds niet in orde zijn aan de Mexicaanse kant en het nu toch wel tijd begint te worden. Voor de iPad mini hebben we een nano sim nodig, het winkeltje waar we nu staan heeft die niet. We moeten naar het Telcel winkeltje 50 meter verderop. Ok doen we dan. We kopen de nano sim en lopen weer terug. De jongen spreekt helaas geen woord Engels en blijft maar herhalen wat we kunnen kopen. Maar ja het moet ook even geactiveerd worden in het Spaans, dus dat is voor ons wat ingewikkelder. We gaan terug naar het andere winkeltje en de mevrouw begint heel voorzichtig wat Engels te spreken, ze durft nog niet echt, maar ze spreek fantastisch Engels. We zijn blij. Naast haar winkeltje zit een apotheek, daar moet ik even het tegoed kopen. Ok dan. Zo gezegd, zo gedaan. Terug naar haar, ik bedenk me dat we het activeren beter in mijn iPhone kunnen doen, en dan zet ik de simkaart later wel weer terug. Lang verhaal kort: zij belt voor ons, zij activeert en zegt wanneer we wat moeten smsen naar welk nummer. Anderhalf uur later staan we als glimwormpjes op de stoep, het is gelukt. Ik open de mail en zie meteen een mail van de Mexicaanse forwarder. Die zegt dat de papieren niet helemaal kloppen, want ze missen wat en dat het zoals het nu is, we niet kunnen verschepen vanuit Mexico maar dat we terug moeten naar de haven van binnenkomst. Ehhhh mevrouw, dat is Montréal dat ligt hier meer dan 4000 km vandaan. Bovendien, waarom zou je niet vanuit een ander land kunnen verschepen? Tebbo heeft een helder moment en zegt dat we gewoon de sticker van de douane die we op de vooruit hebben moeten plakken, fotograferen en mailen. Dus dan doen we. We bellen voor de zekerheid nog maar even met de Amerikaanse verscheper en die zegt ook te wachten op de Mexicanen. Nou ja, nog even geduld hebben. Wij zijn blij, want we hebben internet dus eerst maar even afwachten voordat we plan B of C gaan inzetten. We rijden richting Isla Aguada waar we reeds eerder zijn geweest en wat even een mooie tussenstop is. We mailen en bellen nog maar eens. De Mexicaanse forwarder vertelt dat ze de tijdelijke import niet voor ons kunnen uitklaren zeg maar. Dit heeft te maken met de enorme hoeveelheid gestolen autos die naar Europa gaan. Dus we zullen dat uitklaren zelf moeten regelen in de haven met de douane. We krijgen de gegevens van twee douane heren. Die kunnen we bellen, een afspraak maken en als alles goed gaat moeten we de truck vrijdag 27 maart inleveren op de terminal van de haven in Veracruz. Het schip zal de haven verlaten rond 4 april en dan komt de truck, net als wij, weer thuis. Al zal de boot er een week of 3 over doen, en wij hopelijk iets korter;)


Maar tot die tijd blijven we nog even lekker genieten, en dan zien we volgende week wel verder.


Mexico : Yucatan | zondag 08 maart 2015


Tja, daar zit je dan in Mexico met een laptop die niet meer wil opstarten....ver weg van Nederland waar je herstelschijf ligt, ver weg van een Apple store die je kan redden. Je zit met je handen in je lange blonde haren want je realiseert je dat je laatste back-up ook al weer even geleden is. En dat is best dom vind je zelf vooral. Want stel je voor dat de appel niet meer te redden valt, wat gebeurt er dan? Dan ben je tot je laatste back-up alles kwijt, je fotos, je verslagen en andere ongein. Op die momenten realiseer je je even dat je je verrekte afhankelijk hebt gemaakt van de techniek, waarvan je altijd hoopt dat ie je niet in de steek laat. Maar nu dus wel, en daar moet je mee dealen zoals dat heet. Ik vraag mezelf het volgende af: is dit een uitdaging of een feit. Hoe dan ook, beide moet ik accepteren. Het is een uitdaging om de laptop straks weer aan de praat te krijgen, eenmaal in Nederland. Het is een feit dat ik er nu niks aan kan veranderen. Alle mogelijke oplossingen die op internet geboden worden, heb ik geprobeerd maar zonder positief resultaat. Dus rest me niets anders dan voor nu creatief te zijn en pas echt emoties te hebben op het moment dat ik weet of de appel nog wel of niet gemaakt kan worden. Tot dat moment zal ik proberen positief te blijven en de emotie daar laten waar ie thuishoort: in mijn laptop. Misschien dat ie het spontaan weer gaat doen:)

Maar goed, het betekent ook dat ik jullie nu alleen woordelijk op de hoogte kan houden. Want voor het plaatsen van fotos heb ik de speciale programmas nodig, en die staan, jawel, op mijn laptop. Dus als je van beelden houdt, heb geduld over een paar weken zal ik alle fotos hopelijk kunnen plaatsten. Als je van woorden houdt, dan volgt hier een nieuw verhaal:)

Het laatste bericht speelde zich af in Chetumal. Op de mooie camping aldaar, borrelden we een avond met een Zwitsers stel, Marie-Paule en Michel. We hebben hun een paar dagen geleden ontmoet en we volgen elkaar al een paar campings, aangezien we dezelfde route in gedachte hebben en we op dezelfde campings terechtkomen. Van Chetumal rijden we een kaarsrechte, best wel saaie weg, richting Tulum. En des te dichter we bij Tulum komen, des te toeristischer het wordt. We passeren weer een Maya ruine, Muyil genaamd. We stoppen en bezichtigen de archeologische vindplaats . Om de ruines prachtig aangelegde wandelpaden door een jungle-achtig woud van bomen en bladeren.

Na een wandeling van een uur hebben we het gezien en rijden we verder. We willen overnachten op een camping aan de azuurblauwe zee met parelwitte stranden. Volgens de Mexico-reis-bijbel is het een kleine camping maar prachtig. We nemen de afslag en rijden een zandpad in wat leidt naar een niet al te grote parkeerplaats. Als we aankomen, happen we even naar adem. Het is helemaal vol. Het voordeel van reizen is dat je de tijd en de dagen langzaamaan vergeet, zo ook nu. We waren even vergeten dat het weekend is, en dat de Mexicanen dan natuurlijk ook vrij zijn en hun vrije dagen heerlijk aan het strand doorbrengen. De camping is ook helemaal vol. Allemaal ouderen die hier 6 maanden per jaar overwinteren. De camp-host is een Duitse meneer die de Mexicaanse eigenaar helpt als er Europese gasten komen. Hij heeft nog net twee plekjes vrij op het wandelpad, daar mogen we wel staan. We moeten dan echter wel even een uur of twee wachten totdat alle Mexicanen naar huis zijn, en we truck kunnen parkeren. Tot die tijd kunnen we genieten van een drankje op een schommel aan een bar, met op de achtergrond het geruis van de blauwe zee. Er zijn vervelender dingen....We lopen een stukje over het strand en ik kijk mijn ogen uit: de niet-Mexicanen die hier zitten zijn zo bruin, het ziet er gewoon eng en ngezond uit. Ik heb nog nooit zulke door de zon gebruinde mensen gezien. Ze zitten en liggen allemaal in de volle zon met zo weinig mogelijk kleren..... De meeste mannen dragen geen zwemshorts maar korte strakke zwembroeken wat niets aan mijn verbeelding overlaat. Tevens ontdek ik dat mijn bikini de grootste is (los van mijn lengte en lichaamsgewicht) de vele dames hier hebben inieminie topjes aan, en broekjes die het grootste deel van hun billen bloot laat. Wat bij sommige Mexicaanse dames er trouwens prachtig uitziet:)

Aan het eind van de middag, zien we wat ruimte en manoeuvreert Tebbo de truck tussen twee autos door. Prima plek. En nog net genoeg ruimte voor Marie-Paule en Michel, die ook net zijn aangekomen. Het is krap en het past allemaal net, maar het is goed. Eerlijk gezegd hadden we ons wel iets anders voorgesteld van een camping op een toplocatie als dit, maar het is goed.

In de avond ontdekken we dat er naast de parkeerplaats nog een parkeerplaats is, met een leuke strandbar waar reggae muziek gedraaid wordt en een heerlijk relaxed sfeertje heerst. Tebbo vraagt de jonge Mexicaanse eigenaar van de bar, of we hier ook mogen camperen. Si, no problemo. Dus de volgende ochtend, verkassen we van de ene plek naar de andere en hebben daar een topplek! We staan bijna op het witte zand, de palmbomen ruisen langs de ramen, en de sfeer hier is compleet anders. En dat terwijl er misschien 100 meter tussenzit. We lunchen in de strandtent, heerlijke guacamole met nachos, een salade, bier en cola. Perfecto! We zetten onze stoelen onder de palmbomen, pakken onze boeken en genieten van dit heerlijke vakantiegevoel.

We besluiten hier een paar dagen te blijven. De plek is geweldig, het weer is top en in de omgeving is van alles te doen. Zo besluiten we de Maya tempel Tulum te gaan bekijken. Tulum is tezamen met Chichen Itza, Coba en Uxmal een van de belangrijkste archeologische vindplaatsen van de Mayas. Tulum ligt aan de kust en is een van de weinige nederzettingen die door de Mayas werden ommuurd. Je kunt het niet missen trouwens, je volgt gewoon een van de vele touringcars of taxibusjes van alle hotels hier langs de kust. Als we de parkeerplaats oprijden tel ik 30 bussen.....als ze volzitten betekent dit dat er in elk geval wel 1500 mensen rondlopen. Nou dat klopt wel aardig. Wat een volk, wat een kraampjes. Overal winkeltjes, Mexicanen die je naar binnen proberen te praten met cheap-cheap, alles is goedkoop. Als je hebt afgedongen;) Elk winkeltje verkoopt bijna hetzelfde, de uitstalling van hoeden, sombreros, felgekleurde doeken, Mexico mokken, sleutelhangers etc. Ach, je kent het vast wel.

We lopen richting de entree en zien ondertussen mensen met apen aan touwtjes, een man met een baby leeuw, een man met een immense leguaan. Je kunt er allemaal mee op de foto voor een paar dollar. Ha, voordeel van toerisme : Starbucks. Even koffie drinken en appen met Nederland. Ondertussen op het terras kijken we naar een Maya attractie van mannen die zweven aan touwen. Zodra je een foto wilt maken, komt het opperhoofd langs voor een donatie.

De echte ingang is 1 kilometer verderop, je kunt met een treintje of wandelen. We kiezen voor de wandeling,en lopen in een slinger van mensen, alsof je de avondvierdaagse loopt. We kopen een kaartje en gaan op weg naar de ruines. Het is indrukwekkend, zeker als je bedenkt wanneer dit gebouwd is. Tulum dateert van na 900. Maar toch word ik afgeleid door alle mensen om me heen, iedereen loopt kriskras, praat, lacht en maakt fotos. Omdat we geen rondleiding hebben genomen, heb ik toch het gevoel veel te missen, niet echt te begrijpen wat ik zie en kan ik niet genieten van de bak stenen die ik zie. De vele grasvelden eromheen, de keurig aangelegde paden geven het geheel een aanblik van een archeologisch na-maak park, attractie. En dat verdienen de Mayas niet realiseer ik me.

Na een kleine rondwandeling, kijken we elkaar aan, en lopen tegelijk naar de uitgang. Dit keer nemen we het treintje. We lopen rechtstreeks naar de truck en rijden terug naar de camping. Tebbo heeft griepverschijnselen, en slaapt de hele middag, avond en nacht. De volgende dag is het iets beter gelukkig, maar nog niet topfit, dus geen activiteiten.

Heb ik de tijd om de verscheper te bellen. Even een update over onze plannen. We hebben besloten Zuid-Amerika niet te gaan verkennen, althans niet met de truck. Dit betekent dat we de truck terug naar huis gaan verschepen. Het plan is een tour door Europa te doen: Scandinavie, maar ook Zuid-Europa, Griekenland, Turkije en andere landen die je anders niet zo snel per auto zult bezoeken. En daarna gaan we terug naar waar we begonnen zijn: Africa:)

We hebben besloten de truck van Mexico naar Bremen te verschepen. We hebben al een verscheper, een Amerikaanse bedrijf. We hebben de eerste documenten al ingevuld en nu is het wachten op de Mexicaanse forwarder. Die regelt voor de Amerikanen, de Mexicaanse papierwinkel. Aangezien er geen WiFi is hier op het strand of in de bars, bellen we de verscheper. Dit vertelt dat ie zojuist een email heeft verstuurd met de benodigde formulieren voor de Mexicaanse papierwinkel, en dat we die eigenlijk even moeten invullen. Tebbo is fit genoeg om even naar een resort verderop te rijden waar WiFi is.

Resort is misschien niet eens het goede woord. Aan de 307 tussen Tulum en Paa-mul ligt een afslag naar adventure park. Noem het maar gerust een dorp. Er ligt een marine haven, hier wonen mensen, er zijn vele hotels en resorts, je kunt er zwemmen met dolfijnen, zeilen en golfen. Er zijn winkeltjes en vele restaurants. Het is er eigenlijk prachtig. Grinnik.

Maar goed, daar gaan we heen als we even willen internetten. Ik open de mail en zie de Mexicaanse formulieren die we moeten invullen, het is in het Spaans wat het er niet makkelijker op maakt. Maar google translate is gewillig. We vullen alles is en mailen terug naar zowel de Amerikaanse contactpersoon als de Mexicaanse. Voor de zekerheid bellen we ook nog even naar de Mexicaanse contactpersoon. We worden super vriendelijk te woord gestaan en we sturen meteen nog even wat andere gegevens die ze vragen.
We besluiten de Amerikaan ook nog even te bellen om te vragen hoe het zit met de datum van verschepen. Zoals nu gepland staat is het 30 maart verschepen. Wij dachten dat we dan 28 maart ofzo moeten laden, maar nee dan moeten we 20 maart al laden. Ok, is maar goed dat we even bellen...... Echter geen garanties, want de data veranderen per dag. Ja, dat weten we, hebben we ervaring mee:)

We gaan terug naar de camping en Tebbo gaat nog even slapen. Ik zit rustig onder de palmen te lezen en realiseer me dat dit meer vakantie is dan reizen. Een gedachte die ik even op me in laat werken.

De volgende dag is Tebbo weer topfit en gaan we boodschappen doen in Playa del Carmen, de toeristenplaats van Yucatan. Als we in de supermarkt lopen, breekt de hemel open en worden de straten verblijd met een tropische regenbui. Als we daarna buiten komen is het stik-benauwd, wat natuurlijk logisch is bij een regenbui met 33 graden. We gaan terug naar het strand, en besluiten de boel onder water te gaan verkennen met een snorkel. Maar behalve heel veel zeewier in mijn haar, een paar witte en grijze vissen, niet veel bijzonders helaas. Daarvoor moeten we naar Isla Cozumel of Isla Mujeres.

S avonds eten we heerlijk op het strand, reggae muziek op de achtergond, jonge mensen die in de bediening werken en als het even rustig is staan te swingen in het zand.

We gaan de volgende nog weer even naar het adventure park waar we kunnen internetten. We lezen dat de boot op dit moment weer verlaat is, nu is het vertrek 3 april, en het laden 27 maart. Ok, prima. Zal nog wel tig keer veranderen denken we beide.
We besluiten een kijkje te nemen bij de dolfijnen, ik zie allemaal mensen in het water staan met reddingsvesten. En af en toe zwemt er een dolfijn voorbij, die je mag aaien. En soms mag je zelfs 10 meter met hem zwemmen. Wat een prachtige beesten zijn het. Ik ga informeren wat het kost. Je hebt drie pakketten, van aardig geprijsd naar duur. Over hun koppie wrijven en een visje geven kost €90 Als je ze wilt aanraken, over hun buik wilt wrijven en 20 meter met ze zwemmen, dan kost dat €160. Tja het is veel geld, maar ook uniek. Maar ja, het is niet echt puur het is gewoon een dolfinarium. Je mag geen fotos maken, dat doet de fotograaf zodat je ze na afloop kunt kopen. Ik besluit om er nog even over na te denken, want ik heb een soort haat-liefde verhouding met dit soort dingen geloof ik.

In de middag zitten we op het strand te kijken naar een aantal kiteboarders. Er staat een stevige wind en de mannen scheren zich over het water. Het is waanzinnig. Jong en oud trouwens. We zien een wat oudere man aan komen lopen met een grote zwarte goochelaarshoed op zijn hoofd. Hij pakt een kite, een board, verwisselt zijn hoed voor een waterbestendige zwarte goochelaarshoed en springt op zijn plank. Hij is echt goed! WOW wat een acrobaat.
Als we s avonds bij de truck zitten komt hij langslopen en we raken in gesprek. We maken kennis met Top Hat, zoek hem maar eens op op YouTube. De beste man is een jaar of 52, woont op Hawaï, was een van de eerste kiteboarders van de wereld en heeft in een van de Pirates of the Carribean films gespeeld met Johnny Depp. Wat een artistieke man, een beetje hippie-achtig, vrolijk en apart, energiek, maar natuurlijk ook wel een beetje Amerikaans.

Na een dag of vijf besluiten we verder te gaan, naar een camping 20 km verderop, gelegen in Paa-Mul. Vlakbij het strand, vele sta-plekken gevuld met snowbirds, een open restaurant, een hotel, prachtig zwembad, palmbomen en bewaking want daar worden Amerikanen en Canadezen heel blij van. Dit alles voor een prijs van 45 euro per nacht. Best duur. Alle andere campings kosten zo rond de 20 euro
We besluiten hier twee nachten te blijven. Vanuit hier willen we namelijk een dagtrip maken naar Isla Cozumel, het eilandje vlak voor de kust van Playa del Carmen. Maar dat doen we morgen. Vanavond genieten we eerst even van karaoke........nou ja lees het zoals je wilt. Het vindt plaats in het open restaurant en we zijn er hoe dan ook getuige van als we buiten bij de truck een spelletje zitten te spelen. De volgende morgen nemen we een taxi die ons naar de haven brengt. Onderweg een nieuwe tropische regenbui, maar eenmaal in Playa del Carmen is het droog. We lopen naar de ferry, kopen een kaartje en gaan bovenop het dek zitten. Het is een mooi tochtje, met hoge golven, opspattend water en live muziek aan boord. Om ons heen vele Mexicanen, toeristen en een jong voetbalteam. Als we aankomen op Cozumel, vraagt de trainer of een van de jongens met me op de foto mag. Een mooie 15-jarige jongeman komt naast me staan. Foto, verlegen en een glimlach.

En dan ben je op Cozumel, zodra je de terminal uitloopt staan er achter elkaar en naast-elkaar 20 kleine kraampjes waar je bij alle 20 een auto of scooter kunt huren. Vervolgens staan aan de andere kant de kraampjes waar je een snorkeltocht kunt boeken. We lopen eerst maar even het oude stadje in. Het is drukkend warm en we slenteren ontspannen door de straatjes. Drinken wat in een bar, lopen nog een rondje. Aan de ene kant de mooie, oude huisjes. Aan de andere kant winkeltjes, allen gericht op toerisme: juwelen en sigaren. En natuurlijk alle traditionele Mexicaanse koopwaar. Overal zie je toeristen slenteren, zwetend met grote hoeden en tassen met gekochte spullen. Het is niet puur meer, de traditionele Mexicaanse manier van leven heeft plaatsgemaakt voor de Westerse toerist. De prijzen zijn exorbitant hoog, afdingen hoort erbij en overal proberen ze je naar binnen te praten. Het hoort er schijnbaar bij bij toeristische gebieden, dat weet ik weet wel, maar toch is het jammer. We hebben geen zin om rond het eiland te gaan en nemen de snelboot terug naar Playa del Carmen. Wat een prachtig stadje is trouwens, ondanks de modernere gebouwen en de luxe winkels hangt er een fijne sfeer. Oud en nieuw, traditioneel en gewenst, hier is een combi van alles. Maar het is heel mooi gedaan. We gaan in een van de straten eten, het is bloedheet. Er is life Mexicaanse muziek, wat te gek is. Veel pamfluit en fluit. De ijsklontjes die bedoeld zijn voor mijn tonic, smelten op mijn hoofd, in mijn nek en tussen bij borsten. Eindelijk verkoeling. Het eten is geweldig, de Mexicaanse oudere obers zijn super gastvrij. Het is top. Als we verder wandelen besluiten we een massage te nemen, 20 euro voor 70 minuten, dat is niet duur. We worden meegenomen door een dame in een wit uniform naar een straatje verderop. We komen in een aftands gebouwtje waar bruine gordijnen hangen, een vaag Boeddha schilderij, wat wierook en een oosters muziekje voor een bepaalde ontspannings sfeer moeten zorgen. Nou bij mij zorgt het alleen maar voor een opgefokte sfeer. Er staan 5 meiden in witte tenues in Spaans met elkaar te fluisteren, naar ons te kijken en dan te glimlachen. Ik weet het niet. Straks vragen ze nog naar een happy ending.......terwijl ik totaal niet ontspannen zit te wachten, komt er een Amerikaans stel uit een van de kamers. Het was great, fantastic. Nou vooruit dan maar. We moeten meelopen met een wit uniform, gaan een trap op en komen op een zoldertje waar we niet rechtop kunnen staan en waar twee massage tafels de ruimte vullen. Uitkleden en gaan liggen en hopen op een happy ending, in welke vorm dan ook....
Twee masseuses beginnen te masseren. Ik wou dat ik een mannelijke masseur had, maar helaas. Tebbo is blij, een leuke dame die een klein beetje Engels spreekt. Die van mij spreekt enkel Spaans en na vijf minuten fluistert ze zwoel heel dichtbij mijn oor iets in het Spaans. Ik krijg allerlei wilde fantasieën maar zeg enkel dat ik haar niet begrijp. De ander vertaalt, ze gaat nu beginnen met de klassieke massage. Ok. Naast me ligt er eentje te spin en van genot, ik moet mijn best doen te ontspannen. Na een uur schatert Tebbo het uit om mijn blik en zogenaamd ontspannen houding. Toch wel voldaan stap ik van de massage tafel en lopen we zo de straten van Playa del Carmen weer in.

Met de taxi gaan we terug naar de truck en vallen een paar uur later moe en voldaan in slaap. Als we wakker worden is het nog steeds heet en benauwd. De zoute zee laat haar zilte lucht op mijn huid dalen wat voor een klef gevoel zorgt. Maar ja, dat hoort bij het beachlife. We gaan op weg naar Cancun.

En de rest van onze belevenissen volgen in het volgende verhaal dat ik binnenkort weer zal plaatsen.



nog een paar fotos | vrijdag 20 februari 2015


En hierbij nog 13 fotoos....

Link naar fotoalbum

Mexico deel II | vrijdag 20 februari 2015


Van Mazatlan voert de weg ons richting Lo de Marcos, de weg gaat langs de kust richting het zuiden. Eerst vooral weer de hoofdweg , de omgeving verandert, wordt meer jungleachtig. We komen door Tepic, de hoofdstad van de staat Nayarit. We verlaten de hoofdweg en komen in een bergachtige jungle omgeving. We zitten in de binnenlanden, en de route is waanzinnig. We rijden naar boven en nog verder naar boven, het wordt kouder en kouder. Op advies van iemand rijden we naar een RV park in Lo de Marcos aan de Pacific Ocean. Het dorpje is mooi, het plein, de laaghangende draden, de gekleurde huisjes, de mensen op straat. Een prachtig beeld. De straten zijn smal, maar we passen erdoor. We komen op een zandweggetje, we zien vele gringos : zo worden de blanken genoemd door de Mexicanen. Diverse campings en RV parks verschijnen aan de rechterkant, wij willen graag naar Cruz Maria, de een na laatste in het straatje. Als we onder de poort door gaan, stap ik toch maar even uit om zeker te weten dat we er onder door kunnen. Het lukt. Meteen komen er allerlei vriendelijke Canadezen aan om ons te helpen en te kijken naar watvoor rig er nu aan komt. Het is een camping met 21 plekken en er is nog 1 plekje vrij gelukkig. De meeste mensen overwinteren hier, wat inhoudt dat ze hier gemiddeld 4 tot 5 maanden blijven. Dave, de manager ontvangt ons hartelijk en we installeren de boel. Als we rustig met een biertje en chips zitten te relaxen komen de buren allemaal even kennismaken. Het is gezellig.



De volgende ochtend schijnt de zon, is het 29 graden en ontdek ik het strand en de wuivende palmbomen. We ontmoeten nog meer mensen, veelal Canadezen. We worden uitgenodigd om de volgende dag een potje softbal te spelen. Dit doen ze twee keer per week van 9 tot 11 op een sportveld in het dorp. We rijden mee met een stel en als we aankomen ben ik verbaasd over het aantal mensen. 20 man staan op een veld klaar voor een potje softbal! Van alle campings in de buurt komt iedereen die dat leuk vindt hier meedoen. Ook Mexicanen. Om te beginnen gooit iedereen zijn handschoen op de grond, en een van de heren maakt er twee groepen van. En dan begint het. Tja, softbal, eh is 20 jaar geleden dat ik dat voor het laatst gespeeld heb geloof ik. We worden in het veld gezet als achtervangers:-) Maar ja er komt een moment dat je moet wisselen en aan slag bent, zoals dat heet. Gelukkig heb ik wel wat balgevoel, en mep ik die knuppel met een schwung tegen de bal. Uit. Hmm nog een keer dan. Die gaat goed. Ik ren naar het eerste honk, binnen! Ook Tebbo mept de bal een eind weg en spurt naar honk 1. Ach en zo doen we ons rondje en leren we het spel. Het rennen en meppen valt wel mee, maar het vangen met die handschoen is een verhaal apart. Maar we hebben lol en ik vind het waanzinnig om te zien hoe die oudjes twee keer per week hiermee actief bezig zijn.

Na het spel is het tijd voor bier en chicken wings in de plaatselijke kroeg. We komen er achter dat Sinaloa kartel hier een huis in de stad heeft. Interessant.
Tegen 13 uur komen we moe maar voldaan weer terug op het park. Tijd voor zwembroek en bikini en afspoelen in de oceaan. Ik kijk wel even beteuterd als ik die enorme golven zie, en besluit nog maar even te wachten. Tebbo duikt het water in en ontwijkt de golven of laat zich erop meevoeren. Ik nestel me onder een palmboom in de schaduw met mijn boek. Om me heen de andere mensen van het park. We maken kennis met Joellen en Ken, Donna en Dave, Judi en Jim, Ruth en Jim , Arthur nog meer mensen.



In de avond worden we uitgenodigd voor een etentje in een restaurantje aan het strand. Oh en wat zie ik op de kaart: PIZZA! Lekker Mexicaans zul je denken, maar wat maakt het uit. Tebbo eet tortillas met garnelen en groentes, die worden geserveerd op een schilderijtje. Echt top. Het werd een lange en gezellige avond.

De volgende dag geeft ons lichaam aan dat we iets gedaan hebben, spierpijn noemen ze dat.Als we in de middag weer op het strand vertoeven, biedt Jim me zijn bodyboard aan waarmee je op je buik over de golven kunt gaan. Dat lijkt me wel wat. Na wat gespartel, misgepakte golven en liters zout water in mijn neus en mond lukt het en laat ik me meeglijden over de golven richting het strand. Wat een heerlijk gevoel, maar ik realiseer me ook hoe machtig sterk het water is. Als ik half in het water zit uit te rusten komt de volgende golf die me een paar weten verderop weer neerzet. Ik schuur over de bodem en ontvang naast water ook schaafwonden, maar wat een lol! Tebbo doet het veel beter en pakt de hoogste golven en wordt meters meegevoerd tot op het strand. Af en toe is de golf toch iets slimmer en maak je diverse duikelingen voordat je weer boven komt.



In de avond borrelen we met Jim, Judi, Jim en Ruth. Deze lui zien er allemaal zo lekker ontspannen en gezond uit! Ik vraag hoe oud ze zijn en ben verbaasd te horen dat ze al 57 zijn. Ze werken allemaal 5 tot 6 maanden per jaar, verdienen genoeg geld en ontvluchten daarna de sneeuw en genieten van de zon en de vrijheid. Later kom ik er achter, dat bijna iedereen dat hier doet, op de enkeling na die reeds met pensioen is. Ik vind dat eigenlijk een verdomd goed systeem:-) Ruth nodigt me uit om de volgende ochtend mee te gaan naar de camping ernaast voor een uurtje spieroefeningen/yoga. Dit wordt twee keer per week georganiseerd door een gringo, en vele andere gringos komen daar. Joellen gaat ook mee. Mijn hemel wat een inspanning, de juf is toch al wel in de 50 maar is prachtig gespierd en houdt alles met gemak vol. Waar ik halverwege moet opgeven omdat mijn spieren zo trillen, gaat de juf rustig door. Na het uur vraag ik me af of ik uberhaupt nog kan bewegen. Na weken alleen maar zitten in de truck is dit best veel inspanning binnen 3 dragen: softballen, spieroefeningen en bodysurfen. Ha, maar wat een heerlijk gevoel om weer wat te doen!

In de middag komt Joellen ons nog even allerlei tips doen, zij en Ken zijn vorig jaar naar Yucatan geweest, het stuk waar wij nog naar toe gaan. Om 17 uur is het happy hour en komt degene die wil naar de vuurplaats en neemt zijn eigen drankje mee, waar iedereen even een uurtje gezellig bij elkaar zit. De mensen willen alles weten over Africa en de reis. Na nog een dagje in het paradijs besluiten we om toch echt verder te gaan. Ook al staat er een leuke Mexicaanse avond gepland, ook al moeten we nog ergens even grote shrimps eten. Het is tijd. Als we de volgende ochtend weggaan, zwaait de hele camping ons uit. Wow, wat een oprecht leuke en aardige mensen hebben we ontmoet. Ik vond het heel bijzonder en heb met straaltjes genoten. Ik krijg van Ruth het boek Mike en Terri Church over Mexican Camping, dit boek wordt ook wel de bijbel genoemd van het reizen door Mexico. Ik ben er erg blij mee, want ik de VS hadden we het niet kunnen kopen.



Via het internet hebben we de veiligheidssituatie gecheckt in Mexico. Het advies is om de deelstaten Guerrero en Michoacan niet te doorkruisen. De Canadezen vertellen ons dat ook op de forums die zij volgen dat wordt aangegeven. Dit betekent dat we niet langs de westkust naar Yucatan kunnen rijden. Dus een plaats als Acapulco is nu niet veilig. Ik wilde graag een sanctuary bezoeken waar jaarlijkse ongeveer 100 miljoen vlinders komen, ook beter niet kunnen aandoen. Dit is jammer, maar we besluiten om die deelstaten voor de zekerheid toch te vermijden. Dit houdt in dat we dwars over het land van de westkust naar de oostkust zullen gaan. Het is niet anders.
Onder getoeter en gezwaai verlaten we Lo de Marcos. Beetje jammer is dat de koelkast kuren heeft, dus we kopen wat ijszakken om de boel toch koud te houden. We moeten eerst weer het stuk terug door de bergen. Het groen is zo groen en heeft een prachtige doordringende kleur. Als we de binnenlanden verlaten, nemen we de tolweg en zien we naast veel asfalt, ook veel bergen die bedenkt zijn mos. Mos dat gedrapeerd is en loom hangt. Ik voer de coordinaten in van een RV park waar we heen willen, maar als we aankomen blijkt dat toch verkeerd te zijn. Het coordinaten systeem in Mexico is anders dan in Nederland. Dus dat werkt niet, en als ik goed internet heb moet ik dat maar even uitzoeken. Dan maar het adres invoeren, dat werkt wel. Een beetje vergane glorie deze Roco Azul camping in Jocotopec het regent, het is een modderzooi en het is koud, 13 graden. Maar voor een nachtje is het prima. We gaan een filmpje kijken en vroeg slapen.


De volgende ochtend kijken we op de kaart en zien we dat we in de buurt van Mexico City komen, een stad die je NIET wilt doorkruisen. Er ligt een ringweg omheen. Maar dat is nog best ver. Dus kiezen we een camping vlak boven de stad, is wel 565 km rijden maar goed. Ook nu weer kiezen we voor de tolweg, wat op zich saai is, vele tolpoortjes. Maar ook vele valleien en akkerbouw. We zien een Subway en eten een broodje. Als we verder rijden zien we onderweg veel vuilnis en rotzooi, vervallen huizen. Wel leuk is dat er verse aardbeien in mandjes wordt verkocht langs de snelweg. Heerlijk.



Ook zie je veel politie en het leger. We zien de Policia Federal iemand achtervolgen en stoppen langs de kant van de weg. De agenten springen met twee AK 47 uit de auto en houden iemand staande. Wij rijden door.

We komen aan in het mooie dorpje Tepotzotlan, een stadje met een jezuietenkerk en klooster. Het is oud en het is er vrolijk. Het is vandaag Valentijnsdag en het is carnaval, het is een groot feest. Overal mannen met rozen, stieren op de weg, heel veel autos naast elkaar in de kleine en smalle straatjes. Vrolijk. Maar Tebbo voelt zich niet lekker en stopt de truck middenin in het verkeer. Hij springt uit de truck, ik begrijp dat hij zo snel niet in de achterkant kan klimmen, dus ook ik spring eruit en help hem in de truck. Hij moet naar de wc:-) En zegt tegen mij dat ik maar verder moet rijden. Ahum, ok?! Een politieagent komt naar me toe en vraagt of alles ok is. Ik zeg ja. Ik stap achter het stuur en manoeuvreer de truck door het drukke verkeer. En het is er druk en smal! En overal mensen die zingen, lachen en vrolijk zijn. Ik besluit mijn raam open te doen, zonnebril op en zwaai naar iedereen. Ik krijg hartjes toegeworpen grinnik. Inmiddels is de navigatie de weg kwijt, want er zijn vanwege het feest allerlei straten afgesloten. Ik vraag de weg aan diverse mensen. Inmiddels weet navigatie weer waar ik ben, en zegt opeens dat ik er ben. Maar alles wat ik zie, geen camping. Inmiddels roept Teb vanuit het badkamerraam dat ie er weer aan komt en hij springt op de passagiersstoel. We besluiten een taxi aan te houden en die voor ons te laten rijden. Midden op een plein moet ik keren, Tebbo stopt het verkeer, de taxi chauffeur blokt de andere autos en mensen klappen en lachen. Na 5 minuten zien we de camping en komen we middenin de stad op een grote parkeerplaats. Het is goed, we zijn er.

Na een ziek nachtje is Tebbo de volgende dag weer fit, alleen ontzettend verkouden en last van de kop. In de loop van de dag komen we erachter wat er is: hoogteziekte in combinatie met misschien wel de kip van het broodje. We zitten hier op 3000 meter! Tja dat zijn wij lageland-bewoners niet gewend natuurlijk. Maar goed, we besluiten toch te gaan rijden, het is vandaag zondag en we willen graag Mexico Stad voorbij. We denken dat we de navigatie goed hebben ingevoerd zodat we de rondweg nemen, maar al gauw blijkt dat niet het geval. GVD. We zitten middenin Mexico Stad, een van de grootste steden ter wereld met enorm veel smog en verkeerschaos. Maar ook vol avontuur, mooie musea en overblijfselen van de Azteekse beschaving. Maar dat laten wij lekker voor wat het is, we willen maar 1 ding: de stad uit. Maar ja dat duurt wel even. We zijn blij dat het zondagmorgen vroeg is, waardoor het relatief rustig is. We tuffen rustig door totdat we politie zien en we naar de kant moeten. Ze spreken geen engels en spreken in rapido Spaans tegen ons met een glimlach. Ik vraag documenta? Si. Ik overhandig hem de documenten voor de import van de truck. Hij wil nog een rijbewijs zien, en lacht dan dat alles ok is. We kunnen verder.



De stad is goor! En het is de grootste sloppenwijk die ik ooit heb gezien. Ongelooflijk. Na anderhalf uur zijn we de stad door en volgen we de weg naar Puebla. We zien aan de andere kant van de weg en immens ongeluk. Twee vrachtwagens en twee personen autos. Van die autos is niets maar dan ook niets meer over. We zien twee lijken die in een pick-up getild worden. Tebbo zijn gezicht betrekt en ik zit met mijn handen voor mijn mond. Op de achtergrond hebben we muziek. Het voelt als een nare film. We zien 20 km file aan de andere kant, en het is warm. Mensen zijn uit hun autos, vrachtwagenchauffeurs sleutelen aan hun trucks.



Na Puebla de stad wordt de omgeving mooier en mooier. Het is zelfs vredig in de bergen. We zitten in de binnenlanden, de jungle, het groen, de mensen. De vrouwen vegen hun straatjes, de kinderen spelen op straat, de mannen praten en lachen, de kippen lopen overal, zelfs twee biggetjes steken over. Zelfs de begraafplaatsen zijn fleurig. Het is hier zo mooi. En dat de wegen slecht zijn, maakt niet uit. We stoppen en zien een pasgetrouwd stel lopen over straat met bruidsmeisjes. Een idyllisch tafereel midden in de jungle. Uiteindelijk komen we uit in het dorpje Tepetepan waar een grasveld een mooi RV park vormt, je kunt er ook een huis huren. Eigenaar Gene is een Amerikaan uit Chicago die dit runt samen met zijn Mexicaanse vrouw. Het is een mooi plekje, maar toch ook wat vergane glorie. Er is geen geld meer voor onderhoud vertelt de man. Er komen nog maar weinig toeristen. En dat is zonde. Want de plek en het dorp zijn echt de moeite waard. In de avond worden we getrakteerd op een voorstelling van de vuurvliegjes, luciferne. Uniek en zo mooi. We blijven een dagje, het is heerlijk weer en er is goed internet waardoor we eindelijk even kunnen FaceTimen met het thuisfront. We lopen een rondje door het dorpje, en zien winkeltjes waarvan je niet weet dat het winkeltjes zijn. En je kunt er alles kopen. Van waspoeder tot batterij, van ui tot een enkele sigaret, van Cola tot veger. Uniek! Dit maakt het reizen zo leuk.



We willen graag nog een stuk door de binnenlanden, om te genieten en ons mee te laten voeren door de geluiden van de vogels en de geur van vuurtjes. Door de kleurrijke waslijnen, en de stinkende brommers. Het doet ons denken aan Thailand, maar ook aan Malawi. Het is een wereld ver van de zogenaamd ontwikkelde wereld, maar het is er zo sereen en ongerept. De wereld lijkt hier langzamer te gaan. Het is magisch.

Uiteindelijk moeten we toch de grote weg weer op want anders kunnen we geen kilometers maken. We komen door Villahermosa, een andere grote drukke stad met smog. Eigenlijk wilden we hier ergens overnachten, maar we kunnen de camping niet vinden en aangezien het hier toch niet mooi is, rijden we door. We komen langs dorpen die gebouwd zijn rondom moerassen. We gaan de brug over, naar Ciudad el Carmen. We komen weer door stukje binnenland met vele kleine gekleurde huisjes en winkeltjes. De kindjes hier zijn prachtig, vooral de meisjes met hun zwarte haar en donkergekleurde huid. Net als in Africa wordt hier veel gelopen, je vraagt je soms af waar heen. Maar mensen lopen, of fietsen en maken gebruik van zogenaamde taxi-tuk-tuks.
Uiteindelijk, na nog een brug, komen we aan in Isla Aguada aan de Pacific Ocean waar een lief klein 73-jarige mevrouw genaamd Thelma een hotel en camping heeft. Aan het strand met de wuivende palmbomen en het geraas van vrachtwagens over de brug vlakbij, blijven we hier 2 nachten.

Na een dag bewolking en regen besluiten we weer verder te gaan, moeten hoognodig boodschappen doen. Geen tolwegen dit keer, maar gewone autowegen die door dorpjes gaan. De dorpjes lijken allemaal hetzelfde, maar zijn toch anders. We zijn inmiddels in de deelstaat Yucatan, het gebied van de Mayas. En het is hier wat ruimer, de winkeltjes lijken wat georganiseerder. Het is ook schoner. En dan zien we het bordje Balakmu en gaan we de eerste Maya tempel bekijken. Het is een vervallen ruine en niet zo imposant als de tempels die we nog zullen tegenkomen, maar toch is het bijzonder. Er zijn weinig tot geen toeristen. Middenin de bossen liggen de restanten. Als we ze bekeken hebben en terug willen lopen, komt er een mevrouw onze kant op met een sleutel of we de frescos ook willen zien. We lopen een trapje op en zien de prachtige frescos.



We komen in Chetumal en zoeken Soriana, de supermarkt. Naast ons een brandweer auto met enorm veel herrie uit de uitlaat. Twee vrolijke Mexicanen erin met de raampjes open. Als we wachten voor het stoplicht, kletsen we wat. Daarna trekken we op en doen een wedstrijdje middenin de stad, alle vier lachen we hard. We vragen ze waar de supermarkt is, ze zeggen hun te volgen. Na een paar 100 meter wijzen ze naar links, daar moeten we heen. Gracias amigos! En inderdaad de mega supermarkt, inclusief kleding, eletronica en huishoudspullen. Ons overnachtingsplekje is op Yax-Ha resort, aan de Caribische Zee. En dat zie je, het water is meteen blauwer. Ook hier weer vele palmbomen met sokken. De onderkant van de palmen worden wit geverfd vanwege de insecten.

Een dagje relaxen, wassen en lezen, eerst in de brandende zon, maar in de middag vervangen door vele wolken en harde wind. In de lapa is goed internet en plaats ik dit lange verhaal op de site. inclusief vele fotos (die in 2 delen zijn)




Link naar fotoalbum

Bienvenidos a Mexico | zondag 08 februari 2015


We rijden van Palm Desert richting Phoenix over Highway 10, een hele lange saaie asfaltweg. Het regent wat, wat de wereld er ook niet mooier op maakt. Boodschappen doen we in Blythe. Aangezien het weer toch niet fantastisch is, besluiten we kilometers te maken. Ook Amerika kent schijnbaar files.want we komen rond spitstijd in Phoenix. Hierdoor wel de mogelijkheid om de stad vanaf de highway goed te bekijken: hoogbouw, bedrijven, kantoorgebouwen, nog meer bedrijven, nog meer hoogbouw, metershoge reclameborden en neonverlichting. Oh ja, en veel bordeaux rode autos. Terwijl we langzaam voortschrijden over het asfalt komt er een vliegtuig laag over, vlak voor ons neus. Verbouwereerd kijk ik opzij, en kom tot de ontdekking dat het vliegveld middenin de stad ligt! Oorzaak hiervan is de enorme groei van de stad. Phoenix is de vijf na grootste stad van de VS en ligt middenin de woestijn, waar je trouwens niets van merkt als je door de stad rijdt. Voor de zekerheid check ik de tijd nog even, en zie dat we weer een nieuwe tijdzone zijn binnengereden.



Na een nacht slapen, is de regen blijven druppelen en besluiten we gewoon weer te gaan rijden. Richting Tucson. Als we onderweg zijn, besluiten we ook maar gewoon vandaag te proberen de grens over te gaan. Dus doen we nogmaals boodschappen, dit keer in Green Valley, een prachtig stadje. Langzamerhand klaar de lucht op, doet de zon hard haar best om door de wolken te stralen en wordt de wereld een stukje kleurrijker. Des te dichter we bij Nogales komen, de grensovergang, des te meer reclame voor Mexicaanse verzekeringen. We besluiten in het dorp voor de grens een verzekering af te sluiten, wat verplicht is in Mexico. Bij de eerste verzekeringsmaatschappij weigeren ze ons, omdat we een Europese auto hebben. Op naar de tweede, die er niet is en een bordje op zijn deur heeft dat ie vanavond om 20 uur terug is. Ja, zo lang willen wij niet wachten natuurlijk. Staat ook bij, dat we het wel gewoon online kunnen doen. Modern als we zijn, doen we dat:-) Het kantoor is gevestigd in een hotel, waar we gebruik mogen maken van de computer en printer. Online vul ik alle gegevens in en we krijgen meteen een prijsopgave. Slik. $ 1015 voor 6 maanden allrisk. De vorige keer was het 107 voor 30 dagen alleen WA. Dus tja, dan kom je wel op dat soort bedragen uit. Tebbo beslist doen, voelt goed. Een muisklik en klaar is JT. Printen maar en op naar de grens!

Een drukte van jewelste bij de grens, althans vele gebouwen, mensen, cameras, verkeerslichten, rijen, hekken, mensen. We rijden onder een soort van brug door, en er gaat een sirene af. Dus aan de kant. Er komen twee Mexicaanse douaniers aan, die even willen kijken en kletsen. Ontzettend vriendelijk. Vertellen ons dat we over 21 km een kantoor zien waar we de temporary import voor de auto moeten regelen. En dat was dat, gas geven en bienvenidos a Mexico! Wat weer een snelle, makkelijke grensovergang.



De wereld is direct anders, kleurrijker, chaotischer, drukker, maar vooral heel blij. We slingeren door de straten van links naar rechts, meerdere autos naast elkaar, stilstaande bussen, laaghangende draden. En, de zon schijnt! Aangekomen bij kilometer 21 moeten we de papieren regelen. Kantoor 1: papier invullen voor onszelf, stempel erop en worden doorverwezen naar het volgende pand. We lopen naar een lange balie waar we de tijdelijke import voor de truck moeten regelen. Maar ook voor onszelf. Dat is op zich zo geregeld. De stempels zijn binnen. Maar voor de truck blijkt het iets ingewikkelder. We geven onze autopapieren, copies van kentekenbewijzen etc. Maar ja, dat is allemaal in het Nederlands. We proberen wat te vertalen, de mevrouw roept 4 collegas erbij. Allemaal bekijken ze de papieren. We krijgen alles weer terug en moeten nieuwe copies maken. Op naar kantoor 3 waar een meneer zit die copies voor je maakt. Dan weer terug naar kantoor 2. Inmiddels hebben ze al onze papieren, paspoorten, creditcard, en aangezien ze achter een glazen wand zitten, kunnen we er niet bij. Een beetje unheimisch, maar toch ook wel met vertrouwen, wachten we nog een tijdje. En dan komen de verlossende stempels, en mogen we terug naar kantoor 1. Onderwijl lees ik de papieren van de import en zie dat we 10 jaar (!) in Mexico mogen blijven met de truck. Heul apaart. Ook in kantoor 1 krijgen we stempels en dan zijn we klaar en mogen we het land gaan verkennen.

Aangezien het toch allemaal wat langer heeft geduurd, besluiten we te overnachten op de eerste camping die we tegenkomen. Nou ja, camping. In Santa Ana worden we welkom geheten door Edgar en Ana, 2 oude kreupele lieve mensen. In een oude Ford zitten ze te wachten of er iemand voorbij komt die de nacht op hun terrein wil doorbrengen. Twee keer per week hebben ze geluk en stopt er daadwerkelijk iemand. Ik moet bekennen dat ik even een beetje angstig was, dan Ana eruit zou zien als een oud dametje, maar ondertussen een Kung-fu-panda was. Maar dat blijkt niet zo te zijn. Ana is oud, heeft reuma en kanker, maar een glimlach en ogen als kraaltjes.



Als we wakker worden schijnt het zonnetje een heel klein beetje, de nevel is nog net even sterker. We gaan richting San Carlos en daarvoor hoeven we alleen Mexican Highway 15 blijven volgen. Voor de bergen heerst er nog wat mist, maar zodra we tussen de bergen door rijden opent zich een nieuwe wereld voor ons. We passeren Hermosillo met zowaar een Starbucks, wat gelijk staat aan coffee and Wi-Fi. Terwijl we op het terras zitten te appen als junks, ruizen om ons heen de palmbomen en worden we verwarmd door de stralen van de zon. We rijden verder, de weg is omgeven door bergen begroeid met donkergroene bomen en donkergroene struiken. In Guaymas stoppen we bij RV Park en Hotel de Cortez, een soort van hacienda aan de Sea of Cortez. We zijn niet de enige, er staan nog een paar RV-ers, oftewel campers. RV = recreational vehicle oftewel camper. We blijven hier twee nachten en voor het eerst komt het gevoel van het reizen weer boven. Niet elke dag hoeven rijden, maar ook met regelmaat ergens gewoon blijven.



Guaymas is een leuk stadje, maar niet heel veel te doen. We rijden door over Highway 15 op weg naar Los Mochis. Een rit van ongeveer 365 km. De weg is goed met hier en daar wat potholes, en wat wegwerkzaamheden. Voor de rest is het eerlijk gezegd wat monotoon. Kilometers asfalt onder ons, een paar bergen links en rechts, cactussen en electriciteitspalen. Echt spannend is het niet zeg maar. De highway gaat soms zomaar door een dorpje waar je dan even snelheid moet minderen. We zien dat de autos op de linker rijstrook allemaal stilstaan. Rechts rijdt een bus en een auto en die rijden langzaam door. We besluiten ook maar aan die kant te gaan rijden. Maar ook zij stoppen voordat ze doorrijden. Ik zie een soort van militair, al krijg ik al snel in de gaten dat het geen echte is. Dit zijn struikrovers, jonge jongens die de wegen blokkeren en iedereen laten betalen. We klikken de deuren op slot. Een van de struikrovers loopt richting Tebbo zijn raam en begint in rapido Spaans te praten. We verstaan er niks van op een woord na: la donacion. No hablas espanol zegt Tebbo terwijl hij de jongen 20 pesos ( 1,20) in de handen drukt, waarna we onze weg mogen vervolgen. Het klinkt allemaal spannender dan het is, maar het is wel bijzonder. We rijden door de stad Ciudad Obregon met een Starbucks, we overnachten op een afgrijselijke RV park langs de snelweg in Los Mochis en we rijden weer verder, richting Mazatlan. We rijden een nieuwe deelstaat binnen, Sinaloa, de staat waar de hoofdbasis is van het Sinaloakartel, Mexicos grootste en machtigste drugskartel. Het verklaart meteen de vele militairen, echte dit keer, die we veel zien. Die rondrijden of staan op strategische plaatsen. Verder is de deelstaat vooral heel groen en vruchtbaar. Nog nooit heb ik zoveel landbouw gezien, velden achter elkaar, links en rechts. Het ene nog groener dan het andere. Het is een aangename blik na honderden kilometers grijs asfvalt en donkergroene bergen met bebossing.



Mazatlan, een compleet nieuw aangezicht, vele palmbomen, toeristen, hotels, hoogbouw, taxis, winkeltjes. Het voelt alsof we op vakantie zijn. Het is vrolijk, ontwikkeld als een vakantiebestemming. Wat klopt, want het stikt van de Amerikanen en Canadezen de zogenaamde snowbirds. Punta Cerritos RV Park is onze bestemming, een camping met 79 plekken, waarvan er 78 vast bezet worden voor 6 maanden per jaar door snowbirds. Het is een dorpje op zich. Er is nog een plekje vrij aan de oceaan en daar blijven wij 5 nachten.



Meteen komen de buren naar buiten, Gailyn en Jim, Canadezen. Ontzettend vrolijke en leuke mensen waar we veel mee lachen. Op een avond gaan we met hen en een andere buurman genaamd John naar een restaurant in Mazatlan, we eten op een plein terwijl er een live band speelt. Om me heen alleen maar 50+ en veel gezelligheid. Wat een relaxte sfeer, wat een ontspanning. Mensen zingen, eten, drinken, lachen en dansen. John kent alle nummers die gespeeld worden, Tebbo en Gailyn dansen zich tot zuurstofgebrek hen dwingt te gaan zitten. Wat een heerlijke avond. De volgende dag ontmoet ik Susan , een andere Canadese snowbird, die in haar tuin een nest heeft met kolibries!



Na 5 dagen is het tijd om te gaan, we zakken verder zuidwaarts naar Los de Marcos.

Voor nu adios amigos, hasta luego.

En ik hoop dat jullie genieten van de fotos want het heeft meer dan 2 uur geduurd voordat ze geupload waren, incl. gevloek getier en veel geduld....


Link naar fotoalbum

We zijn er.... | donderdag 29 januari 2015


Yes, we zijn er! Althans, in Amerika.
Goede lange vlucht, kleine 11 uur, vlogen met KLM en hadden een plek bij de nooduitgang gekocht, dus de beentjes konden heerlijk gestrekt. Beetje geslapen, filmpjes kijken, rode kool met gehaktbal eten, en toen waren we er. Bagage gehaald, lange wachtrij bij de douane, taxi in en hup naar het hotel in Chatsworth, alwaar we in de middag rond 14 uur aankwamen.



Inchecken, bedje ruiken, maar niet slapen om een jetlag proberen te voorkomen, dus maar even op zoek naar wat voedsel en koffie. Bij de Thai op de hoek eten we een heerlijk bord rijst met kip en cashewnoten. We zitten aan het raam en ik voel me beland in een film. De autos razen voorbij, ik zit in een vaag Thais restaurantje zoals je die zit in films. Alles voltrekt zich langzaam, onze hersens voelen als watten. Verdoofd, een beetje daas zoals Tebbo dat noemt, staren we wat naar buiten. Bleke koppen, langzaam pratend, zoekend naar woorden. Afwezig zou je ons kunnen noemen. Na de rijst trek in koffie, en jawel op de andere hoek zit Starbucks;-) Een cappuccino en latte macchiato, we nemen het mee op het kleine terras aan de straat. De autos komen zo snel voorbij dat ik er beroerd van wordt. Rijden ze nou zo hard, of kunnen mijn hersencellen de bewegingen niet zo snel registreren. We sjokken terug naar het hotel, we willen wakker blijven. We duiken in bed, kijken een uitzending gemist en dan is het 17.30 uur en kunnen we echt niet meer, we doen onze ogen toe en slapen tot 3.45 uur. Wat een genot. Daarna doen we nog even de ogen dicht en worden we om 7.00 uur wakker. Kiplekker, topfit.



Een lekker Amerikaans ontbijt: eieren voor Tebbo en pannenkoeken en toast voor mij. Thee met chloor slaan we over. We bestellen een taxi naar Plummer Street en staan 10 minuten later oog in oog met de truck! Yes. We pakken meteen ons ritme op, Tebbo begint te sleutelen met de accus en de laders en ik pak de tassen uit.
Lopen tegen een klein probleem aan, de accus van de truck zijn stuk. Gelukkig heeft McGyver een systeem erin gebouwd dat de lichtaccus ook doorverbonden kunnen worden naar de truck, zodat we gewoon kunnen starten.



Anderhalf uur later toeren we over de highway, het zonnetje schijnt , de lucht is blauw. We rijden naar Palm Desert de camping waar we vaker zijn geweest. Echter de vorige keren stonden we daar met een paar man. Nu komen we aan, en kijken onze ogen uit, knettervol met snowbirds, Amerikanen en Canadezen die de sneeuw ontvluchten en hier naar de zon komen. Zodra ik het RV park op loop, daalt de gemiddelde leeftijd gigantisch. Mijn god, wat een grijze golf..Tebbo valt wat minder op qua leeftijd, maar qua outfit valt ie er toch weer buiten. Geen keurige korte broek met overhemd en golfcar:-P
In de avond horen we muziek en zien we vele senioren op een terras gezellig samen zitten, we lopen een rondje over het RV park en zien vele lampjes en ander soortige verlichting, we zien tv in de buitenkant van de campers. Het is een dorp op zich. Er wordt gewandeld met hondjes, en overdag is er mogelijkheid tot aquajoggen en golfles.

We blijven 3 nachten om de boel op orde te brengen. Is ook wel even nodig, want we moeten nieuwe accus bestellen en de wc hapert weer. Maar Tebbo sleutelt een uurtje of twee en dat gedeelte is klaar. Accus zijn besteld en hebben we inmiddels ook al opgehaald. Kortom, we zijn er klaar voor.



Vertrekken morgen richting Tucson, Arizona al is dat hier nog wel een dikke 600 km vandaan. Vervolgens zullen we bij Nogales de grens oversteken naar Mexico. Wanneer weten we nog niet precies, ligt eraan wat we tegenkomen. Wordt vervolgd amigos, haste luego.

En een paar fotoos
Link naar fotoalbum

Si, we gaan weer....nos vamos a Mexico | zondag 18 januari 2015


Januari 2015. Laatste bericht was juni 2014.
Maanden zijn voorbij gegaan, en ik heb jullie niet eens op de hoogte gehouden.
Kan allerlei redenen verzinnen waarom niet: te druk, geen tijd, geen zin, vergeten, velen van jullie live gesproken, andere dingen gedaan, te druk, aan het werk geweest, gezeild, te druk, gevolleybald, plannen gesmeed, bezig geweest met een bedrijf, onderzoek gedaan, te druk. Steeds komt maar weer dat ene woord naar voren: te druk.
Het meest gebruikte woord in een social talk van tegenwoordig. Want als je het niet druk hebt, hoor je er niet bij. En aangezien ik er soms ook een beetje bij wil horen, zeg ik ook dat ik het te druk heb;-) Maar als ik eerlijk ben: ik heb er gewoon geen tijd voor gemaakt.

Maar nu wel. Want nu gaan we gelukkig weer op reis, en komt de behoefte om te schrijven ook weer naar boven. Nog een week en dan zitten we in het vliegtuig en gaan weer ontdekken. De plannen zijn in de afgelopen maanden tig keer gewijzigd , en de eindconclusie is dat we 26 januari naar Los Angeles vliegen, de truck gaan ophalen, een paar dagen in Amerika blijven, en dan de grens zullen oversteken naar Mexico. Een kleine drie maanden zullen we verblijven in Mexico, waarna we de truck op de boot zullen zetten en naar Europa gaan verschepen.

Inderdaad, geen reis door Zuid-Amerika. Kan een heleboel redenen geven waarom niet, maar de samenvatting is veel simpeler: we willen graag Europa doen, en daarna weer terug naar Afrika..

Maar nu eerst naar Mexico!



Mexico, Baja California | maandag 30 juni 2014


We besluiten om niet verder zuidwaarts te gaan en dat we weer richting het noorden gaan rijden. Van La Paz rijden we weer richting Loreto, en vooral het laatste stuk van de route is waanzinnig mooi, door de bergen. We overnachten in Loreto, geen stroom dus doet de airco het maar kort op de zonnepanelen. Als we buiten zitten krijgen we bezoek van een twee spechten die een perfect holletje hebben gemaakt in de boom. Voor de verandering is het benauwd, we douchen koud, springen nat in bed en doen ons ogen dicht en blijven stil liggen in de hoop in slaap te vallen. Dat lukt, voor anderhalf uur. Dan worden we weer wakker van de benauwdheid. We gaan midden in de nacht weer onder de koude douche staan en sjompe nat in bed leggen en slapen uiteindelijk nog een paar uurtjes. Als we wakker worden is het nog heel vroeg, we ontbijten en starten de motoren, waar we heen gaan boeit me niet als we maar rijden met de airco aan. Nederland moet vandaag voetballen tegen Australie.



We rijden langs de prachtige oostkust, met de turquoise blauwe lagunes en hebben geen verbinding dus hebben geen idee wat de stand is. We passeren weer een militaire controle en we moeten meekomen en aan de kant gaan staan. 10 militairen (!) controleren de auto, Tebbo doet de buitenkant en ik doe de binnenkant. Ze lopen om de truck en in de truck en kloppen op alle wanden en muren, klimmen in de cabine, kijken onder de stoelen, onder het stuur, ze doen de matrassen omhoog, openen de kastjes, rommelen tussen de kleren, schijnen overal met zaklampen in en onder, trekken lades open, controleren de koffiezakjes, en de wc. Ondertussen babbelen ze het vrolijk in het Spaans tegen me en ik antwoord met si, futbol, copa del mondo, holanda etc. Ze zijn allemaal hartstikke aardig en toch irriteert het me. Het is alsof ik ergens van verdacht word, ze maken zon inbreuk op je privacy, ze komen in je territorium, zitten overal aan of in, en dat voelt niet fijn. Ze kunnen nog zo aardig zijn en het is absoluut niet bedreigend, maar toch Ik vraag Tebbo of hij nog ergens klopgeesten heeft gehoord of gezien maar nee hij ook niet. We mogen verder.



Even later zien we het prachtige blauwe water van Bahia de Concepion en we besluiten het strand op te rijden om te lunchen. Het is heet, maar het waait en de zee zorgt voor verkoeling. We blijven hier gewoon overnachten besluiten we. Vele visjes in het water, een grote walrus (lees Tebbo) en een angstwaterhaas (lees Judith). Op het strand is een dode puff fish met zijn stekels een prikkelbaar gezelschapsdiertje. Het is er heerlijk relaxed, er zijn nog wat gasten, men zwemt, peddelt of vist. Er is ook een restaurantje en daar vraagt Tebbo naar de voetbaluitslag. Nederland heeft met 0-3 gewonnen zeggen ze. We zijn blij! We brengen de middag grotendeels heerlijk samen door in het water. We koken ons eigen maaltje aangezien het restaurant alleen vis verkoopt en eten onder de door de sterren verlichte hemel, op het strand. Hoe mooi kan het leven zijn.

De volgende ochtend worden we wakker van het ruizen van de zee, een reiger die op het dak van een vissersbootje zit en de meeuwen die vliegen langs de waterlijn. We pakken onze spullen in, en rijden de betovering weer uit. Door de bergen, over de enorme smalle wegen die Baja rijk is. Als twee vrachtwagens elkaar passeren is het noodzakelijk te remmen om te kijken of de spiegels elkaar niet raken. Zodra we weer in bewoond gebied zijn, surf ik naar de NOS app en lees alles over het voetbal. En wat schetst mijn verbazing, het was 2-3 ipv 0-3 zoals de Mexicaan van het restaurant zei


We doen Guerrero Negro weer aan, willen graag tanken maar hier is geen diesel, is op. Het tankstation aan het einde van het stadje heeft het gelukkig wel. We rijden verder langs de oostkust omhoog, en zien bergen, cactussen en vele agaves. We passeren ook weer een militaire controle, we worden gecontroleerd op klopgeesten en arma, oftewel wapens. Beide hebben we niet bij ons. Als we in de buurt van San Quintin komen zien we kassen, zonder glas maar met doek. Heel veel kassen. Het hele stadje en zijn omgeving worden beheersd door Rancho Los Pinos, de kweker van tomaten, spruitjes, paprikas en komkommers. We overnachten ergens achteraan in het dorp op een soort van camping, we eten mexicaans in het restaurantje en worden (betaald) getrakteerd op een serenade van drie mexicaanse mannen met instrumenten.



En dan nog een laatste etappe van San Quintin naar Ensenada, we komen door allemaal leuke bedrijvige en vrolijke dorpjes, maar we blijven ons verbazen over de vergane glorie. En dan eigenlijk zonder glorie en vooral vergaan. De vele kleuren van de pandjes maken het vrolijk, maar toch is het vergaan. Ensenada daarentegen is weer veel moderner. We overnachten op Estero Beach Resort, en kunnen voetbal kijken in de bar van het hotel. De bar zit vol met Mexicanen, Amerikanen en een enkele verdwaalde Europeaan. De wedstrijd Amerika Portugal is erop en aangezien het in de laatste 20 seconde van de wedstrijd pas 2-2 wordt, hebben we een heel leuke, internationale voetbalmiddag.

De volgende ochtend zitten we om 9 uur weer in de bar, want dan speelt Nederland tegen Chili. Aangezien het zo vroeg is, is het veel minder druk en kunnen we kiezen op welke tv we de wedstrijd willen volgen. Onze Amerikaanse buren zijn er ook en die zijn ook voor Oranje. Na de gewonnen wedstrijd stappen we vrolijk in de truck op weg naar de grensovergang, we gaan Mexico verlaten en Amerika weer in. We kiezen voor dezelfde grens overgang als de heenreis, Tecate. Er staat een lange rij wachtenden voor ons. Als we aan de beurt zijn, rijden we door tot de cameras , stoppen we bij het stopbord en rijden verder als er tegen ons gezegd wordt dat we door mogen rijden. What the hell is that, vraagt de douanier. Eh, een camper. That is a big rig sir. Ja meneer. Heb je ook groente en fruit bij je? Eh ja een halve meloen. En eieren? Ja 4 stuks ofzo. Oh. Paspoorten graag. Alstublieft meneer. Ok, volg mij u moet mee naar de second inspection. Ga eerst maar even plassen zegt die man. Oh moet ik dan? Ik stap uit en twijfel of ik wel moet. Douanier zegt tegen Tebbo dat ik moet beslissen of ik wil plassen of niet, anders moet ik de auto in, want ik mag er niet uit. Nou ja zeg. Tebbo gaat plassen, ikke ook. En dan komt er een nieuwe meneer die wil in de truck. Tebbo doet de trap uit en loopt naar boven de truck in. De douanier sommeert Tebbo er weer uit te komen en NAAST de truck te gaan staan want meneer wil ALLEEN naar binnen. En alleen als hij iets vraagt mag je antwoord geven. Hij wil de eieren hebben. Nou prima, dan neem je de eieren toch mee? De watermeloen mogen we houden. Voorin de cabine hebben we twee schapenvellen liggen, voor de kou gekocht in Canada. Die moeten er uit en geinspecteerd worden. Aangezien het schaap is, is het goed. We mogen doorrijden en worden welkom in Amerika geheten. Thank you.
We gaan van kilometers weer naar miles, van pesos naar dollars, van Spaans naar Engels, van heel erg lief en vriendelijk naar gewoon aardig.

Het was een korte eerste kennismaking met Mexico maar ik vond het bijzonder, niet zozeer om de natuur, als wel om de mensen, de vriendelijkheid van de bevolking. Maar ook de onderontwikkeling van het gebied. Het begint nu weer op te bloeien, maar de drugskartels hebben veel kapotgemaakt in de voorgaande jaren. Verlaten dorpjes, huisjes, restaurantjes en strandtentjes. Allen staan ze te wachten op nieuwe eigenaren die met de voor Mexicanen kenmerkende vrolijkheid en vriendelijkheid , er weer iets swingends van kunnen maken. Het zou zo mooi zijn. Want er zijn een hoop mooie plekken in Baja.



We rijden richting San Diego waar we hebben afgesproken met onze Amerikaanse/Mexicaanse vrienden van de Baja race, Ruben sr en family and friends. Van Tecate naar San Diego is een kilometer of 70, en wat een nieuwe wereld. Modern, mooi, hip en vooral schoon. We overnachten op Chula Vista RV resort, met heel veel grote luxe camper bussen, palmbomen, bloemen en asfalt. In de avond rijden we naar Bonita een plaats dat bestuurlijk gezien onder San Diego valt. Wat een mooie omgeving. En wat een leuke en bijzondere avond hebben we. Spaans, Amerikaans en Nederlands. Een mix van culturen, heerlijk eten en leuke gesprekken. In de nacht rijd ik ons terug naar de camping en vallen we koel en glimlachend in een diepe slaap. Ook al vind ik het soms lastig, uiteindelijk lukt het sommige mensen een plekje veroveren in mijn hart en Ruben sr en family horen daar zeker bij. Mi casa es su casa amigos.



We besluiten nog een paar dagen vakantie (;-)) te houden in Palm Desert. Ondertussen ruimen we op, maken we schoon, zwemmen we, lezen we, gaan we uiteten, hebben we het heet met 42 graden maar niet benauwd, hebben we airco, en tv. We kijken Duitsland - Verenigde Staten en zijn natuurlijk voor de VS. Maar het mooiste is natuurlijk de wedstrijd Nederland - Mexico. In een kantine achtige omgeving, die als een soort van showroom is ingericht voor een Happy Birthday party, zitten twee Oranje supporters te kijken naar de wedstrijden, en vooral natuurlijk Nederland-Mexico. En oh wat heb ik een bewondering voor die gasten die met die temperaturen en hoge luchtvochtigheid zo hard rennen! We kijken naar ESPN en een van de analisten in de studio is Ruud van Nistelrooy. De Amerikaanse commentatoren hebben het met regelmaat over de Dutchies en de Flying Dutchman Arjen Robben.
Nog niet vaak zal er hier zo geschreeuwd en gesprongen zijn door twee Nederlanders.

En dan realiseren we ons dat deze twee maanden zijn omgevlogen. Nu is het tijd om weer even naar Nederland te gaan. Donderdag landen we rond een uur of 9.30 op Schiphol. En onze plannen zijn weer wat gewijzigd en veranderd, zoals zo vaak gebeurt als je vrijheid hebt:-)
De reden dat we nu even Mexico hebben aangedaan was voor de stempel die we nodig hadden voor de truck. Maar warempel, nergens een stempel. Dus voor de stempel hoeven we niet weer terug te komen. Aangezien Mexico, het vaste land, nu op het programma staat, en we graag in de lekkere temperatuur willen reizen, hebben we besloten dit te doen rond januari/februari. En dan misschien ook wel Belize, Guatemala en Honduras. Maar misschien ook niet. We weten het nog niet. Fijn he.



Link naar fotoalbum

Baja California van Ensenada naar La Paz | zondag 15 juni 2014


Om te beginnen: dit is wat we tot nu hebben gedaan.




In Ensenada worden we wakker van het geluid van diverse vierwiel aangedreven voertuigen. Het wordt steeds drukker op de camping, allemaal doen ze mee aan de Baja 500 , de internationale off-road race. We spreken met diverse deelnemers en ze geven ons de tip om naar Mikes Sky Ranch te gaan als we de race willen bekijken. Er is echter een klein aandachtspuntje: om Mikes te bereiken moet je een 30 km lange off-road weg door de bergen nemen, en we hebben kans dat we onderweg deelnemers van de race zullen tegenkomen, die aan het pre-runnen zijn, oftewel het parcours verkennen. Nou is dat tegenkomen niet een probleem, de weg is echter zo smal en vol stenen en rotsen dat je wel je verstand erbij moet houden. We besluiten het er op te wagen. Maar eerst even naar het centrum van Ensenada, en wat zie ik daar: Starbucks:-) We parkeren op het grote parkeerterrein en zien een legervoertuig met militairen met geweren, ze knikken me toe.
We gaan voor de Telcel, de telecom-boer van Mexico. We kopen een simkaart voor de iPad zodat we onderweg gewoon internet hebben. Kost allemaal net niks en met handen en voeten in Spaans en Engels komen we eruit.



De weg naar Mikes is inderdaad rotsig en zandering. Geen asfalt te bekennen, alleen zand en rotsen. Het is woestijn, en de aanwezige flora is bedekt met een grijze stoflaag door het opspattende zand. En het is waar dat we onderweg pre-runners tegenkomen, maar we zien dat ook zij al rustig rijden. Het gaat allemaal prima. En uiteindelijk zien we daar het bordje Mikes Sky Ranch. Het is ongelooflijk. Een gedateerd, in elkaar geknutseld gebouw, een zwembad, een schimmige donkere bar, een restaurantje, en een ruimte vol met t-shirts en visitekaartjes van mensen die Mike bezocht hebben. Mike himself is er ook, zittend aan de bar met zijnn alcoholische versnapering, al om aanwezige sigaret en broekzak vol geld. Kamperen kost 10 en je mag staan waar je wilt. De truck ontbreekt het niet aan aandacht en wordt bestormd door vele Amerikaanse off-road motor- of autorijders. s Avonds worden we uitgenodigd door een groep van 5 mannen die deels toeschouwer, en deels deelnemer zijn aan de Baja op cross motoren. Een dikke steak, de nodige biertjes, en de vele verhalen later, vallen we allen zowat om van vermoeidheid en gaan we een onrustige nacht tegemoet. Want ook midden in de nacht blijven de toeschouwers binnenkomen en de volgende ochtend staan overal tentjes, vuurtjes en partytenten. Als we de eerste helikopters zien, is dat het teken dat de eerste deelnemers eraan komen, in dit geval de crossmotoren en quads. Wij zitten gewoon eerste rang! Zo dichtbij, geen hekken, geen linten, niks. Als de deelnemers hier voorbij komen, hebben ze er al 250 mile opzitten ( 400 km ). En dat is ze aan te zien, het gaat niet meer zo snel, alhoewel het voor ons nog steeds een enorme snelheid is waarmee ze over de rotsen stuiteren. Maar het wachten is op de trophy trucks, de dikke autos met 800 pk. Als er 3 helikopters boven het parcours zweven, we de stofwolken in de verte zien, weten we dat ze eraan komen. En wow wat is dat een spektakel! Die snelheid, dat geluid, dat vermogen, ongelooflijk. Wat een sensatie. Als twee trucks zowaar nog bijna op elkaar knallen wordt iedereen helemaal gek. Op het dak van de truck is het mooi fotos maken.



Het lezen van bovengenoemde zinnen duurt langer, dan het voorbijkomen van de trophy trucks. Maar tjonge-jonge wat een wreed geweld. Geweldig! De hele dag en een groot gedeelte van de avond is het een enorme happening. Iedereen praat met iedereen, drink een biertje, vertelt over de autos en de deelnemers. We horen dat sommige teams hun eigen helikopters hebben, we horen dat de trophy trucks gemiddeld 1 miljoen kosten, we horen dat maar tussen de 40 en 60% van de deelnemers zal finishen. Naast ons staan een groep Mexicanen waarmee we met handen en voeten (en bier) communiceren. Als je van racen houdt, is dit echt uniek om mee te maken. Ik vond het helemaal top.

We ontmoeten een groep Mexicanen/Amerikanen, Ruben sr, Ruben jr, Antonio, Adan, Emilio, David sr, David jr, Diego, Jorge sr en Jorge jr. Allemaal mannen, varierend in de leeftijd van 11 tot 60 jaar. Ontzettend aardige mannen, waar we de avond mee door brengen. De volgende ochtend gaan we met elkaar naar de watervallen. Eerst een stuk met de autos, Ruben sr rijdt in een lichtblauw VW busje, pracht ding, en scheurt over de rotsen alsof het niets is. Op een bepaald punt is de weg te smal voor de truck en moeten we een aantal dooie takken en stammen slopen. Vervolgens wandelen we nog 20 minuten door een soort van amazone gebiedje: we waadden door het water, klimmen over rotsen tot we de kleine waterval zien. Met puur en helder water. We nemen een douche, de kids gaan vissen. Het is een moment van puur geluk van een groep mensen die elkaar tot gisteren nog niet kenden.



Op de terugweg worden we al lopend door het beekje opgeschrikt door een slang, en als we even later weer door het water willen banjeren, is daar weer een slang. Genoeg reden voor mij om de rest van het parcours over land af te leggen..
De jongens springen allemaal bij Tebbo in de truck en ik nestel me op de achterbank van de VW. En na een hoop gehobbel, gerace, gierende boys is het tijd om afscheid te nemen en sluiten we een bijzondere ontmoeting op ons in hart.

We zetten koers richting San Felipe, en onderweg moeten we stoppen bij een van de vele militaire checkpoints. Ze zijn vriendelijk, en willen allemaal even binnenkijken, om vervolgens ons toestemming te geven om door te rijden. Ons blikveld wordt gevuld met rotsen en cactussen , een strook asfalt en links van ons de Golf van California oftewel The Sea of Cortes. En verder vele verlaten stadjes, langs het strand wat huisjes en verder niets. We weten dat het seizoen van de snowbirds (zoals de Amerikanen heten die de zon op zoeken als het bij hun sneeuwt) begint zo rond januari, maar zo verlaten hadden we het niet verwacht. Het plan was te overnachten in San Felipe, maar zo ongeveer alles is leeg, verlaten en de bordjes FOR SALE waren schijnbaar in de uitverkoop. We besluiten door te rijden richting Puertecitos. Eenzaam en alleen staan we op de mini-camping met de roze bougainville, de kleine lapa, het witte zand en azuurblauwe zee. Geen stromend water, geen elektriciteit, wel hoge temperatuur en een gigantische luchtvochtigheid waardoor je klam en zout aanvoelt. Maar goed dat wisten we, aangezien dit niet echt het goeie seizoen is. En hoe vervelend kan het zijn met een zo n prachtige omgeving.



We laten Puertecitos achter ons en volgen de prachtige asfalt weg richting Bahia de los Angeles, Bay of Hope. We komen verrekte weinig tegenliggers tegen, en dat is toch wel apart op zn nieuwe asfaltweg. Na een aantal km komen we erachter waarom, het asfalt houdt op, ze zijn tot hier gekomen en de rest is steen, rots en zandweg. De komende 50 km schudden we door de auto, we rijden dwars tussen rotsenblokken door en we hebben van ons leven nog niet zoveel cactussen gezien. We laten wat lucht uit de banden lopen zodat het rijcomfort wat stijgt, zetten onze mindset op genieten, en we tuffen langzaam richting eind. En als we dan eindelijk de Highway 1 bereiken, zijn we paar uur verder, onze organen van links naar rechts en andersom geschoven, stoppen we even. Tebbo helpt een Amerikaans echtpaar met hun auto, ik maak de lunch en na het eten rijden we door richting Bahia de los Angeles. Het stadje is klein, overal vrolijke winkeltjes maar weinig bedrijvigheid. We kamperen bij Daggetss op het strand aan het blauwe water. Ik zit op mijn stoel en aanschouw de pelikanen voor me. Niet de pelikanen qua kleur zoals ze in mijn beleving zijn, maar bruine. Ze scheren over de water, hun vleugels weid gespreid, laag over het water zodat hun buikje net niet het water raakt, en dan landen ze op een boven het water uitstekende steen. Om hen heen vele meeuwen. En verderop vogels die met duikvluchten een visje uit het water halen. Het is jammer dat de zee in mijn ogen, zo stinkt, maar anders was dit perfect:-)



In de vroege ochtend word ik wakker, kijk naar de opkomende zon en probeer uit te vinden wat ik zie in het water als ik uit mijn bedje kijk. Er zwemt van alles aan de kustlijn, het spuit af en toe water omhoog, maar ik zie geen koppie of iets dergelijks boven komen. Na een (bewuste) koude douche waag ik me naar het water. Ik zie allemaal vieze vissen, die aan het doodgaan zijn. Ze zijn boven een beetje rose, en onderop een beetje bruin/grijs. Ze hebben een soort van vleugels, ze hebben tentakels, een oog en een gat waaruit ze water sproeien. Ik ben er een beetje bang van en weet nu zeker dat ik niet ga zwemmen, maar na beraad blijken het inktvissen te zijn. Ze hebben hun eitjes gelegd en werpen zich nu op het strand om dood te gaan. Tja.

Na deze enerverende ochtend rijden we wat door het kleine dorp op zoek naar een supermarkt, een geheel nieuwe ervaring in Mexico. Geen grote shops, maar opeens gewoon een gekleurd gebouwtje met tralies en ergens in vage letters staan nog mercado geschilderd. Ahaa, supermarkt. We hadden al gelezen dat je eigenlijk alleen in de grote stadjes groente en fruit kunt krijgen, en ik kan je melden dat dat wel aardig klopt. Wat er ligt, ziet er echt vreselijk uit. En aangezien er in de winkels geen airco is, alleen een ventilator, en we praten over een temperatuur van 34 graden, dan kun je je wel voorstellen dat de paprikas niet stralen van gezondheid..Maar dit hoort erbij, we slaan wel water, ham, aardappelen, yoghurt, chips, Heineken en wijn in.

We zien een leuk tentje aan het strand, Guillermos en besluiten daar even wat te drinken. Heerlijke verse orange juice, en enorme pancakes. En zelfs een klein beetje wi-fi. Oh en dat is wel even fijn, even het thuisfront laten weten dat we nog leven. De laatste 5 dagen namelijk geen bereik gehad, dus ook niet kunnen bellen of sms-en. Daar zitten we dan met ons data-tegoed op de simkaart. T is net Afrika
We vragen Guillermo of we ook ergens kunnen kamperen, jawel hoor, ga hier maar op het strand staan zegt ie. Geweldig, gewoon op het strand wat boeit het. Het waait lekker, de lucht is blauw, de zon die schijnt, het azuurblauwe water lonkt (maar niet echt) wat wil een mens nog meer.

Als we Bahia de los Angeles verlaten verplaatsen we van de oostkust richting westkust. Het voordeel van het westen ten opzichte van het oosten is de temperatuur. In het oosten zorgt de wind van de Grote Oceaan voor verkoeling. In het oosten is de Sea van Cortez (Golf du California) prachtig helder, maar doordat het tussen het schiereiland en het vaste land van Mexico in ligt, is het er warm, heel warm. We rijden richting Guerrero Negro, een groter stadje dat bekend staat om de lagunes waar de grijze walvissen hun babys krijgen. Echter dit vindt pas plaats vanaf januari, en aangezien het nu juni is hebben we daar niet zoveel aan.Het stadje an sich stelt ook niet veel voor, is vergane glorie, veel troep vuilnis en rotzooi. De banken en pinautomaten doen het niet, er is geen normale supermarkt waar we op gehoopt hadden en tanken kan alleen betaald worden in contacten met US dollars of pesos. Aangezien wij nooit met een bijna lege tank rijden en we nu graag 400 liter diesel willen tanken keer 0,72 is dat toch bijna 300. Gelukkig waren we zo slim om voordat we grens overgingen veel US dollars op te nemen, dus we kunnen met een gerust hard tanken. Een camping is er ook, zelf noemen we het de parkeerplaats achter een hotel, maar vooruit. Voor 1 nachtje is dat wel fijn, bovendien kunnen we dan even 700 liter water tanken.



En het is waar, het is inderdaad frisser hier aan de westkant. Maar ik moet zeggen dat het een aangename verkoeling is. Toch is de oostkant vele malen mooier in onze ogen en daarom rijden we de volgende dag van Guerrero Negro richting Santa Rosalia. De route is saai en eentonig. Maar het stadje Santa Rosalia is geweldig. Klein, druk, kleurrijk, heel veel winkeltjes, heel veel draden die over de straten hangen, en veel vriendelijke mensen. En zowaar een bakkertje! En een mercado, oftewel een supermarkt. Nou ja supermarkt, stel je een magazijn voor, heet en vochtig, aan het plafond een ventilator, 10 stellingen met dozen, met koekjes, chips, shampoo, sausjes, theedoeken, frisdranken, luiers en alles wat op de grond valt laat je daar gewoon liggen. Welkom in de mercado:-) We zijn wel blij want we kunnen cornflakes kopen, koekjes, chips voor het zoutgehalte (ahum) en flessen water. Op straat koop ik wat verse tomaten, die je echter grondig schoon moet maken in verband met dysenterie.

We overnachten even buiten het stadje aan het strand. Het is bloed verziekend heet en ongelooflijk benauwd. Gelukkig staat er op het strandje een palapa, een hutje op palen met een dak van gedroogde palmbladeren zodat het er lekker koel onder is. Een briesje van zee zorgt er voor dat ik blijf leven. We aanschouwen het vissen-jaag-aanvalsspel van de pelikanen die vliegend boven het water de vissen spotten, en als kamikaze piloten het water induiken voor hun maaltje. En ook zie ik mijn favoriete vogeltje: de kolibrie. Afhankelijk van hun grootte maken ze 15 tot 80 slagen per seconde (!) En ze kunnen zelfs achteruit vliegen en als een helicopter in de lucht blijven hangen op dezelfde hoogte. Ze zitten in de boom vlak naast me. En elke keer komt er eentje vlak voor mijn hoofd vliegen, op het moment dat ik mijn camera pak vliegt ie vliegensvlug weer weg. Het lukt me niet om ze goed op de foto te krijgen, momenteel zijn ze nog te snel voor mij;-)

Ook hier geen stroom op de camping, dus de airco kan maar een uur of twee draaien op de zonnepanelen. De nacht is een hel, na anderhalf uur word ik wakker en stik bijna van de hitte en de benauwdheid. Ik ben in staat de boel kort en klein te slaan, maar beteugel mijn lichtelijk agressieve gemoedstoestand door mijn man lastig te vallen met allerlei onzinnige en onredelijke gesprekken. Na een tijdje voel ik zowaar een koel briesje , die mijn onstuimige gedrag wegblaast en val uiteindelijk in slaap.
Ok, reizen is leuk, we weten dat het het verkeerde seizoen is, maar om nou 3 weken in een sauna/turks stoombad te verkeren, is me ook wat..



Toch willen we nog even door. We verlaten Santa Rosalia en gaan een dagje veel kilometers maken. We passeren stadjes als Mulege en Loreto. Plaatsen die je normaal even zou bezoeken en bekijken, maar het is nu simpelweg te heet om gezellig door zon stadje te lopen. Dus rijden we door, langs de kust, door de bergen, langs de rotsen en het prachtige heldere water. De vrolijke hutjes op het strand, de schittering van de zon die speelt met de kleuren van het water. Een vogel die afkoelt, een vis die opspringt. Het is een fraai plaatje, en het maakt de route een stuk levendiger dan gisteren.

Uiteindelijk komen we aan in La Paz, de hoofdstad van Baja Sur. De stad ligt tussen de bergen en de baai en heeft een haven waarvandaan je een ferry naar het vaste land kan nemen. We hebben het idee om de ferry te nemen en dan via het vaste land van Mexico weer naar de VS terug te gaan. Echter we hebben bij de grens geen immigratieformulier ingevuld, waar we wel naar gevraagd hadden, maar waarvan de douane zei dat dat niet nodig was. Nu blijkt dat dat wel nodig is, als je Baja Sur (het zuidelijke gedeelte) van het schiereiland op gaat. In feite zijn we nu dus illegaal. Echter het maakt niets uit volgens het meisje, alleen als we naar het vaste land willen, dan moeten we in de stad gaan regelen dat we een immigratie formulier gaan invullen. En op zaterdag hebben ze daar niet zoveel zin in, of zijn daar geen mensen voor, dus dan zou het misschien lukken op maandag. Vervolgens moeten we dan de truck tijdelijk importeren. Dit hoeft niet op het schiereiland maar moet namelijk wel op het vaste land. Ja ja welkom in de jungle van regels, wat trouwens in elk land zo is. Maar goed, we kijken elkaar aan en besluiten maar gewoon hier op het schiereiland te blijven. Het vaste land komt namelijk wel in de volgende reis..



We vinden een camping vlak bij de zee met 50 ampere, oftewel, met electricitiet waar wij iets mee kunnen en waarop mijn grootste vriend tot leven komt: de airco!! En ook mijn andere goeie vriend doet het hier: de wifi!! Och wat kan een mens toch blij zijn. We blijven hier lekker een paar dagen, om te wassen, de internetten, af te koelen en boodschappen te doen. Want hier hebben ze enorme grote supermarkten. We slaan in voor een weeshuis en het is goedkoop, top. Na het boodschappen doen eerst douchen om af te koelen en in de airco zitten. Ter info het is 39 graden met een gemiddelde luchtvochtigheid van rond de 50%. In Groningen is het met 20 graden een luchtvochtigheid rond de 60%. Echter in de nacht is het hier nog steeds rond de 25 graden of meer en loopt de luchtvochtigheid op naar iets van 90%. Ach ik zal niet klagen, maar het is niet mijn weer laten we daar maar op houden.

Onze campingplek wordt vergezeld door een nest van papegaaien. Prachtige groene beesten. Ik denk dat het amazonepapegaaien zijn, maar zeker weten doen we het niet. We eten in een tentje bij de ondergaande zon, we voeren een goed gesprek, drinken een goed glas wijn en vallen in de avond heerlijk koel in slaap..

----



En oh ja..voor iedereen mij een beetje kent weet dat ik het voetbal hier natuurlijk gigantisch mis..normaal zou ik alle wedstrijden kijken indien mogelijk, maar je kunt niet alles hebben Maar op de bewuste dag van Spanje Nederland reden wij door de bergen. Zodra we in Loreto kwamen had ik beschikking over internet en ik zag: 1-3! Kon het niet geloven. We reden tergend langzaam door het stadje om verbinding te blijven houden. Ik zag 1-5! Oh wat hebben wij een feestje gehad samen in de truck. In de ochtend moest Tebbo van mij het voetbaltenue aan, hij moest er om lachen en gelooft niet in mijn bijgeloof. Maar dat maakt ook niet uit, WE hebben gewonnen, en daar gaat het om!





----

En hieronder 3 berichtjes met heel veel fotos




fotos Mexico Baja California sur | zondag 15 juni 2014



Hola, de fotos van Baja sur

Link naar fotoalbum

fotos Mexico , Baja California : Baja 500 - Puertecitos - Bahia de los Angeles | zondag 15 juni 2014


Hola, hierbij de fotos van de offroad race Baja 500, Puertecitos en Bahia de los Angeles.
Link naar fotoalbum

fotos Mexico - Baja California - el norte | zondag 15 juni 2014



De fotos van de eerste paar dagen Mexico op het schiereiland Baja California.
Link naar fotoalbum

Mexico - Baja California | donderdag 05 juni 2014


Op de dag dat we de grens zullen oversteken, staan we vroeg op, douchen ontbijten, inpakken en gaan. Eerst nog even boodschappen doen bij Albertsons, coffee halen bij Starbucks, Garmin instellen voor de route naar de grens en dan gaan we op pad. Eerst een stuk highway 86, saai maar noodzakelijk voor het maken van kilometers. In plaats van de hele highway te volgen wat in onze ogen wat om lijkt te zijn, pakken we de 78 gevolgd door de 79. Na 15 kilometer vragen we ons met opgetrokken wenkbrauwen of we misschien toch niet beter wat om hadden kunnen rijden. Deze route is weliswaar mooi, maar rijdt door de bergen. Het asfalt kruipt omhoog van links naar rechts. Slingerend glijden de kilometers asfalt langzaam onder ons door. Zonder het te zeggen, vragen we ons beide af of dit wel goed komt, en of we vandaag het allemaal wel gaan redden qua tijd en grensovergang. Terwijl we beide hierover nadenken, worden we langzaam afgeleid door de omgeving die mooier en mooier wordt. En bijna tegelijkertijd besluiten we dat het ook geen moer uit maakt of we vandaag die grens over gaan of morgen. We hebben toch de tijd. En op het moment dat we dit uitspreken naar elkaar is het helemaal top en genieten we volop van deze aparte, eenzame maar mooie route met af en toe een plaatsje waarin je als het ware wordt teruggeworpen in de jaren 60. Vele bomen, kleine vervallen huizen , oude autos , kleine winkeltjes met af en toe wat vage neonverlichting en mannen met cowboyhoeden. Hier geen Starbucks, McDonalds, Albertsons of andere grote moderne shops. Hier lijkt de tijd wat stil te hebben gestaan, en wordt bier nog vervoerd achterop de pick-up, en koeien gevangen met lassos.



En sneller dan gedacht zijn we vlakbij Tecate de grensovergang. We stoppen vlak voor de poorten om even wat geld te wisselen en te kijken of we een verplichte WA-verzekering kunnen afsluiten. Als we dit alles namelijk doen voordat we grens overgaan , hebben we straks bij de douane en eventuele controles, alles al bij de hand. Tot onze verbazing zien we een Rabobank waar we nog wat Amerikaanse dollars uit de muur trekken. Even verderop een klein schimmig gebouwtje met grote neon-verlichting waarop staan aangeven: BUY 12.400 SELL 12.600. Oftewel hier kunnen we geld wisselen. En als we binnenkomen zien we ook dat we hier de verzekering kunnen afsluiten. Het gebouwtje blijkt ook meteen de plaatselijke postbussen te beheren te zien aan de vele kleine kluisjes. Op een tv die hangt in de hoek, wordt de Mexicaanse versie van GTST uitgezonden, en achter het glazen loketje dat volgeplakt zit met krasloten en ander soortige geldverkwistende loterijen, zit een prachtige Mexicaanse dame die ons in het engels te woord staan, super vriendelijk en behulpzaam. We kopen een verzekering voor 117 dollar, we wisselen dollars voor Mexicaanse peso en dan zijn we klaar voor de grens oversteek.



We stappen weer in de truck , rijden af op de grote poorten met verkeerslichten. Aangezien het niet zo druk is, is er maar 1 baan open. We hebben ook geen idee waar we heen moeten, dus rijden maar gewoon onder de poort met het groene licht door. Op internet had ik wel gelezen dat je bij groen door mag rijden en bij rood word je aan de kant gezet door de douane. Hij is nog steeds groen, we kijken een beetje om ons heen of dit goed is wat we doen, en worden gewenkt door een douanier die even verderop met zijn militaire bewapende collegas staat te praten. Hij gebaart ons door te rijden en te stoppen op zijn teken. We stappen uit, en komen in gesprek met een vriendelijke douanier. Hij vraagt waar we vandaan komen, wat we gaan doen, wat we al gezien hebben, wat ons doel is in Baja California en of ie even in de truck mag kijken. Je mag maar een beperkt aantal liters drank, vlees en fruit bij je hebben. Hij kijkt in een paar kastjes en vraagt waar we onze wapens hebben. Hebben we niet, zijn verboden in Europa. We zijn niet zoals de Amerikanen zegt Tebbo. De douanier zegt dat die gringos (blanken) overal bang voor zijn. Een luid geschater komt uit de truck. De militairen zijn ook erg vriendelijk. Binnen 9 minuten, nou vooruit laten we er 10 van maken, zijn we klaar. Dit is wel een heel snelle grensovergang vind ik zelf. We vragen nog waar we stempels moeten halen enzo, maar dat is allemaal niet nodig, aangezien wij alleen op het schiereiland van Mexico blijven zegt ie. Ok, prima. We stappen in en rijden meteen een nieuwe wereld binnen. Veel verkeer, druk toeterend, veel heel veel winkeltjes en shops, bedrijvigheid, vrolijkheid, oude huisjes, rotzooi op straat, veel kleur. Het is net Afrika:-) Vele duimen omhoog voor de truck. Welkom in Mexico.



We hebben bedacht de eerste nacht door de brengen in Ensenada, zon 120 km vanaf de grens. Als we het drukke stadje verlaten komen we langzaam aan in de wijngebieden. Mex-3, oftewel snelweg 3, voert ons over smalle wegen, langs groene wijngaarden, door bergen. Ondanks dat de Mexicanen zelf niet zoveel wijn drinken en liever tequila achterover gieten, zijn er toch best veel wijngebieden. En 90% van de wijngaarden ligt in Baja.

Oude huisjes worden afgewisseld met modern vormgegeven woningen. Sommige in straatjes hutje mutje op elkaar, sommige op kliffen uitkijkend over de oceaan. In de stad Ensenada is het een drukte van jewelste, ik kijk mijn ogen uit, wat een bedrijvigheid wat een kleuren. Wat ben ik in een andere wereld beland, vanochtend zat ik nog in het zogenaamd decadente Palm Springs en nu in het levendige vriendelijke Ensenada. Hier, aan de kust is ook de camping Estero beach resort. Worden vriendelijk ontvangen en als we even later rustig op ons plekje staan, ga ik zitten op een stoel en aanschouw de lagune en de palmbomen. Ik pak mijn verrekijker en tuur in de verte waar ik diverse vogelsoorten aanschouw die parmantig door het water voortbewegen. En ik zie een kolonie zeeleeuwen, grote lobbes op het strand. Mwah, als dit Mexico is en zo blijft dan ga ik mij hier zeker wel een tijdje vermaken.



Op de camping staan veel mannen met campers, dikke autos, cross motoren, buggys, race-kevers en andere vierwiel aangedreven voertuigen. We krijgen veel bezoek en mannen die vragen of we meedoen dit weekend. We kijken een beetje dom, meedoen, waaraan? Aan de BAJA 500 natuurlijk! Oh ja! Geen idee wat het is. Maar dat wordt al snel duidelijk. Het is een enorm off-road evenement dat elk jaar wordt gehouden en onderdeel is van Baja 1000, San Felipe 250 en Primm 300. De getallen duiden het aantal miles aan wat de race duurt. Dus de Baja 500 is 500 miles. Dat is dus 800 km off-road rijden op 1 dag. En aanstaande zaterdag vindt dat evenement hier plaats. Nu zijn er al diverse deelnemers die aan het proefrijden zijn. En allemaal leuke gasten. Grotendeels Amerikaans trouwens. Maar even voor de duidelijkheid wij doen dus niet mee aan deze trip, maar krijgen er stiekem wel een beetje zin in..



In de avond lopen we een stukje langs de lagune, een uitloper van de Grote Oceaan. We gaan uiteten in het restaurant, en voor een hapje vooraf, twee drankjes per persoon en 2 hoofdgerechten moeten we 34 betalen
De ondergaande zon , de palmbomen ach wat is het leven genieten. Deze eerste twee dagen Mexico waren top. Straks gaan we weer verder, op zoek naar de nieuwe avonturen van . ons.


Fotos houden jullie tegoed, want ik kon er maar een paar uploaden zoals je niet....




natuur weids en smal dor en oranje | zondag 01 juni 2014


We gaan de staat van Utah verlaten en komen binnen in Arizona, Lake Powell , Page en de beroemde Antelope Canyon. Dat is waar we heen gaan, dat is waar ik me enorm op verheug. We overnachten aan het water helemaal vrij, wat een verademing na alle RV parks. Staan waar en hoe je wilt, uitzicht, ruimte, natuur. Dit is zoals het bedoeld is te kamperen.

Al vroeg gaan we naar de Antelope Canyon, we moeten ons om 8 uur melden. Gisteren al gereserveerd want dat moet. Het is een groepsactiviteit. Niet onze hobby, maar dit is geen massa. Althans niet ons groepje dat uit 8 personen bestaat. Antelope Canyon bestaat uit twee gedeeltes, Upper en Lower. Het zijn smalle door water uitgesleten kloven en ze zijn indrukwekkend van vorm en kleur. Wij kiezen voor de toer in de Upper canyon, 400 meter lang en 44 meter diep. Oh en wat is dat mooi. Ik wandel door een schatkamer van rots en kleur. De zonnestralen die door de smalle openingen door de spleten naar beneden stralen zorgen voor een hemelse gewaarwording. De vormen van kandelaars en Monument Valley zijn zo mooi dat ze niet eens kandelaar of Monument Valley hoeven te zijn. In hun eigen schoonheid is deze rotsformatie zo prachtig dat in dit geval beelden meer zeggen dan worden.









Als we na drie kwartier weer naar buiten proberen te lopen, zien we dat meer mensen dit mooi vinden. Om de canyon weer uit te komen, moet je namelijk aan het eind gewoon weer omkeren en teruglopen. We komen een slinger van mensen tegen. En wat hebben wij een geluk gehad om zo vroeg naar binnen te gaan! Daardoor hebben wij fotos kunnen maken zonder voeten, armen of benen van anderen, maar in de volledige vrijheid van de canyon. Waardoor zijn schoonheid zoveel beter naar voren komt. En onze gids, Vivian, een Indiaanse, wat een pracht mens. Wat een enthousiasme en kennis.

Na de smalle canyon rijden we langzaam richting een grootse weidse en meest bezochte canyon: The Grand Canyon. Eigenlijk willen we graag de North Rim van de canyon bezoeken omdat het daar hoger en minder toeristisch is, maar er is een weg afgesloten en hierdoor zouden we heel veel kilometers moeten omrijden, daarom besluiten we toch maar de drukke South Rim te bezoeken. En inderdaad we zijn niet alleen, hoe vreemd. Het is mega druk, overvolle parkeerplaatsen, enorme bussen met Chinezen en Japanners met mondkapjes, hoedjes en cameras. Op elk viewpoint worden ze eruit gelaten en lopen ze alle 50 achter elkaar gedwee naar het uitkijkpunt voor de beroemde fotos. Ook wij doen dit, al bestaat ons groepje uit 4, en onze twee autos zijn net zo lang als de touringcars



Het lukt me fotos te maken zonder vreemden en ik moet zeggen dat het waar is dat de Grand Canyon indrukwekkend is. Het is een schilderachtig landschap met zijn weidse uitzichten, diepe kloven en wanneer er zon is, mooie diepe kleuren. En the Grand Canyon is inderdaad grand, groots. De vergezichten zijn gigantisch.
En toch..
Toch raakt het me niet zoals de Antelope Canyon of Bryce Canyon me raakten. Die kwamen binnen, die kon ik voelen. Daar was ik verbaasd, daar werd ik bevangen door de schoonheid en de kleuren van de natuur. Daar zag ik de natuur een gedicht voor me uitschrijven, daar voelde ik de emotie. Emotie die ik niet voel bij The Grand Canyon. En ook daar waren toeristen dus daar kan het niet aan liggen. Misschien was het stemming van de dag, misschien was het weer, of misschien vind ik het gewoon minder mooi. Heel simpel kan natuurlijk ook.

Op het hoogste punt was het 9 graden op de Grand Canyon, en als we richting Joshua Tree National Park rijden stijgt de thermometer naar 36 graden. Best wel een overgang. Maar ook al bezoeken wij Joshua Tree voor de tweede keer, het blijft een prachtig park. Het is sereen. Het is schoon, het is helder, het is rust. En in de nacht is daar een tapijt van sterren in de lucht die schitteren en twinkelen. We overnachten ook in het park dicht bij en in de natuur van Joshua Tree. De boom is een plant die eruit ziet als een cactus en meer dan 13 meter hoog kan worden. Ze zijn prachtig in hun eenvoud van stammen en stekels.



We rijden richting Palm Springs, de woestijn in. Nog twee nachtjes en dan gaan Marcel en Annet alweer richting Nederland. Het is snel gegaan, maar voordat ze terugvliegen nog even vakantie vieren in de hitte. Het is 40 graden en dat is best warm. We brengen veel tijd door in het zwembad en het vocht- en zoutgehalte worden goed op pijl gehouden.

We nemen in de ochtend om 5.30 afscheid van ons bezoek, de drie weekjes zijn omgevlogen met lekker eten, gezelligheid, warmte, kou, en veel natuur. Tebbo slaapt nog even verder en ik trotseer de warmte buiten en Facetime en Viber naar Irma, het mag hier dan wel vroeg zijn, maar in Nederland is het inmiddels 14.30 uur.
We blijven hier een paar dagen, doen onderhoud, wassen, schoonmaken, lezen en vooral veel afkoelen, ofwel in de watersproeiers ofwel in het zwembad. Vanwege het goeie internet kan ik deze dagen ook even Facetimen met mijn ouders en Leonie. Leuk zon moderne goedwerkende techniek:-)
Tebbo bestelt een waterpomp voor de hydrofoor, want die vertoont wat kuren. Aangezien dat ding maandag pas geleverd wordt hier op de camping, moeten we nog even in de hitte verblijven. Dus vieren we maar een beetje vakantie..



En wat gaan we hierna doen?
Nos vamos a Mexico! Weet je het zeker? Esta seguro de. Ja. Si.
We gaan dinsdag de grens over bij Tecate en zullen de komende weken het schiereiland van Mexico, genaamd Baja California, gaan ontdekken.
Eigenlijk is het nu het verkeerde seizoen om naar Mexico te gaan vanwege de warmte, tropische stormen en orkanen. Maar, aan de kust van Baja moet het te doen zijn. De reden dat we nu Mexico in gaan heeft te maken met een stempel die we nodig hebben voor de truck. De truck mag namelijk maar een jaar in Amerika verblijven. En ook al hebben we geen IN-stempel gekregen toen we vanuit Canada de VS binnenreden, we willen de ellende ook maar niet opzoeken, dus vandaar dat we nu wel een stempel gaan halen. En het leuke daarvan is, dat we daardoor ook even aan een nieuwe land kunnen proeven en ruiken.

Nou weet ik dat Mexico niet echt gezellig overkomt bij menigeen. En dat de gemiddelde Amerikaan ons voor gek verklaard. En dat sommige het niet leuk vinden wat we gaan doen. Maar luister, we nemen geen onnodige risicos, we hebben ons goed voorbereid en kom op, bij Afrika dacht menigeen hetzelfde. Ik zeg niet dat er niets kan gebeuren, maar er kan overal wat gebeuren.

Op het ministerie van buitenlandse zaken staat het volgende geschreven:

In geheel Mexico wordt geadviseerd extra waakzaamheid te betrachten op vliegvelden, in busstations, bij gebruik van openbaar vervoer en nabij populaire toeristische plaatsen.
Er is in Mexico sprake van geweld tussen drugskartels onderling en met de politie en het leger, waarbij ook burgers het slachtoffer kunnen worden. De drugskartels staan erom bekend niet terug te schrikken voor excessief geweld. 
Bij deze drugsoorlog, die meestal NIET tegen het publiek in het algemeen gericht is, zijn al veel doden gevallenDit geweld uit zich onder andere in bedreigingen, berovingen, afpersingen, wegafzettingen, ontvoeringen, marteling en moord door criminele organisaties. U wordt geadviseerd vooral in de noordelijke deelstaten na zonsondergang niet te reizen en bij het uitgaan na zonsondergang extra waakzaamheid te betrachten. Vrouwen wordt in geheel Mexico en met name in de badplaatsen geadviseerd extra waakzaamheid te betrachten.


Extra waakzaamheid betekent:
Veiligheidsrisicos zijn aanwezig, maar er zijn geen concrete aanwijzingen dat de reiziger hiervan hinder zal ondervinden.
Op Pagona Travel staat het volgende:
Mexico is een land van overvloedige natuur. Het noorden wordt gekenmerkt door immense woestijnen met in de zomer bloeiende cactussen. Deze woestijnen worden afgewisseld met twee grote bergketens die van noord naar zuid lopen de Sierra Madre Occidental en de Sierra Madre Orintal. Ten zuiden van deze gebergten ligt de centrale hoogvlakte waar tevens het hart van Mexico gelegen is. Typerend voor dit gebied zijn de prachtige koloniale gebouwen in de charmante plaatsjes. Reist u nog zuidelijker dan stuit u op de rij van vulkanen die horizontaal het land doorkruist de Sierra Volcnia Transversal. De rokende Popocatpetl is hiervan de bekendste vulkaan. De rij van vulkanen wordt gevolgd door de Sierra Madre Sur een bergketen met lagere toppen. Het schiereiland Yucatn ligt op een groot vlak van kalksteen waaruit indrukwekkende grotten cenotes en onderwaterrivieren zijn ontstaan. In combinatie met de rijke cultuur is Mexico zeker een bezoek waard. Baja California is het schiereiland dat links van Mexico ligt. Vanaf het noorden aan de Amerikaanse grens loopt het schiereiland wel 1700 kilometer naar het zuiden. De Jezueten vestigden zich in 1967 op het schiereiland om het geloof te verkondigen. Ze bouwden missies die tegenwoordig nog over de hele Baja terug te vinden zijn. De religieuze bouwwerken vormen een mooi gezicht in de woestijn. Het landschap van de Baja is zeer gevarieerd. In het noorden vindt u droge bergen met ronde glooiingen. Wanneer u verder rijdt naar het zuiden wordt het landschap wat groener met hier en daar een vulkaan prachtige stranden verlaten baaien en duizenden cactussen.

Ik vind de eerste het serieust en het tweede het leukst. Maar beide heb ik gelezen, en beide heb ik opgeslagen in mijn hoofd. Vergeet niet dat een gemiddelde Amerikaan niet buiten Amerika komt, omdat ie daar geen wapen mag dragen en alles eng en gevaarlijk is. Maar in welk land wordt er met regelmaat in het wilde weg geschoten op onschuldige mensen?
Vergeet niet dat veel mensen Afrika ook als onveilig bestempelen. We hebben er tien maanden doorheen gereisd en geen angstige gevaarlijke situaties ervaren. Misschien is dat geluk, misschien is dat de realiteit. We zullen het nooit weten.

Je kan pech of geluk hebben, je kan risicos nemen of vermijden. Maar dat kan ook in Europa, in Nederland , zelfs in de mooie provincie Groningen. Je kan ook gewoon onderzoek doen, je goed voorbereiden en geen onnodige risicos lopen. En in onze ogen lopen of nemen we geen onnodige risicos en gaan we gewoon een nieuw avontuur aan. Het komt goed lieve mensen.

En onder dit stukje, staan een 3-tal links met fotos.








fotos Joshua Tree en Palm Springs | zondag 01 juni 2014


een paar fotos van Joshua Tree en Palm Springs en Palm Desert

Link naar fotoalbum

fotos Grand Canyon | zondag 01 juni 2014



fotos van The Grand Canyon

Link naar fotoalbum

fotos Antelope Canyon | zondag 01 juni 2014



en hierbij vele fotos van Antelope Canyon....

Link naar fotoalbum

fotoos Arches en Monument Valley | vrijdag 23 mei 2014



Ok, internet was toch ietwat sneller, daarom hierbij ook de fotoos van Arches National Park en Monument Valley.....
Link naar fotoalbum

bergen en rotsen en nog meer bergen en rotsen | vrijdag 23 mei 2014


Van Las Vegas rijden we over Highway 15 richting Zion National Park, oftewel van Nevada naar Utah. De route voert ons door de desert maar is toch wat eentonig. We passeren een klein stukje Arizona en rijden vervolgens Utah in, alwaar we een tijdgrens passeren; de klok gaat 1 uur vooruit. Des te dichter we bij Zion komen, des te indrukwekkender worden de bergen, de enorme rotsformaties. Rood heeft de overhand. Puntige vormen komen in allerlei soorten, maten, hoogtes en diktes voorbij. Eromheen verlaten dorpjes, sommige nieuw en clean andere troosteloos.
Vlak voor Zion rijden we door Rockville en liefelijk dorpje met veel groen. We zitten inmiddels op 1100 meter hoogte en zien diverse tuinen opgevrolijkt met sneeuwscooters. Na Rockvill komt Springdale en we vermoeden dat Zion vlakbij is gezien de vele campers, toeristen, winkeltjes, barretjes en hotels die we passeren. Ik zie trouwens ook veel campers uit de richting van Zion komen en zeg nog voor de grap tegen Tebbo dat ik denk dat de campings in Zion vol zijn, want wie rijdt er anders nog om 17 uur een nationaal park uit uit. De meeste reizigers hebben dan al lang en breed een overnachtingsplek gevonden. Als we Zion binnenrijden wordt ons duidelijk dat ook wij moeten omkeren, want de campings zijn allemaal vol. We rijden toch nog even de camping op, je weet maar nooit. Maar geen geluk dit keer. Ik vraag een ranger of ik een plek voor morgen kan reserveren. Hij vertelt me dat ik dat 6 maanden geleden had moeten doen..De andere camping is op basis van first-come-first-serve. Oftewel om 8 uur moet je op de camping rondjes gaan rijden om een plek te scoren. Nou dat zien we later wel, eerst een plek zoeken voor vannacht.



We krijgen een briefje met de dichtstbijzijnde campings. De eerste is vol, de tweede ook, de derde heeft plek. We rijden weer 50 km terug en komen in Sand Hollow State Park terecht, prachtig vrij kamperen aan het water. Elk nadeel heeft zijn voordeel. Nog een voordeel: je mag legaal hier over het zand en de heuvels crossen met je quad. Dus we halen de quad eruit en hebben veel fun.
De volgende ochtend rijden we door het mulle zand terug naar het asfalt. De truck met zijn vierwielaandrijving heeft daar natuurlijk geen probleem mee. De camper van Marcel en Annet vindt het echter na de eerste meters al genoeg en zet zijn banden in het zand. Wij keren om, spannen een spandbandje en trekken ze eruit. Het is nog vroeg als we op de camping aankomen van first-come-first-serve. We rijden ook een rondje en vinden nog twee vrije plekken. Eerlijk gezegd is het te triest voor woorden. Het voelt als het om 6 uur neerleggen van je handdoek op het ligbedje aan het zwembad van je all-inclusive hotel.. bah. We besluiten dat dit 1 keer en niet weer is, en willen ook niet langer dan 1 nacht blijven. Om 8.30 uur is de camping helemaal vol en horen we van anderen dat er onderling met mensen afspraken worden gemaakt voor een plekje voor morgen. In de loop van de middag ondervinden we dat aan den lijve als een mevrouw vraagt of wij morgen weggaan, zo ja dan wil ze graag alvast een briefje ophangen dat ze die plek reserveert. Wij vinden het allemaal prima.



Maar nu we toch in Zion zijn, willen we het park natuurlijk ook bekijken. Echter je mag hier niet zelf de canyon in rijden, dit gebeurt met shuttle bussen ( de favoriete onderneming van Tebbo:-)) Vol goede moed begeven we ons naar de opstap-plekken. Het lijkt vrij rustig, het is niet te warm en we staan nog maar een minuut te wachten of daar is de shuttle al. We stappen in en gaan breed zitten. Al gauw komen we erachter dat we niet de enige zijn. De bus stroomt langzaam voller en voller. Mensen blijven staan. De conclusie is dat je tussen de benen, armen, rugzakken en hoeden door bijna niets meer kunt zien van Zion. De shuttle is een soort hop-on hop-off systeem, oftewel onderweg kun je op de aangegeven plekken uitstappen, en gaan wandelen/hiken of bergbeklimmen. In verband met de toestand van de voet van Tebbo kunnen we geen lange wandeling maken. We stappen uit bij het eindpunt Temple of Sinawava, wandelen 2 mile, zien mooie oranje rotsformaties en stappen weer in de bus. We slaan The Emerald Pools en The Grotto over. Hmmm dit was niet echt een bijster indrukwekkende kennismaking met Zion. Snap eerlijk gezegd de ophef over dit park nog niet zo goed. De middag brengen we relaxend door op de camping.



Om Zion te verlaten moet je een stuk zelf rijden, alleen niet de canyon in, maar oostwaarts door een Zion-mt. Carmel tunnel. Maar voordat je de tunnel bereikt, kijk je je ogen uit. Wat een natuur. Ongelooflijk. We zijn diep onder de indruk. De meningen over Zion worden ter plekke bijgesteld en ik begrijp nu waarom Zion misschien wel een van de populairste natuurwonderen van de staat Utah is. De imponerende wanden zijn soms wel 600 meter hoog. En alles wat we hier zien is gevormd door de natuur, de kloof werd uitgesleten door de Virgin River en later door wind, regen en ijs gevormd naar vormen zoals we die nu kunnen zien. Enorme wanden, verschillende pieken, punten en formaties. Zion is echt mooi.
Om het park te verlaten moeten we door een tunnel. Aangezien campers en trucks door het midden van de tunnel moeten rijden, omdat het daar net hoog genoeg is, wordt er steeds een kant van de tunnel afgezet. De tunnel is 1.1 mile lang en zodra we hem verlaten verandert de omgeving meteen. De imponerende canyon hebben we achter ons gelaten en de bergen voor ons steken wat lafjes af. Troosteloze dorpjes, vervallen huizen met veel zooi in hun tuin is wat we zien. We bikkelen wat kilometers door richting Bryce Canyon National Park. We klimmen hoger en hoger, zitten inmiddels op 2250 meter hoogte. Vlak voor het park besluiten we te overnachten op Rubys RV park. Een warempel mooi RV park in een natuurlijke omgeving. Door de hoogte is het ook kouder en we eten zelfs binnen. De volgende dag is het tijd om Bryce Canyon, vernoemd naar de mormoonse kolonist Ebenezer Bryce, te gaan verkennen. De zon schijnt, de lucht is blauw. En dan te bedenken dat het park nog maar een week open is, en het hier 9 dagen geleden nog gesneeuwd heeft..



Ook hier weer shuttle bussen, maar gelukkig mag je ook zelf rijden. En dat doen we. Een paar uur rijden we de 30 km lange route langs de rand van het Paunsaugunt Plateau. We doen bijna alle stops aan: Sunrise Point, Sunset Point, Inspiration Point, Swamp Canyon, Fairview Point, Natural Bridge, Aqua Canyon, Ponderosa Canyon om uiteindelijk op 2800 meter hoogte Rainbow Point te bereiken.
En nog steeds, ondanks de hoogte van 2800 meter, groeien hier bomen. En wat is Bryce Canyon National Park mooi en zelfs dat is een understatement. De unieke geologische rotsformaties zijn zo indrukwekkend dat ik ze niet kan omschrijven. Het is kunst in steenvorm. Het is een gedicht van rotsformaties. Zonnestralen zorgen voor een caleidoscoop van kleuren. Wisselende schaduwen zweven over de hoodoos, de door het proces van vriezen en dooien geerodeerde kalk- en zandsteenformaties. De afgesleten toppen zorgen voor een mysterieuze aanblik in de vallei. De ijle lucht op deze hoogte zorgt voor kortademigheid bij een ieder. Maar wow wat is het mooi. En wat zou ik deze plek graag willen zien schitteren in de sneeuw. Het is pure magie wat ik hier zie.



Eenmaal weer op de camping wordt er wat onderhoud gedaan aan de truck, gewassen en gelezen. In de avond besluiten we te gaan eten bij het Best Western steakhouse. Hadden we beter niet kunnen doen. Wat een vreetschuur, wat een vet. De groentes en frietjes waren smakeloos en vet. De steak was wel ok. Ach ja hoort erbij in het land obesitas.
Op de campground ontmoeten we Sue en Brian, een Amerikaans ouder echtpaar dat mijn externe harde schijf vol zet met informatie over Mexico. Ze overwinteren elk jaar in Mexico, en je kunt er probleemloos rondreizen en genieten van het prachtige land. Ze zijn de eerste Amerikanen die we ontmoeten die in Mexico reizen en ons niet waarschuwen voor drugskartels en moorden. En wat een schat aan info ontvangen we. Top.

We verlaten Bryce en gaan op weg naar Arches National Park. Geen highway maar de National Scenic Byway 12, the All American Road. Staat schijnbaar bekend als een van de mooiste routes ter wereld. Daar willen we nog wel even wat om verwedden, maar mooi is het wel. En afwisselend. Het eerste gedeelte is zo overweldigend dat ik me geen mening kan vormen of ik het mooi vind of niet. Enorme grote wit-grijze heuvels overweldigen mijn blikveld. Het is weids en groots. Weinig kleur ook, behalve de groene bomen die her en der groeien. Bovenop een van de bergen stoppen we bij Kiva Koffeehouse, een cadeautje op een berg. Wat een mooi tentje met koffie en kleine versnaperingen, lekkere lounge muziek en vier hippie meiden achter de toonbank. Een heerlijke plek. Het enige minpuntje is een slang die voorbij komt. Maar ook dat hoort er schijnbaar bij. We zoeven verder door de bergen, hoge bergen en diepe dalen. Een percentage van 10 daling is best veel en de remmen worden volop gebruikt. We passeren dorpjes als Escalente, keurig en nieuw, gericht op toerisme. Onderweg weinig bewoonde wereld, en de huizen die we zien zijn meer barakken dan huizen. We rijden door Capitol Reef National Park. Ook hier is de camping al vol en moeten we doorrijden. Zien we eerst prachtige bergen met gatenkaas, even later rijden we voor ons gevoel door een zandafgraving. Weg mooie kleuren, het is grijs dat de horizon kleurt, zowel letterlijk als figuurlijk. In Hanksville besluiten we maar in de volle wind te gaan overnachten. Gelukkig is er internet en kunnen we even naar hartenlust appen, mailen en googelen.



We rijden richting Arches National Park en komen in Moab, een leuk toeristen plaatsje met allerlei voorzieningen. Kunnen we eindelijk weer Starbuckssen (nieuw Nederlands woord) en boodschappen doen. We besluiten voor 5 dagen eten te halen. Ik, als pot van het gezelschap (;-)) betaal 300 dollar, oftewel 210. Valt best mee toch voor 4 personen 5 dagen. Middenin het stadje is canyonlands RV campground met grind en bomen, voor een RV park helemaal top. De mannen gaan nog even op de quad het dorp in en komen terug met de mededeling dat ze een wildcat hebben gehuurd voor de volgende dag. Te gek! Moab staat bekend om zijn backcountry rijden, oftewel offroad rijden met 4x4 voertuigen. Op de campground stikt het ook van de buggys en nu snappen we waarom..Als we volgende dag met zn vieren in de buggy zitten wordt er veel geschreeuwd en gelachen. Wat een top ding. En wat gaaf om zo over de enorme bergen, rotsen, stenen en door mul zand te rijden.



Arches National Park staat bekend om zijn bogen. Het park heeft het grootste aantal natuurlijke bogen ter wereld. Het is waar dat het uniek is om te zien. Het is indrukwekkend om de enorme bogen te aanschouwen. We rijden door een soort van theater der natuur, en om ons heen acrobatiek van steen. De rotsformaties zijn gebogen in de prachtigste rondingen en de oranje kleuren komen vooral tot zijn recht met volle zon. Maar we zijn niet de enige die deze wonderen willen aanschouwen. Parkeerplaatsen staan overvol vooral op de highlights als de North en South windows. En buiten de parkeervakken mag niet geparkeerd worden. Maar soms hadden we geluk en konden we even stoppen en een stukje wandelen. Arches is voor natuurliefhebbers, wandelaars, hikers en mountainbikers een waar paradijs. Wij houden het bij korte wandelingen.



Als we het park verlaten volgen we highway 163 die ons over de enorme vlaktes voert. Het valt me op dat voor ons het rijden door Amerika saaier is dan door Afrika. Het voelt hier meer als kilometers vreten. Een eerlijk gezegd is het af en toe een beetje saai. Maar zal dat echt zo zijn, of zal dat komen omdat wij alles met onze Afrika-blik bekijken..

We passeren troosteloze dorpen als Monticello en Blanding. Zelfs in Afrika heb ik weinig tot geen van dit soort verlaten, verdrietige dorpjes gezien. En ook hier vraag ik me af: waar leven de mensen van, wat zorgt voor een glimlach op hun gezicht? In Bluff willen we overnachten maar de aanblik van de verlaten campgrounds doen ons anders beslissen. Nog maar een stukje doorrijden. We worden verwend, we rijden langzaam het Navajo gebied binnen. Navajo, een indianenstam, een jagersvolk. Ooit in 1864 werd het land van de indianen ingenomen door kolonisten en zijn er 8000 Navajos verbannen naar een reservaat in New Mexico. Tegenwoordig bevolken de Navajos het grootste reservaat en hebben ze zelf invloed op het besturen van hun stuk land. Het gebied is werelds, het is magisch. We zijn beland in het wilde westen, het gebied van John Wayne en Billy the Kid. Rijdend op highway 163 rijzen daar voor ons de imponerende bergen en mesas van Monument Valley. Vanuit het niets zijn ze daar, als statige en machtige heersers in het verder vlakke land. Vele western films zijn hier opgenomen. Hier liggen de voetstappen van John Wayne zijn paard, hier reed Lucky Luke the lonesome cowboy a long long way from home



Een bezoek aan Monument Valley is een attractie. De weg is zo slecht begaanbaar, dat het eigenlijk alleen voor 4x4 autos geschikt is. We komen er gauw achter waarom . Campers mogen er niet in. Daarom worden er tours georganiseerd. Aangezien de truck 4x4 is, wagen we het erop om zelf rond te rijden. De heren in de cabine, de dames achterin. Een attractie was het zeker, we waren geschud, geshaked, heen en weer gegooid. Het was de moeite waard, maar ergens in mijn spreekt een stemmetje dat zegt dat het eigenlijk net zo goed vanaf de highway gezien kan worden. Echt veel toegevoegde waarde vond ik niet zitten in het rondrijden door de vallei.

We gaan de staat van Utah verlaten en komen binnen in Arizona, Lake Powell , Page en de beroemde Antelope Canyon. Dat is waar we heen gaan, dat is waar ik me enorm op verheug.

En hierbij de fotoos van Zion en Bryce.
Die van Arches en Monument Valley volgen nog, maar het internet is zooooooo traag dat ik daar nu geen zin en tijd meer voor heb;-)
Link naar fotoalbum

America, here we are! | woensdag 14 mei 2014


Vorige week woensdag vlogen we van Schiphol naar Chicago, alwaar we een overstaptijd hadden van 1 uur en 25 minuten voor onze volgende vlucht naar Los Angeles.
We komen aan in Chicago, we gaan als een van de eerste van boord, met onze zevenmijlslaarzen sprinten we zo ongeveer richting de eerste paspoort controle. Mensen met een ESTA kaart moeten in de lange rij, mensen met een visum in een kortere rij. Wij hebben een visum omdat we langer dan 90 dagen in de VS blijven, en mogen dus in de korte rij. Maar de korte rij bleef ook relatief kort en werd niet korter, aangezien de douaniers alle tijd hadden en veel mensen veel vragen gingen stellen. We slingerden heel traag en langzaam door de paaltjes als vee richting de slachtbankEr is ook begeleiding van de paaltjes, en die mevrouw vragen we heel vriendelijk of dit heel lang gaat duren want onze volgende vlucht vertrekt over minder dan een uur. Mevrouw kijkt ons wazig aan en zegt dat we dat maar de luchtvaartmaatschappij moeten vragen. Tja, en die zitten hier niet.


Maar een paar minuten later , laat ze een aantal mensen door en wordt de rij toch iets korter. Uiteindelijk staan ook wij bijna vooraan. En jawel, we mogen in een volgend rijtje, namelijk het rijtje voor het douane-loket. Er zijn nog vier wachtenden voor u. En dat bleef ook zo, want we hadden net een beetje de verkeerde rij te pakken, aangezien er een jongen aan een zwaar verhoor werd onderworpen. We schuifelen richting een ander rijtje. Ook dat schiet niet op. We hebben nog 45 minuten. We worden lichtelijk zenuwachtig aangezien we ook nog onze koffers moeten halen en opnieuw moeten inchecken. We gaan wat breder staan en kijken om ons heen. Opeens is er iemand klaar bij de douane en ik spring voor de rij en vraag aan de douanier of ie ons zou willen helpen, hij vraagt waarom ik zo laat ben?! Ik blijf vriendelijk kijken en vraag aan de meneer die officieel aan de beurt was of we voor hem mogen. Geen probleem:-) De douanier vraagt naar onze bestemming en wat we van elkaar zijn. Vervolgens vingerafdrukken en een foto. Snel rennen we door naar de bagage, we grissen onze tassen van de band want die zijn gelukkig wel heel snel. We rennen naar het volgende rijtje, waar we al slingerend weer naar een volgende controle moeten. We stappen over een rode lijn want er is niemand voor ons, maar worden net zo hard weer teruggestuurd. Je mag pas lopen als je gevraagd wordt te lopen. Ja, we worden gevraagd en lopen naar de mevrouw toe die ons paspoort controleert, en ons vraagt wat we van elkaar zijn. Inmiddels hebben we nog 30 minuten. Na de goedkeuring rennen we naar een andere hal om onze bagage af te geven dat opnieuw ingecheckt moet worden. Geen echte incheck , ze scannen de labels en dan moeten we onze tassen achterlaten. We vragen de man waar we heen moeten, want we weten nog steeds niet naar welke terminal en welke gate we moeten. We moeten naar terminal 1 zegt de beste man en daar moet je naar toe met een treintjeWe rennen een roltrap op en komen op een perronnetje. Het wachten is op de trein. Inmiddels hadden we al moeten boarden. De trein komt. Eerste stop, terminal 3. Tweede stop , terminal 2. Derde en laatste stop, terminal 1. We sprinten de trein uit, rennen een trap op. Tebbo rent door en ik probeer onze vlucht en gatenummer te vinden op de borden, zonder succes. Ik ren achter Tebbo aan. Gelukkig, nieuwe controle. We vragen alle mensen in de rij of we voor mogen en iedereen is super aardig en het mag allemaal. De douane vindt het minder geslaagd. Ik vraag een bewaker waar we heen moeten, die zegt dat ik het hoekje om moet naar de luchvaartmaatschappij en daar moet vragen. Tebbo blijft in de rij. Ik sprint tegen de rijen in het hoekje om en vraag een man. Die loopt op zijn gemak met mij naar de borden en vertelt dat we naar gate 29 moeten, de laatste gate in de volgende hal..Hij wil me helpen om snel door de controle te komen, maar ik zeg hem dat mijn man nog in de andere hal staat. Die moet ik dan maar even ophalen zegt ie. Ik sprint weer terug naar Tebbo die inmiddels vooraan in de rij staat en mij roept. Ik ren onder diverse poortjes door en onze paspoorten worden weer gecontroleerd.

We rennen naar de volgende hal toe, gelukkig nog een controle: paspoort, een scan van de tassen en daarna nog een bodyscan. Gelukkkig laat iedereen ons voor en worden we enorm geholpen door de mede-reizigers. Ook de mevrouw van de scan is aardig en helpt ons snel. We pakken onze spullen, sprinten een trap op, roltrap op en dan zet ik het op een rennen tot ik bij de gate ben. 5 minuten voor vertrek staan we bij de gate en weet je wat: de vlucht is tien minuten vertraagd:-) Maar ach, we hebben het gehaald en dat is het voornaamste, maar wat een klerezooi zeg. Als de mede-reizigers op het vliegveld niet zo aardig waren geweest, hadden we de vlucht gemist. Maar gelukkig zitten we even later nog nahijgend en zwetend in het toestel en vliegen we richting LA.

Aangekomen in LA gaat alles snel, geen paspoort controle en snel de tassen. Hup, in een taxi richting het hotel. Inchecken, wat drinken en om 20 uur vallen we na 24 uur reizen, vliegen en rennen moe maar voldaan in slaap.



We worden vroeg wakker, lees 5 uur en gaan op tijd ontbijten. Nemen een taxi die ons naar de loods brengt waar de truck staat. We worden hartelijk welkom geheten en de sleutels liggen al klaar. Aangezien we in Europa 220 V hebben en in Amerika 110 V, heeft Tebbo een systeem gemaakt met extra laders en accus zodat er gewoon geladen kan worden. De vraag is of het gewerkt heeft. En yes, alles doet het! Ik heb gewoon mijn eigen McGyver, hoe cool is dat!

En opeens rijden we daar weer door de Verenigde Staten van Amerika, in Los Angeles waar het knetter druk is. 8 wegen naast elkaar vol razende autos. We zoeken buiten LA een RV park recreational vehicle, oftewel een parkeerplaats met asfalt en gras vol met enorme campers, hetgeen ze hier dan camping noemen. Als we de truck parkeren en de boel willen installeren en klaar maken, zien we dat de wc lekt, balen. De hele middag knutselt en repareert Tebbo de boel. Moe maar voldaan gaan we om 20 uur weer slapen.



De volgende ochtend rijden we vrolijk terug naar LA, want we hebben aan het begin van deze reis al bezoek, vrienden Marcel en Annet zijn gisteravond aangekomen en hebben hopelijk lekker geslapen in hun hotel. Ze kunnen hun camper pas een dag later ophalen, dus besluiten we onze zintuigen uit de jetlag-stand te halen en Hollywood te gaan verkennen. Onze licht vermoeide lichamen kunnen wel wat ochtendgym gebruiken en aangekomen op Hollywood Boulevard springen onze zintuigen open. Los Angeles, stad der engelen. Disney World, Universal Studios, Beverly Hills, Rodeo Drive.
Hollywood met zijn 2500 sterren in de Walk of Fame. Veel toeristen, eettentjes, een Wax museum, Chinees theater, een verklede Spiderman waarmee je op de foto kan, een Michael Jackson die pas gaat dansen als je hem een grote fooi geeft. En ook diverse sightseeing-tours die je kunt doen. En wij dus ook. Voor $ 25 worden we twee uur rondgereden door Beverly Hills, langs huizen van de rich and famous, langs Mulholland Drive een van de beroemdste wegen van LA, langs Rodeo Drive, waar het gezien en gezien worden is. Met de allerduurste winkels en mooie autos. We verbazen ons, ten eerste om hetgeen we zien, ten tweede om het feit dat we horen dat beroemde series als CSI Miami en CSI Las Vegas hier in Los Angeles worden opgenomen, en ten derde om het feit dat we in twee uur tijd nog nooit zoveel naar deuren, hekken en bomen hebben gekeken waarachter schijnbaar de genoemde beroemdheden wonen..



Na de enerverende tour wandelen we nog wat rond, we eten bij de Italiaan op het terras in de zon, we doen mee met de Starbucks-hype om te wandelen met je koffie en stappen dan in een taxi die ons helemaal terugbrengt naar het hotel vlakbij het vliegveld. We ontmoeten Jamaan onze taxichauffeur, geboren en getogen in Eritrea maar sinds 14 jaar in de VS. Wat een bijzonder slimme en mooie gast.

Na een afzakkertje in de hotelbar, gaan Marcel en Annet naar hun kamer en lopen wij naar de truck op de parkeerplaats waar we de nacht zullen doorbrengen. Om 7 uur vertrekken we richting de camperverhuur en besluiten we dat 1 dagje LA genoeg is voor ons. We gaan de stad verlaten en rijden richting Bakersfield. De route is niet echt adembenemend behalve het gedeelte door Sequoia National Park. Seguoias oftewel mammoetbomen zijn de grootste levende organismen ter wereld. Een mooie route met mooie natuur, een slingerweg door de bergpassen. Het gevoel van vrijheid begint te komen. Het waait alleen ontzettend hard. Aangekomen op de campsite wordt er weer druk geknutseld, gesleuteld en schoongemaakt. En natuurlijk gekookt, Marcel onze prive-kok op reis maakt weer een heerlijke maaltijd.



De volgende ochtend wordt ons een Happy Mothersday gewenst, oftewel een fijne Moederdag. Dit wordt in de VS weer groots aangepakt gezien alle bloemen, ballonnen en cadeautjes die overal te koop zijn. De weg voert ons verder richting Death Valley, even tanken voordat we het park in gaan, en bij gebrek aan Starbucks koffie van de Shell. Man-man wat een zoete troep, het is alsof ik een vloeibare suikerspin naar binnen werk.



En dan komen we binnen in een onherbergzaam gebied, en tevens de heetste plek van Amerika: Death Valley. Wat op zich natuurlijk al niet vrolijk klinkt: dode vallei. Gelegen in de Mojave Desert en door de Indianen Tomesha genoemd: het land waar de bodem in brand staat. Prachtige rotsformaties, hoge bergen het ene moment helder het volgende als silhouet. Rotsen in rood, oker en terra. Weidse desolate vlaktes en smallere canyons in mosterdkleuren. De vorige keer dat wij hier waren was het helder en maakte het nog meer indruk dan nu. Nu waait het vooral heel hard. In de loop van de middag klaart het op en beginnen de kleuren te stralen en stijgt de temperatuur naar 33 graden. We overnachten op Furnace Creek campground waar het door de wind toch prima vertoeven is. We proberen een balletje te slaan op Devils Golf Course en rijden door naar Badwater, met zijn 86 meter, de laagste plek in Noord-Amerika. Toen Tebbo en ik hier een half jaar geleden waren konden we niet verder dan Badwater ivm de overstromingen die er toen waren. Nu is de weg hersteld en kunnen we zuidwaarts doorrijden langzaamaan Death Valley uit, op weg naar Las Vegas.

Door de desert en uit het niets is daar opeens Las Vegas. Van natuur in onnatuurlijk. De overgang is ook dit keer weer immens. Als Vegas, de zintuigprikkelende stad, de gekmakende neonverlichting in alle kleuren, de schreeuwerige billboards, de vele mensen. Vegas is en blijft een ervaring. Ik vind het weer leuk. Zelf het kamperen op een parkeerplaats wat ze campground noemen. We slenteren over The Strip, we verbazen ons over pruimenpersen, over liters cola, over het hoge fossielen gehalte, over de mateloze populariteit van het verspillen van geld, op de enorme aantallen bedelaars, maar ook over de netheid van de The Strip, het lekkere eten bij Maggianos .



We boeken een show in The Wynn: Le Reve-The Dream van Cirque du Soleil. Een gigantisch indrukwekkend acrobatisch waterspektakel. Anderhalf uur lang zit ik met open mond te kijken naar zoveel moois. De Kleuren, acrobatiek, choreografie, muziek, het zwembad, de techniek . Werkelijk alles maakt indruk. Wat een show. Wat een onderling vertrouwen. Onder de indruk gaan we terug naar de campground, praten na onder de verlichte hemel van Vegas en vallen uiteindelijk in een diepe slaap.

En hierbij een paar fotos.....
Link naar fotoalbum

we vertrekken alweer | maandag 05 mei 2014


Oh jee,
vergeten jullie te informeren
over het feit
dat wij over 2 nachtjes slapen
alweer vertrekken
richting Los Angeles
En daar dan twee maanden zullen blijven
Om weer nieuwe dingen te ontdekken en te beleven
Nieuwe cultuur
Andere mensen
Indrukwekkende natuur
en natuurlijk onszelf.

Dit stukje is even kort
en is om snel te informeren
Straks volgen en weer verhalen
die jullie hopelijk weer zullen lezen.

We vliegen
woensdag 7 mei
om 11.05
naar de Verenigde Staten
naar Los Angeles om precies te zijn.
We zullen slapen in een hotel
en dan de truck gaan bevrijden uit zijn loods.

En dan volgt een reis
door een stukje westen,
en daarna het oosten.
Of misschien wel het zuiden.

We zullen zien
hoe de wind waait
in dit geval orkanen en tornados
en onze route daar op aanpassen.

We zullen zien
hoe de temperatuur is
Boven de 40 graden
keren we om
denk ik.

Maar hoe dan ook
We hebben er zin in
En dat is het voornaamste:-)




Toch gelukt | dinsdag 08 april 2014


Geduld: de eigenschap dat je kunt afwachten.
Judith : ongeduld.

Combinatie geduld - Judith : no match found.

Althans dat dacht ik. De afgelopen weken op mijn manier geduld getoond, alhoewel de uitgever en Bol daar anders over dachten. De barrel was in t hoeze zeg maar.......
Uiteindelijk een telefoontje gehad van een mevrouw van BraveNewBooks en die heeft me super geholpen en het probleem keurig opgelost. Dus dat was top.

Ondertussen heb ik nog even wat veranderd en nu is het dan eindelijk echt zover: het boek is leverbaar!

Dus mocht je het leuk vinden, het boek is te koop bij Bol.com via onderstaande link:

http://www.bol.com/nl/s/boeken/zoekresultaten/Ntt/judith%20tack/search/true/sc/books_all/N/94+8293/index.html?searchRedirectType=m2s&originalSection=main&originalSearchContext=media_all&_requestid=178114




En als je hem dan gelezen hebt, zou het op zich natuurlijk leuk zijn als je een review schrijft..........tenminste dat hoop ik;-)

Bedankt trouwens dat velen van jullie hem willen bestellen, top!


ach.... | zondag 16 maart 2014


Dromen.
Nachtmerries.
Gedachtes.
Worstelingen.
Verstand volgen.
Of toch maar het gevoel.

Mijn gevoel is een bezoek te brengen aan Bol of Bravenewbooks.
Mijn verstand zegt dat ik maar moet bellen of mailen (in deze moderne tijd)

Er was eens een tijd (lees een paar dagen) dat je een boek kon kopen van Judith Tack. Dat boek kon je kopen op de site van Bol.com

Judith, een meisje dat een boek had geschreven over haar belevenissen in Afrika. Een verslag van haar reizen door de Afrikaanse landen, maar ook een weergave van een inwendige reis in zichzelf. Ze had een paar maanden besteed aan het schrijven, de opmaak, de foto s en de teksten. Ze koos voor een samenwerking tussen Bravenewbooks en Bol.com. En op het eerste gezicht was dat een goeie samenwerking, de communicatie verliep soepel, de uit te voeren opdrachten om een boek te publiceren waren helder. En de proefdruk was mooi en naar tevredenheid. Het zogenaamde publiceren ging ook goed. Je kon het boek gewoon bestellen.
Tot 8 maart, toen veranderde alles.
Stond het boek eerst als beschikbaar per direct, vervolgens stond het boek als beschikbaar op 11 maart, vervolgens beschikbaar over drie weken, toen weer beschikbaar vanaf 11 maart , vervolgens staat het boek nu al een week als niet-beschikbaar!

En nu blijkt het boek bij een aantal van jullie toch geleverd te zijn maar helaas niet in kleur.
Er zitten 6 pagina s foto s in het boek en die moeten in kleur. Ik weet dat de titel van het boek zwart-wit is, maar de foto s moeten toch echt in kleur..

Ik heb gebeld en gemaild met zowel BraveNewbooks als Bol. Beide geven elkaar de schuld.
En eerlijk gezegd kan het mij niet schelen bij wie de schuld ligt, maar het probleem dient opgelost te worden en dat doen geen van beide.

Ik heb een boek geschreven, geen lullig tekstje ofzo. Maar echt een boek met 59.966 woorden, 5990 regels, 176 paginas, 247 gram en 14.65mm dik. Misschien dat ze het niet weten, maar daar zit een hoop werk in, een hoop energie en ik was best een beetje trots op het eindresultaat. En dat zou ik graag aan een paar mensen willen laten zien. En dat kan momenteel niet omdat zowel Bravenewbooks als Bol de zaken niet goed voor elkaar hebben.

Kortom beste mensen, ik heb maar twee vragen waarop ik oplossingen wil:
1. wanneer is het boek leverbaar
2. de mensen die het boek in zwart-wit in plaats van kleur hebben gekregen, hoe wordt die fout hersteld?

Dit is wat ik Bravenewbooks en Bol gevraagd heb, maar tot op de zondag 16 maart 2014, 16.13 uur was daar nog geen antwoord op.

Lieve mensen, bedankt voor al jullie berichtjes, mailtjes en telefoontjes. Super dat zoveel van jullie het boek willen aanschaffen, of reeds aangeschaft hebben. Zodra ik meer duidelijkheid heb, zal ik het laten weten.



een BOEK!!!! | vrijdag 07 maart 2014



Dromen.
Denken.
Gedachtes.
Worstelingen.
Verstand volgen.
Of toch maar het gevoel.
Een pad kiezen.
Gaan we links.
Of toch maar rechts.
We kunnen ook dwarsdoor.
Nu beslissen.
Of toch gewoon de tijd nemen.
We namen de tijd
De tijd om te denken
Te voelen
Te dromen
Te fantaseren
Kortom; we waren en zijn misschien nog wel steeds, zoekend
Maar soms worden er ook dingen gerealiseerd.

Eentje daarvan is een boek, getiteld: ZWART-WIT.
Het is het verslag van de reis door Afrika, maar ook een weergave van de reis in mijzelf. Soms herkenbaar omdat je het gelezen hebt op de site, soms nieuw omdat het nog niet eerder gedrukt werd voor de buitenwereld.


Je kunt het boek bestellen via Bol.com :-)
http://www.bol.com/nl/s/boeken/zoekresultaten/Ntt/judith%20tack/search/true/sc/books_all/N/94+8293/index.html?searchRedirectType=m2s&originalSection=main&originalSearchContext=media_all&_requestid=178114




En ik heb ook een website waarop je het boek kunt vinden: http://bravenewbooks.nl/judithtack








THUIS..... | dinsdag 03 december 2013


Thuis.
Maar wat is dat , thuis?
Volgens de Van Dale :

thuis (bijwoord)
in zijn huis: hij is goed thuis in de geschiedenis er goed van op de hoogte; (sport) thuis spelen op eigen veld

thuis (het; o)
plaats waar iem. zich thuis voelt

De plek waar je je thuis voelt dus, waar je je lekker voelt denk ik dan. Maar heeft het woord thuis niet in het algemeen als betekenis: daar waar je huis staat? Is dat niet zoals we het interpreteren als we het over thuis hebben?
Ik weet het niet, maar ik geloof dat ik thuis ben. In ben in elk geval in Nederland, in mijn huis en na een paar weken ben ik weer aan het meedraaien en voel ik me thuis. Geloof ik.

De eerste weken waren eigenlijk best raar.
X: Hoe was het?
J: Leuk.
X : Ok, weet je wat ik heb meegemaakt?
J: Nee, vertel.

X: En heb je al een baan?
J: Nee.
X: Oh, ga je wel op zoek naar werk?
J: Misschien.
X: Oh?
J: Ja?
X: Eh nou ja, ik dacht..
J: Ja, wat dacht je?
X: Nou eh.
J: Ja?
X: Heb je trouwens die aflevering van Geer en Goor, effe geen cent te maken gezien?
J: Ja, was leuk he?

Ik kwam er achter dat we vaak VOOROORDELEN hebben, volgens de Van Dale: op een gebrek aan kennis berustende mening of afkeer.
En ik kwam er ook achter dat sommige mensen liever OORDELEN (goed- of afkeurende uitspraak; mening hebben, dan VRAGEN: verzoek om een inlichting, een mening enz.: iem. een vraag stellen.
En natuurlijk doen we dat allemaal wel eens, maar nu ik zelf daar even onderwerp van ben, viel het me des te meer op. Dus ook een leerschool voor mezelf.

Want hoe leuk en hoe mooi zou het zijn als we een gesprek konden hebben over hoe je soms op een punt staat in je leven dat je een keuze moet maken. En dat je in je keuze wordt gehinderd door allerlei gedachtes, gevoelens, meningen en situaties. Dat je soms een keuze maakt die misschien wel indruist tegen het beeld dat er is of verwacht wordt. Dat je soms worstelt met jezelf, met je leven. Uren kan ik daarover nadenken of somberen. Maar gelukkig duren uren maar 60 minuten en gaan uren voorbij. En gelukkig heb je keuzes en kun je keuzes maken. En ik heb zoveel vrijheid en zoveel keuzes dat de overvloed daaraan soms verwarrend is.

Samen fantaseren en dromen we veel, maar blijkbaar gaat het in onze maatschappij vooral om ratio en realiteit. Maar voor mij brengt het fantaseren kleur in mijn bestaan. Einstein zei ooit: Logica brengt je van A naar B, fantasie brengt je overal. Dus wie weet waar ik gebracht word.

Dus als je me vraagt wat ik ga doen dan is mijn antwoord: ik weet het niet. Er lopen diverse zaken, er bewegen wat projecten, er zweven fantasieen , er zijn soms sombere gedachtes, en soms tranen, tranen waarvan je de oorzaak niet zult zien in de sporen die ze achterlaten op mijn wangen.

Maar bovenal is er GELUK en RUST in hoofdletters. Mijn keuzes hangen voor een groot deel samen met mijn liefde, want samen zullen Tebbo en ik niet oud worden, dat is genetisch onmogelijk. Maar samen ouder worden kunnen we wel en samen GENIETEN ook. Dus dat zullen we in elk geval blijven doen.

En hierbij nog de laatste fotoos van Joshua Tree National Park....


Link naar fotoalbum

Menu

Home - Wie? - Vrachtwagen - Fotoalbum - Gastenboek - Archief - Contact - Route 


Tijd


Huidige locatie

Nederland


  

Klik hier als je een bericht wilt ontvangen op het moment dat er een nieuw bericht is geplaatst op de site.